Vrije therapeut zit in een dubbele houdgree p

Het nieuwe zorgstelsel voor psychotherapie doet veel vrijgevestigde hulpverleners financieel de das om.

Therapeuten laten zich ook wel erg makkelijk betuttelen.

Illustratie Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Op 1 januari is de geestelijke gezondheidszorg overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. Concreet betekent dit dat kortdurende psychologische behandelingen (maximaal acht sessies) en langdurige psychotherapie verplicht worden vergoed door de verzekeringsmaatschappijen. Goed nieuws voor de zeventienhonderd vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten in ons land, zou je denken. Zij zijn nu van een vastere inkomstenstroom verzekerd. Maar schijn bedriegt.

Door de stelselwijziging zitten therapeuten meer dan ooit in de financiële problemen. De Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (NVVP) heeft al een brandbrief naar minister Klink (Volksgezondheid, CDA) gestuurd. De stelselwijziging komt er namelijk op neer dat psychotherapeuten pas na afronding van de complete behandeling, in plaats van per sessie betaald krijgen.

Omdat een behandeling niet zelden meer dan twintig sessies omvat, verdeeld over enkele maanden, worden nota’s pas op z’n vroegst deze zomer of dit najaar vergoed. Intussen moeten de behandelaars hun gemaakte onkosten zelf voorschieten, nog afgezien van de exorbitante 28.000 euro die de psychologen hebben moeten investeren in een declaratiesysteem.

Naar schatting tien van de 45 vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten in Limburg hebben sinds januari hun praktijk moeten sluiten. De NVVP schat dat van de zeventienhonderd vrijgevestigde hulpverleners in Nederland circa vierhonderd praktijken (bijna) failliet zijn.

De bedoeling van de stelselwijziging was om de kosten te drukken en de psychologische zorg transparanter te maken. Maar het tegenovergestelde is gebeurd: vooral de administratieve handelingen worden duur betaald en intussen hebben de verzekeringsmaatschappijen en de hulpverleners zelf geen enkel zicht meer op de zorg die er verleend moet worden.

Voor de therapeuten betekent de stelselwijziging dat zij volkomen onder de plak zitten bij de verzekeraars. De verzekeraars schuiven hun een contract onder de neus waarin niet alleen vastligt wat de tarieven zijn, maar ook hoe de praktijkruimte moet worden ingericht, wat de eigen bijdrage van de patiënt moet zijn, en zelfs wat de norm is voor de wachttijden. Hebben de hulpverleners het contract eenmaal getekend dan kan de verzekeraar, naar eigen goeddunken, de honoraria verder omlaag schroeven. Ze kunnen zelfs van de behandelaars eisen dat zij motiveren welke interventies zij plegen, waarmee ook nog eens de privacy van de patiënt in het geding komt. Immers, de verzekeraars beschikken dan over allerlei diagnostische gegevens van de patiënt.

Vrijgevestigde hulpverleners zijn dus nog allerminst vrij in hun beroepsuitoefening. Zij worden betutteld en gekortwiekt door de verzekeringsmaffia. Maar dat komt ook door hun eigen angsten. Hulpverleners zijn vaak onzeker over hun competentie en durven het niet aan om een praktijk op te bouwen met patiënten die (in eerste instantie) uit eigen zak betalen. Terwijl ook in psychologenland de wetten van de markt gelden: hulpverleners die hun kwaliteit bewijzen door goede resultaten, krijgen vanzelf meer klandizie van mensen die bereid zijn om de therapie te betalen, ook al wordt zij niet vergoed.

Wie echt vrijgevestigd wil zijn moet dus ook het risico van ondernemen willen aangaan. Veel psychologen zijn bang voor de concurrentie van collega-psychologen en kiezen daarom te vaak en te snel voor de veilige weg van het contract met de verzekeraar. Hiermee leveren zij zich zelf uit aan de macht van het grote kapitaal, en hebben vervolgens in medisch opzicht weinig meer in de melk te brokkelen.

Maar wat veel hulpverleners niet weten, is: de wet verplicht hen helemaal niet om een contract te sluiten met verzekeraars. Psychologen mogen ook zonder contract therapie bedrijven en de patiënt zelf de kosten bij de verzekeraar laten declareren via de restitutiepolis. Helaas regeert ook hier de angst: veel therapeuten durven hun klanten niet met al die rompslomp te belasten, uit angst dat zij de klandizie de deur uitjagen. Daardoor zitten zij zelf opgescheept met een enorme administratie – vooral omdat met elke verzekeringsmaatschappij afzonderlijke contracten moeten worden afgesloten.

Tegenstrijdig genoeg betekent de (financiële) ellende onder vrijgevestigde therapeuten dat mijn eigen (geheel onafhankelijke) zorgwinkeltje meer bloeit dan ooit tevoren. Maar dat betekent niet dat ik geniet van andermans ellende. Integendeel, het is een schandaal dat van regeringswege verzekeringsmaatschappijen zoveel macht is toebedeeld. De stelselwijziging moet dan ook zo snel mogelijk worden teruggedraaid. En hulpverleners mogen wel wat zelfverzekerder zijn. Dan maar geen verzekeringscontract. Anders wordt uiteindelijk de patiënt in emotionele nood nog het kind van de rekening.

Jeffrey R. Wijnberg is psychotherapeut en columnist van dagblad de Telegraaf. Hij was in 1977 een van de eerste vrijgevestigde psychologen van Nederland.