Verzet en neonazi’s in aanloop meidagen

De mooie, eenvoudige film van Marc Rothemund over de laatste dagen van de jonge Duitse verzetsstrijdster Sophie Scholl, woensdagavond op Canvas uitgezonden, werd nog enorm verdiept door de documentaire van Marieke Schröder die er achteraan kwam. Daarin kwamen onder anderen een zus en een vriendin van Hans en Sophie Scholl aan het woord, evenals een van de medeleden van het eigenlijk maar zo eenvoudige studentenverzetsgroepje Die weisse Rose, dat niet meer deed dan pamfletten schrijven en verspreiden.

Broer en zus Hans en Sophie, beiden nog heel jong (respectievelijk 21 en 24 jaar), werden ondanks hun vreedzame manier van protesteren tegen het nationaal-socialisme toch ter dood veroordeeld. In de film wordt het proces getoond, met een belachelijk schreeuwende en tierende rechter – overdreven geacteerd, ben je geneigd te denken, wel érg in het karikaturale getrokken. Maar de in de documentaire vertoonde fragmenten van rechtszittingen van de bewuste rechter, zijn precies zo. Hysterisch, zelfs niet de schijn wekkend van objectiviteit.

De vriendin van Sophie vertelt hoe ze destijds bij de zaak betrokken raakte doordat ze een pamflet van Die weisse Rose in handen kreeg en hoe ondersteboven ze daarvan was. „Het was de taal” zegt ze, zo precies geformuleerd, met literaire voorbeelden, haar vielen daardoor de schellen van de ogen.

Het contrast tussen de jongelui van toen, zo netjes, zo welbespraakt, zo sterk in hun ideeën over vrijheid en rechtvaardigheid, en de hedendaagse neonazi’s die we de volgende dag op de Belgische televisie te zien kregen, kon niet groter zijn. Het actualiteitenprogramma Koppen vertoonde in het geheim gemaakte beelden van een Duitse journalist die zich enige tijd als skinhead had voorgedaan en naar neonazifeesten was geweest. Die worden vooral in België gehouden, omdat de wet daar geen aanknopingspunten biedt om zulke bijeenkomsten te verbieden. Ze zijn desalniettemin met grote geheimzinnigheid omgeven: de deelnemende jongelui worden eerst opgeroepen naar een bepaalde plek te komen en krijgen daar verdere aanwijzingen over de locatie van het feest. Dat maakt het allemaal extra spannend, zei de journalist in kwestie, Thomas Kuban.

Op de feestjes staan getatoeëerde kaalkoppen te hossen en te schreeuwen, ze brengen de nazigroet, krijsen ‘Sieg Heil’ en hopsen op en neer bij teksten als: „Bloed moet vloeien,/ liefst meters dik,/ weg met de vrijheid/ van deze Jodenrepubliek”. Ze lijken te stom, te dronken, te provocerend om een werkelijk gevaar te vormen, al dacht Kuban dat je beter niet als andersgekleurde buitenlander voorbij kon lopen als deze jongens volkomen opgefokt naar buiten zouden komen na hun feestje. Dat zou wel eens zo kunnen zijn. Ze leken trouwens bepaald niet van de soort dat een lang, welgeformuleerd pamflet tegen hun opvattingen zou uitlezen.

Op MTV was nog weer andere jeugd te zien: twee ongelooflijk rijke, Amerikaanse meisjes die zestien werden en een groot feest gaven. En met groot bedoelden ze ook groot: „Dad, Christina Aguileira is in de stad, kun je haar niet huren voor ons feestje?” Pap doet z’n best, ook nog voor Beyoncé, maar het wordt uiteindelijk een ander bandje waar de meisjes in hun designerjurkjes bij dansen. Het ene kind straalt van geluk, bedankt iedereen, heeft de avond van haar leven, het andere zit al van tevoren met een verwend gezicht te mopperen dat ze niet weet waar haar Gucci-schoenen zijn. „Die heeft je moeder, lieverd”, zegt Daddy onderdanig. Of hij die dan maar even wil gaan halen, en neem ook mijn tasje mee, ik ben hier bezig. Dad doet het. Dat meisje vindt het feest achteraf niets bijzonders. Ze is blijkbaar teleurgesteld in iets, maar ze lijkt nu al ongeneeslijk ontevreden.

Natuurlijk is ‘jeugd’ niet eenvormiger dan welke andere leeftijdsgroep ook, dus het is een onzincontrast. Maar de meidagen naderen en dan ga je makkelijk rare verbanden leggen, zeker voor de televisie, waar alles min of meer tegelijk komt.