170.000 AOW’ers hebben verzilveringsprobleem

De Algemene Ouderdomswet is onze meest geliefde sociale regeling. Iedereen hoopt er ooit een beroep op te doen, al vragen jongeren zich soms af of de regeling – die vorig jaar Abraham zag – over nog eens een halve eeuw nog veel zal voorstellen.

De AOW is mede zo populair, doordat in brede kring een verkeerd beeld bestaat van de inkomenspositie van ouderen. Zij zouden het in meerderheid niet breed hebben, zodat de AOW-uitkering hard nodig is om armoede onder senioren te bestrijden. Maar de aanvullende pensioenen worden steeds beter en het vermogensbezit is bij 65-plussers geconcentreerd. Hierdoor ontlopen de inkomens van oud en jong elkaar gemiddeld niet veel, althans wanneer rekening wordt gehouden met de kleinere gezinsomvang van grijze huishoudens. Wel zijn de inkomens van bejaarden veel ongelijker verdeeld dan die van de jongere generaties. Als basispensioen kan de AOW dus moeilijk worden gemist. Vermoedelijk steunt de populariteit van de AOW tevens op de geringe kans dat bij deze sociale wet wordt gefraudeerd. De uitkering begint te lopen wanneer iemand 65 jaar wordt en mensen kunnen moeilijk met hun leeftijd sjoemelen. Voor een volledige AOW-uitkering moet aan nog een andere voorwaarde zijn voldaan. De ontvanger moet vanaf zijn 15de jaar onafgebroken in Nederland hebben gewoond. Voor ieder in het buitenland doorgebracht jaar wordt 2 procent op de uitkering gekort, tenzij de expatriate vrijwillig premie voor de AOW heeft doorbetaald.

De afgelopen kwarteeuw is de koopkracht van het basispensioen nauwelijks gestegen. De netto AOW-uitkering is via een rekenschema gekoppeld aan het brutominimumloon. Dit laatste volgt in beginsel de gemiddelde verbetering van de cao-lonen. Na 1980 is het als bezuinigingsmaatregel echter een aantal malen losgekoppeld van de stijgende cao-lonen. Hierdoor bleven minimumloon en de daaraan gekoppelde sociale uitkeringen achter bij de groeiende welvaart. Op dit moment krijgen gehuwd of ongehuwd samenlevende ouderen ieder een halve AOW-uitkering van in beginsel netto 661 euro per maand. Een alleenstaande oudere toucheert maandelijks netto 964 euro. Het is voor samenlevers dus verleidelijk om zich als twee alleenstaanden te manifesteren, want dan ontvangen zij samen maandelijks netto 606 euro meer. In feite is dit de enige manier waarop bij het basispensioen valt te frauderen.

Anders dan bij een echte verzekering, zoals een lijfrente, staat de hoogte van de AOW-uitkering los van de vroeger afgedragen premies. Iemand die nooit enige premie heeft voldaan, krijgt dezelfde uitkering als iemand die vijftig jaar lang de maximale premie heeft betaald (in 2008: 4.550 euro). Doordat elke band tussen afgedragen premies en ontvangen uitkering ontbreekt, lijkt de AOW veel op de bijstand, zij het met één belangrijk verschil: de AOW wordt niet gekort als de ontvanger andere inkomsten en vermogen heeft. Sommigen noemen dit onjuist. Een miljonair heeft de uitkering niet nodig, zo redeneren zij.

Om ouderen te helpen, kent de AOW sinds enkele jaren een bescheiden extra tegemoetkoming van bruto 178 euro per jaar. De Sociale Verzekeringsbank keert haar samen met de AOW uit. Ook daarvan profiteert de miljonair, want de toeslag is niet inkomensafhankelijk. Het is wrang dat circa 170.000 ouderen, die naast hun AOW nauwelijks andere inkomsten genieten, deze tegemoetkoming (netto 138 euro) nagenoeg volledig nodig hebben als compensatie voor hun ‘verzilveringsverlies’.

Senioren met uitsluitend een halve AOW-uitkering zijn jaarlijks 1.339 euro aan belasting en sociale premies verschuldigd. Zij hebben echter recht op 1.456 euro heffingskorting (970 euro algemene korting plus 486 euro ouderenkorting). Daarom hoeven zij niets aan de fiscus te betalen, maar zij kunnen het voordelige verschil van 117 euro niet verzilveren. De Belastingdienst keert namelijk geen negatieve belasting uit. Senioren met een wat hoger inkomen zijn meer belasting verschuldigd. Zij kunnen de volle heffingskorting verzilveren en houden de tegemoetkoming AOW over voor andere uitgaven.

Dit verzilveringsprobleem kan eenvoudig worden opgelost, door het surplus aan heffingskorting voortaan als een toeslag uit te keren. Met ingang van dit jaar geldt zo’n regeling al voor gezinnen met kinderen. Tot dit jaar konden zij de vroegere fiscale kinderkorting soms ook niet verzilveren, omdat ze daarvoor te weinig belasting verschuldigd waren. Daarom is die korting nu omgezet in een door de Belastingdienst uitgekeerde kindertoeslag. Net zo zou de bestaande ouderenkorting kunnen worden omgezet in een ouderentoeslag, die kan worden uitbetaald door de overbelaste fiscus dan wel door de Sociale Verzekeringsbank. Dit vergt ruwweg 100 miljoen euro, die volledig aan de armste 170.000 bejaarden ten goede komt. Minister Bos zit budgettair klem. Dekking is te vinden door de bestaande tegemoetkoming AOW voor alle ouderen met enkele tientjes te verlagen. Zo zijn rijke met arme ouderen solidair, zonder dat de schatkist in de problemen raakt. Welk Kamerlid bindt de kat deze bel aan?