Wat vindt u van mijn ex?

De minnaar van Sophie Calle verbrak de relatie per mail. De kunstenares liet 107 vrouwen die beoordelen. Hun antwoorden zijn te zien op een tentoonstelling in Parijs. De opmars van het liefdescontract, met transparantie als hoogste gebod.

Er zijn voor mij als man twee manieren om te kijken naar de e-mail waarmee X, de minnaar van Sophie Calle, een eind maakte aan de relatie. Als een staaltje van opportunisme om te beginnen. Vrouwen hebben de neiging om als je zegt geen zin meer te hebben, dat glimlachend naast zich neer te leggen. Ze gaan dan uit van wat marxisten vroeger ‘vals bewustzijn’ noemden: je maakt een keus tegen je objectieve belang, dus je meent het niet echt, de relatie is juist goed voor je.

Dus moet de man die het uitmaakt drastischer argumenten gebruiken: de bal terugspelen. Dat doet X. Hij schrijft dat hij het uitmaakt omdat hij niet langer kan voldoen aan de eis die Sophie hem aan het begin van de verhouding gesteld heeft: drie andere vriendinnen niet meer zien. Deze opportunistische lezing van de mail wordt gehuldigd door geen van de 107 vrouwen die Calle gevraagd heeft een antwoord te formuleren op de mail van X.

Tweede manier van kijken: X is serieus in zijn redenering, dat hij aan de voorwaarden voor de liefde met Sophie niet meer kan voldoen, en oprecht in zijn conclusie dat dit dus het einde is. Alle 107 vrouwen gaan daar eigenlijk van uit, ongeacht de vraag of ze voor X’ mailtje waardering kunnen opbrengen. De ‘contract-gedachte’ is bij hedendaagse vrouwen kennelijk vanzelfsprekend. Geen van de 107 oppert dat X beter zijn toevlucht zou kunnen nemen tot list en leugen (en stiekem die andere blijven zien), of dat Sophie beter een oogje had kunnen dichtknijpen, of een andere vorm van dubbele moraal.

Het ‘liefdes-contract’ is heilig: de vrouw heeft het vastgesteld, in dit geval, en de man gehoorzaamt. Eis niet vervuld, einde verhouding. In een tijd waarin de mannelijke dominantie van het maatschappelijk leven vermindert en die van vrouwen toeneemt, lijkt die dominantie van het contract het signaleren waard. Er is voor X geen ontsnappen aan, hoe geestrijk of creatief verder ook de 107 bijdragen aan de tentoonstelling Prenez soin de vous.

Dat laatste, een beetje schijnheilige zinnetje in de mail, zorg voor uzelf, is X duur te staan gekomen, want zijn afscheid van deze minnares ligt nu op straat. Sophie Calle, beroemd om kunstprojecten waarin de intimiteit ontleed wordt, heeft het als titel genomen voor een tentoonstelling en een boek. „Ik heb deze aanbeveling letterlijk genomen en 107 vrouwen gevraagd de brief te interpreteren en in mijn plaats een antwoord te formuleren”, schrijft ze.

Het resultaat was vorig jaar al op de Biënnale van Venetië te zien en staat nu in de statige oude leeszaal van de Franse Nationale Bibliotheek aan de Rue de Richelieu. Op alle denkbare manieren wordt de mail van X onder de loep genomen: taalkundig, retorisch, literair, psychologisch, psychiatrisch, cinematografisch, clownesk, muzikaal, juridisch – je kunt het zo gek niet bedenken. Het resultaat is een fantastische expositie – voor wie Frans kent tenminste, want aan vertalingen doen ze niet bij de Franse Nationale Bibliotheek.

De negentiende-eeuwse Salle Labrouste – leeg en ongebruikt sinds de Bibliotheek tien jaar geleden elders in Parijs een nieuwe behuizing heeft betrokken – imponeert meteen bij het binnentreden: de honderden zitplaatsen met lampje, de eindeloze, met een laddertje bereikbare kasten waarin eens de belangrijkste naslagwerken stonden. Een zacht lispelen komt de bezoeker tegemoet, als van een gigantische vriendinnenavond waarop een man over de tong gaat. Het blijkt het geluid van de tientallen notebooks waarop filmpjes te zien zijn. Er zijn tientallen manieren om dezelfde brief te lezen, met tientallen gelaatsuitdrukkingen. Andere vrouwen zingen de tekst van X als blues, opera-aria of fado. Ze dansen hem zelfs. Of laten hem verscheuren door een papegaai.

De filmpjes zijn eigenlijk bijzaak. Alles draait om geschreven tekst, en woorden. Aan de wanden van de zaal zijn, op grote panelen en in vitrines, de schriftelijke reacties op de e-mail van X geëxposeerd. De hele tentoonstelling is een hommage aan het woord als voornaamste vehikel van de liefde – althans in de eindfase.

Een verbale terechtstelling van X is het niet – daarvoor zijn er te veel vrouwen die sympathie opbrengen voor X’ argumentatie. Een vrouw die in de gevangenis zit, acht de mail „een indrukwekkend blijk van liefde”. Ook een sociaal werker meent dat de brief getuigt van „vertrouwen, respect en liefde. Ik raad U aan hem te herlezen, op momenten dat droefheid U overvalt”. De letterkundige Christiane Blot-Labarrère ziet in de tekst van X een treffende illustratie van een dictum van Jean-Paul Sartre: „Een man is altijd een verhalenverteller”. De schrijfster Christine Angot vindt, als enige, de onderneming van Calle onzalig: „Wacht je voor al die vrouwen. Ze zullen je allemaal zeggen dat je jezelf moet beschermen. Maar je hebt niets te beschermen. Je hebt een gat, een gemis, dat is alles”.

Geen terechtstelling dus, maar het proces van X is de tentoonstelling zeker. De meeste vrouwen kiezen partij voor Sophie, en keuren de brief inhoudelijk af. Françoise Gaspard, specialist vrouwenrechten bij de Verenigde Naties, meent dat X „vrouwen culpabiliseert”. De linguiste Irène Rosier-Catach schrijft namens Sophie: „U schrijft mij over uw neiging tot de meervoudige liefde alsof u er het willoos slachtoffer van zou zijn. Ik besta in deze brief slechts als getuige van uw gevoelens, van uw lijden. De rol van spiegel en getuige wijs ik van de hand”.

Soms is de behandeling humoristisch. Caroline Mécary, advocate, onderzoekt de mogelijkheden om X wegens oplichting strafrechtelijk te laten vervolgen – de kansen staan uiterst gunstig. De schrijfster Marie Nimier heeft de mail herschreven tot het soort naïeve tekst waarmee bedelaars in de metro medelijden proberen op te wekken: „Ik hield van Sophie. Sophie hield van mij. Nu voel ik mij eenzaam.”

In dit kamp varieert de beoordeling van X van slappeling tot „gevaarlijke, kille man”. Goed dat ze van hem af is.

Maar geen enkele vrouw zegt:

zou het niet beter zijn het contract aan je laars te lappen, X toestaan die anderen te zien als hij daar zo’n behoefte aan heeft, of ruimte inbouwen voor een zekere mate van list, bedrog of chaos? Het liefdescontract en de naleving ervan zijn het paradigma – en ontduiking is geen optie.

Je zou het contract misschien wel kunnen veranderen. De diplomate Leila Shahid constateert met verwondering dat X aan de ene kant „oprecht gehecht” lijkt aan Sophie, maar aan de andere kant onmachtig blijkt tot heronderhandelen. X’ sterke gevoel dat er niets meer aan te verhelpen valt, vormt een afdoende rechtvaardiging van zijn beslissing, meent Shahid. Rechter X valt de „extreme contractualisering” van de verhouding op, waarbij niet alleen het verloop ervan aan regels is gebonden, maar ook wat er na die relatie gebeurt: op de liefde kan in geen geval een vriendschap volgen. X’ opzegging van het contract moet volgens haar „niet worden opgevat als een teken van cynisme, maar toont juist het belang, de rijkdom en de subtiliteit die hij de liefdesrelatie toedicht”.

De redenen voor de populariteit van de contractgedachte zijn niet ver te zoeken. Sophie Calle heeft de meeste vrouwen in dit project aangezocht om hun specifieke kundigheden, meestal hun beroep. Zij formuleren hun antwoord in zelfvertrouwen en waardigheid, als moderne, autonome vrouwen. Daarbij passen geen list, leugen en bedrog van de kant van de man – chaos is een slechte basis voor zelfverzekerdheid.

Liefde en lust zijn echter, voor een deel, juist chaotische, tot anarchie aansporende verschijnselen. De contractgedachte is wellicht een succesvolle strategie in de vrouwenemancipatie, maar draagt tegelijkertijd, zoals iedere orde, een repressief karakter. Ontduiking kan niet de norm zijn. Na de seksuele orde van onze grootvaders, gekenmerkt door mannelijke dominantie, tekent zich, na een verwarrende periode van vrijheden en veelvormigheid van relaties, in de liefde nu een nieuwe orde af. Het contract is het instrument bij uitstek van vrouwelijke dominantie. Dat is wat deze tentoonstelling laat zien.

In zekere zin is het liefdescontract een optimistische, romantische gedachte, een beetje à la de achttiende-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau: vrije mensen gaan in vrijheid verbintenissen aan. Arlette Farge, historica, schrijft dat X „vrijwel zeker in de achttiende eeuw geleefd moet hebben”. Maar er schuilt ook iets deprimerends in de almacht van het contract, dat in tegenstelling tot liefdescontracten in de achttiende en negentiende eeuw zich niet alleen tot het burgerlijke, ‘officiële’ huwelijk schijnt uit te strekken, maar tot alle seksuele betrekkingen.

Dat laatste constateert ook de sociologe Nilufer Göle in een verhandeling, „De verscherping van de heteroseksuele liefde in het Westen”, die wat mij betreft de interessantste bijdrage aan de tentoonstelling is. Er is, constateert zij, in de brief van X geen enkele verwijzing naar een sociaal bestaan of een gemeenschappelijke toekomst. Het contract is dus geen middel om praktische problemen op te lossen, maar is synoniem met de liefdesbetrekking zelf. Transparantie is daarin het hoogste gebod: „Deze vrouw wil alles weten, en de man stemt daarin toe onder het mom haar nooit te zullen voorliegen. Zij kan zich in haar eigenliefde bevestigd zien in de mate waarin de man haar de waarheid zegt. Maar deze transparantie bespaart hem niet het leed, integendeel. Hij ontslaat zich van zijn verantwoordelijkheden door haar de voorwaarden in herinnering te brengen die zij tevoren heeft vastgesteld. Dit vernietigt de mogelijkheid van een unieke, bijzondere ontmoeting, waarin een keuze gemaakt moeten worden en vormen van samenzijn, medeplichtigheid en avontuur uitgevonden moeten worden.”

Niet alleen de geciviliseerde, maatschappelijke kanten van de liefde zijn dus aan de regels van het contract gebonden – ook het gevoel zelf. Een troosteloos gegeven. En ook bepaald niet in het belang van de man. Of X nu oprecht was in zijn mail of niet – hem komt de verdienste toe onbedoeld een oprukkend gevaar in beeld te hebben gebracht: het vrouwelijk wurgcontract. Zijn privacy is niet voor niks geschonden.

Prenez soin de vous. Tot 15 juni in de BnF, Rue de Richelieu 58 in Parijs, van 10-20 u (do tot 22 u, ma gesloten). Van het bijbehorende boek (Actes Sud, 2008) bestaan een Franse en een Engelse versie.