Van een ijskoude hel naar de bloedhitte van Florida

Cynthia Ozick: De Sjaal. Vertaald door Mea Flothuis. Atlas/Houtekiet, 93 blz. € 14,95

Mag je literatuur maken van de Holocaust? De joods-Amerikaanse schrijfster Cynthia Ozick (1928) vond van niet, zei ze in een interview, maar kon het niet laten. In 1980 verscheen in The New Yorker haar korte verhaal The Shawl. Een impressionistische vertelling over twee joodse vrouwen in een onbestemd concentratiekamp. Eén van beiden, de Poolse Rosa, draagt een zuigeling bij zich, aan het zicht onttrokken door een grote sjaal. Wanneer haar borsten geen melk meer geven, zuigt baby Magda op deze ‘magische sjaal’. Magisch, want het meisje komt niet meteen van honger om. Ze blijft zelfs zo lang in leven dat ze haar eerste stapjes nog weet te zetten.

Al had Ozick afgezien van de uiteindelijk gitzwarte afloop van het verhaal, dan nog was haar proeve van Holocaust-proza zijn benauwende karakter niet kwijt. De lezer zit opgesloten in het hoofd van Rosa, een manische en misschien wel geesteszieke vrouw, die zich op haar beurt bevindt in een ijskoude hel op aarde waar een ‘asbespikkelde wind’' waait. Het verhaal doet in zijn barre beknoptheid de gruwelijkheid van de Endlösung der Judenfrage zeker eer aan. Maar wat voegt het verhaal toe?

Het is daarom goed dat Ozick het drie jaar later onder de titel Rosa een eigenzinniger vervolg gaf, in hetzelfde tijdschrift. Samengevoegd als The Shawl werden de twee verhalen in 1989 in boekvorm uitgegeven, nu vertaald als De Sjaal. De lezer zit opnieuw opgesloten in het hoofd van Rosa, nu een oude vrouw die net haar antiekwinkeltje in New York kort en klein heeft geslagen. Weggevlucht huurt ze, op kosten van nicht Stella, een kamer en toilet in Florida, ditmaal dus een bloedhete hel, te midden van talloze uitgebluste pensionado's.

Haar waanzin heeft zich dertig jaar later ten volle geopenbaard. Magda, de zuigende baby van weleer, is wonderwel terecht gekomen als hoogleraar Griekse filosofie aan de Columbia University, ware het niet dat iedereen Rosa vertelt dat dit onmogelijk is, aangezien haar dochter als peuter omkwam in de oorlog. Het is dus te veel gezegd dat Ozick lucht heeft toegelaten in alle tragiek. Toch is het vervolgverhaal rijker van betekenis en reliëf als het voorzichtig raakt aan Rosa’s joodse antisemitisme, aan de wetenschappelijke belangstelling voor overlevenden en aan de vraag wie Magda ooit heeft verwekt – en dat in de stilistische precisie en beheersing waar Ozick bekend om staat. Aan het slot gekomen van de novelle, had je graag gezien dat ze er een roman van had gemaakt.