4x Londen

Vier plekken in Londen die buiten de geijkte toeristenpaden liggen, en die toch uitgesproken Brits zijn.

De Britten hebben een hekel aan gelijkvormigheid en dat weerspiegelt zich in hun hoofdstad. Zowel in de gebouwen als in de mensen. De variëteit is enorm en, met dank aan een paar miljoen buitenlanders (naar schatting een derde van de 7,4 miljoen inwoners van Londen is buiten het Verenigd Koninkrijk geboren), groeit die nog altijd. Elke dag arriveren er nieuwe Poolse bouwvakkers, Amerikaanse bankiers, Afrikaanse schoonmakers, Indiase artsen en Arabische renteniers, die er toe bijdragen dat Londen nog internationaler wordt. Niettemin behouden veel plaatsen in Lon- den een specifiek Brits – sommigen zeggen liever Engels – karakter. In deze M vier uitgaanstips in en bij Londen, die bij veel buitenlandse bezoekers minder bekend zijn.

Londen 1: Dr Johnson’s House

‘Wie genoeg heeft van Londen, heeft genoeg van het leven’, was een van de vele aforismen van Dr Samuel Johnson (1709-1784), de samensteller van het eerste serieuze woordenboek van de Engelse taal. Het huis van de man, die afgezien van William Shakespeare, waarschijnlijk meer heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het Engels dan wie ook, is er nog. Het staat aan Gough Square, een rustig pleintje op een steenworp van Fleet Street, en is nu een museum. Pal tegenover het huis staat een beeld van Hodge, de geliefde kat van de lexicograaf die hij soms oesters gaf. In het museum zijn de vertrekken te zien, waar Johnson met een handjevol klerken in zeven jaar tijd zijn ‘Dictionary’ schiep. Dat was aanmerkelijk sneller dan de veertig geleerden van de Académie Française, die er 55 jaar over deden om hun ‘Dictionnaire’ te produceren. In de zitkamer is een facsimile te vinden van het beroemde woordenboek. Het huis zelf geeft een aardig beeld hoe een gegoede burger in de achttiende eeuw woonde. De kleurrijke Johnson, die op zijn 25ste een 21 jaar oudere weduwe huwde, gold als een van de toonaangevende intellectuelen van zijn tijd.

Londen 2: Zwemmen in Hampstead Heath

Wie houdt van zwemmen in een natuurbad, kan in Londen zijn hart ophalen in de vijvers in Hampstead Heath, in het noordwesten van de stad. Het hele jaar door, want de Engelsen hebben altijd een voorliefde gehad voor Spartaanse gewoontes. Sommigen zijn volkomen aan de vijvers tussen de bosjes verslingerd. Margaret, mijn buurvrouw van 86, bijvoorbeeld. Elke ochtend, ongeacht de temperatuur, loopt ze ’s ochtends vroeg naar de Ladies’ Pond voor een korte verfrissende duik. Voor haar een elixer: ‘Dankzij het zwemmen ben ik nog altijd fit.’ Er is ook een mannenvijver, populair bij homoseksuelen, en een gemengde vijver, waarin ik zelf in de zomermaanden af en toe te water ga. Te midden van mens en dier, want er dobberen ook zwanen, ganzen en eenden rond. De gemengde vijver is alleen open in de zomermaanden. De mondige burgers van Hampstead wisten in 2004 via de rechter te verijdelen dat de vijvers voor zwemmers werden gesloten. Wel geldt sindsdien een toegangsprijs van twee pond maar de badmeesters houden daaraan niet streng de hand. Voor de vrouwen dook vorig jaar een nieuw obstakel op in de gedaante van de Europese Commissie. Hun zwemwater voldeed niet aan de Brusselse normen, doordat er wel eens bladeren invallen en vogels in poepen. Het spreekt vanzelf dat de doorgewinterde dames zich door Brusselse bemoeials niet uit het water lieten houden.

Londen 3: Wilton’s Music Hall

Even ten oosten van de Tower, aan een zijpaadje van Ensign Street’ staat een verveloos gebouw, Wilton’s Music Hall. Achter de onopvallende gevel en het café (vroeger een pub) gaat een juweeltje uit de Victoriaanse tijd schuil: de oude muziekzaal, een van de laatste uit een glorierijk tijdperk van variété, zang en toneel. Hier kwam het volk zich vermaken. Vooral als de lichten worden gedimd (de zaal wordt nog steeds gebruikt voor kleinere voorstellingen) biedt de ruimte met zijn spiraalvormige pilaren onder de balkons een sprookjesachtige, zij het door zijn vergane glorie nogal melancholieke, aanblik. Na enkele decennia raakte de gelegenheid in 1880 in handen van de Methodisten, die er een missiepost vestigden om de armen in het Londense East End te helpen. Tijdens een grote staking van de dokwerkers in 1889 werden hier duizenden gratis maaltijden verstrekt. De hal was opvangcentrum voor mensen die hun huis waren kwijtgeraakt tijdens de Duitse bombardementen. Sinds 1945 dreigde vaak afbraak. Vooral dankzij de dichter John Betjeman, die ook het fraaie St Pancras Station in de jaren zestig voor afbraak behoedde, bleef Wilton’s behouden. Ook Spike Milligan, Peter Sellers en Liza Minelli hebben zich voor het behoud van de zaal ingezet.

Londen 4: De City

Ten onrechte negeren veel toeristen de City, ruwweg het gebied ingeklemd tussen St Paul’s Cathedral en de Tower. Niet alleen is het het oudste stadsdeel, het is ook een zwaartepunt van het internationale kapitalisme, met zijn enorme concentratie van grote banken en andere financiële instellingen. Vooraanstaande architecten krijgen hier af en toe bovendien de kans spectaculaire nieuwe gebouwen op te trekken. Een korte wandeling volstaat voor een eerste indruk, liefst door de week. Dan bruist de City en wemelt het van de goed geklede bankiers en dure auto’s. In het weekend is de City doods. Begin bij de metrohalte met de toepasselijke naam Bank, vernoemd naar het monumentale gebouw van de Bank of England, beheerder van het Britse pond. Pal daarnaast het voormalige beursgebouw van de Royal Exchange, eveneens in classicistische stijl. Sla de straat Cornhill in. Op nr. 50 een schitterende pub, The Counting House, jawel, in een voormalig bankgebouw (geschikt voor de lunch, maar dicht in het weekend). Loop rechtdoor, Leadenhall Street in. Aan je rechterhand passeer je Leadenhall Market, een Victoriaanse overdekte marktruimte. Loop door tot rechts een markant gebouw opduikt, het hoofdkwartier van verzekeringsconcern Lloyds. Eeuwen geleden begonnen in een naburig koffiehuis. Het is van de hand van Richard Rogers en doet denken aan het Centre Pompidou in Parijs. Geen wonder, want ook daarin had Rogers de hand. Sla linksaf St Mary’s Axe in. Achter een 16de eeuws kerkgebouw verrijst een reusachtig maar sierlijk, augurkvormig gebouw, waarin eveneens een verzekeringsconcern (Swiss Re) huist. ‘The Gherkin’, zoals het in de volksmond heet, werd ontworpen door Norman Foster, die andere grote moderne Britse architect. Laat het hier niet bij en snuif op eigen gelegenheid meer op van de City. Wie zijn best doet, kan de geur van geld, veel geld bijna niet ontgaan.