100.000 stroopkoekjes per dag is niet genoeg

Kleine koekjesfabrieken zijn niet opgewassen tegen grote inkoopcombinaties. De Goudse fabrikant van stroopkoekjes Punselie kiest voor schaalvergroting.

Honderdduizend kleine, ronde stroopkoekjes rollen per dag uit de machines van koekfabrikant Punselie, gevestigd in een monumentaal pand in Gouda. Door een raampje in een ovendeur zijn de koekjes te zien. Een werknemer kijkt of de van de hitte gebolde koekjes even groot zijn. Eigenaar Ronald Punselie maakt pallets in orde met dozen voor supermarktketens.

In de zomer gaat de productie verder in een ander pand. De familie Punselie verhuist dan naar Moerkapelle, na meer dan honderd jaar (sinds 1872) op dezelfde plek in Gouda te hebben gestaan. De fabriek gaat tegen de grond en er komen appartementen.

„Jammer, maar ik heb geen keus”, zegt de directeur. „De energiekosten worden te hoog. We hebben modernere apparatuur nodig. Ook willen we meer automatiseren om straks drieënhalf keer zoveel als nu te kunnen produceren.”

De afgelopen tien jaar zijn niet makkelijk geweest voor kleine en middelgrote zoetwarenfabrikanten. Zij zagen hun omzet dalen. Volgens het Studiecentrum Snacks en Zoetwaren (SSZ) is in deze markt sprake van concentratie. Bedrijven nemen elkaar over en worden groter om voldoende slagkracht te hebben.

Afnemers van koekjes kopen steeds vaker centraal in. Een voorbeeld is Superunie, die de inkoop doet voor supermarkten als Hoogvliet, Jumbo en Spar. „Die wil het liefst verschillende koeksoorten van dezelfde fabrikant afnemen, voor de laagste prijs”, zegt Henk van Megen van het Studiecentrum Snacks en Zoetwaren. „Dan kom je al snel uit bij een grote fabrikant, met een eigen researchafdeling voor productinnovatie. Je verliest een grote groep klanten als je niet meegaat met deze veranderingen.”

Een kleine fabrikant als Punselie moet oplossingen bedenken voor de stijgende productiekosten. Wegens verscherpte hygiëne-eisen moet hij bijvoorbeeld investeren in een computer die de productie volgt en een detector die na het inpakken van elk product scant of er metaal van de fabriek in het pak is terechtgekomen. Ook de stijgende prijzen van grondstoffen vormen een probleem.

Een optie is om samen te gaan met andere fabrieken, zegt algemeen directeur Martijn Koenders van koekfabrikant Pally Biscuits, producent van traditionele koekjes zoals Hollandse Kermis en Digestive. „Je kunt ook zelfstandig blijven en een collectieve inkoopgroep vormen. Als groep heb je meer inkoopkracht en kun je lagere prijzen bedingen.”

Punselie denkt dat dat niet altijd zin heeft. „De prijzen van basisingrediënten als meel en palmolie kunnen niet veel lager. Die zijn, vooral door de opmars van biodiesel, de afgelopen twee jaar 50 procent omhooggegaan.” Hij wijst naar een silo en een tank waarin wekelijks 15.000 kilo meel en 5.000 kilo vet worden opgeslagen. Machines vermengen en kneden alle ingrediënten tot deeg voordat ze tot een koekje worden gebakken en een strooplaag krijgen. Vervolgens gaan de koekjes in een groot pak of een stuksverpakking.

Dat laatste is een voorbeeld van een trend die grote fabrikanten introduceerden. Punselie doet mee door straks ook een minikoekje in een luxedoosje te introduceren. „Met stuksverpakkingen hebben mensen minder snel de neiging om een heel pak leeg te eten”, lacht Punselie. „Hoewel ze van kleine koekjes denken dat ze er meer van mogen eten. Maar ik kan er moeilijk opzetten: u moet na twee koekjes stoppen.”

Een ander voorbeeld is een volkorenbiscuit voor kinderen. Op het doosje staan uitknipbare figuurtjes van Pim en Pam en bakker Punselie, het antwoord op de Walt Disney-figuurtjes van „grote jongens als Verkade”.

Volgens Henk van Megen van SSZ is zulke innovatie belangrijk. De wensen van de consument veranderen steeds. Als voorbeeld noemt hij het Sonja Bakker-dieet. „Zij heeft 1,7 miljoen aanhangers die de producten kopen die zij voorschrijft. De verkoop van eierkoeken is daardoor het afgelopen jaar met tientallen procenten gestegen. Zij raadt aan voor verantwoorde koekjes te kiezen, bijvoorbeeld met granen. Daar moet je als fabrikant op kunnen inspelen.”

Punselie is voor de verhuizing bezig om geld bijeen te krijgen. Hij heeft nog 800.000 euro nodig. Nieuwe aandeelhouders en de uitgifte van obligatieleningen moeten de oplossing brengen. Hij heeft een folder uitgebracht met de cijfers van het bedrijf en het verhaal van oprichters grootvader en vader Punselie. Verder probeert Ronald Punselie subsidie te krijgen om de voorzijde van de fabriek te redden. „De oude gevels zijn cultureel erfgoed. Een museumpje over dit echt Goudse bedrijf zou best in die ruimte passen.”