Vraagtekens rond de teertonaffaire

Sietse van der Hoek: De Man van Trinidad. De Arbeiderspers, 272 blz. €18,95

‘Kamer 501 van het Sheraton Macuto Hotel had een kingsize bed.’ Zo luidt de eerste zin van De Man van Trinidad van Sietse van der Hoek. In de hotelkamer verblijven Nick Lamming en Bettien Martens, waarvan de laatste bij het grote publiek bekend is als La Belle Bettien, de spil van een drugsnetwerk dat cocaïne van Colombia naar Nederland transporteerde. Maar die Lamming – een zwarte Trinidadiaan op wie de titel slaat – liep die ook door de werkelijkheid of heeft Van der Hoek hem verzonnen als antagonist?

Ziehier het raadsel: is dit een roman of non-fictie? De uitgever heeft het voorplat voorzien van de term ‘thriller’ en de aangename vertelstijl bevestigt dat. Pas na een pagina of tien, vijftien begin je te twijfelen. De kennismaking met de drugssmokkelaars is voorbij en je weet dat ze van plan zijn Nederland grootschalig te gaan bevoorraden.

Dan volgt er een hoofdstuk dat om de politie draait, waarin veel details en namen naar voren, meer dan wenselijk is voor een vlot verhaal. De verantwoording achterin vergroot de twijfel: Van der Hoek noemt een reeks bronnen en heeft het zelf over ‘dit boek’ – geen genre.

Bij de politie ontstaat in dat tweede hoofdstuk enige beroering vanwege een onderschept drugstransport. Het gekke is dat een eerdere proefzending (vaten asfalt – vandaar de naam ‘teertonzaak’) ook werd onderschept. Er is dus verraad in het spel en hoewel niemand begrijpt hoe het zit, gaat een fanatieke officier van justitie er uit alle macht tegenaan. Een menselijk verhaal dus, even geloofwaardig en voorzien van dezelfde conflicten en toevalligheden als misdaadliteratuur.

Van der Hoek blijft het verhaal – ‘true crime’, heb ik inmiddels besloten – alternerend vanuit de twee standpunten beschrijven. Enerzijds het functioneren van de politiemensen, de procedures die ze volgen en de logica van bureaucratie en politiek, die elke rechtlijnige opsporing veranderen in een grillig patroon. Anderzijds het zorgvuldige manoeuvreren van de criminelen, hun zakelijke omgang met hun ‘handel’ en het geknoei en de gebroken beloften wanneer ze in hoog tempo worden opgepikt.

Echt spannend wordt het pas kort voor het einde, wanneer journalist Van der Hoek zijn personages de conclusie van zijn subtiele betoog in de mond legt. De speurders belanden in een discussie over de paradoxale War on Drugs. Juist de opsporing drijft immers de prijzen op en maakt de handel lucratief. Wat ‘me wel eens dwarszit,’ meldt rechercheur Hoefsmit, ‘is de gedachte dat wat wij doen zo averechts uitpakt. We drukken puisten uit en daardoor ontstaan juist meer ontstekingen en nieuwe puisten. Precies zo ging het met de drooglegging in Amerika.’

Wat begon als een roman, eindigt met de treurige vaststelling – of laten we het voor de zuiverheid suggestie noemen – dat de Amerikaanse repressie waarin Nederland zich zo gemakkelijk laat meezuigen, erger is dan de kwaal. Of dat nu in de plot van een thriller, als clou van een zorgvuldig opgebouwd journalistiek boek of desnoods als uitkomst van een parlementaire enquête wordt gepresenteerd, doet niets af aan het feit dat het wel weer eens mocht worden gezegd.