Toch nog een parel voor Kroon

Na weken vol pech won wielrenner Karsten Kroon gisteren dan toch een voorjaarswedstrijd.

Drie maanden leefde Karsten Kroon volledig voor de wielersport, om in de voorjaarsklassiekers te kunnen uitblinken. De 32-jarige Drent had pech in de Ronde van Vlaanderen, kreeg kramp in de finale van de Amstel Goldrace, viel hard in de Waalse Pijl, eindigde afgelopen zondag met een blessure als zeventiende in Luik-Bastenaken-Luik en reed daarna volledig uitgeput naar huis. Alle moeite voor niets? Toch vond hij ergens nog de kracht om door te zetten en gisteren voor de tweede keer in zijn carrière te winnen in Rund um den Henninger Turm, een semiklassieker in Duitsland.

De zege van Kroon kwam niet alleen voor hemzelf op een onverwacht moment. Zijn Deense ploeg CSC was in Frankfurt met slechts vijf renners aan de start gekomen, van wie er drie niet fit waren. Met zijn Luxemburgse ploeggenoot Andy Schleck, samen met broer Frank uitblinker in Luik-Bastenaken-Luik, maakte de Nederlander deel uit van een kopgroep waarin de Duitse ploeg Gerolsteiner het sterkst was vertegenwoordigd. De tactiek van Kroon was simpel en effectief. In de eindsprint bergop, zijn specialiteit, versloeg hij de Italiaanse routinier Davide Rebellin (Gerolsteiner) en de Colombiaanse klimmer Mauricio Ardilla (Rabobank) met gemak. „Eigenlijk kon ik de sprint niet verliezen”, zei hij na afloop tegen persbureau ANP. „Andy Schleck trok de sprint op 400 meter van de streep aan. Toen ik goed op snelheid zat, ben ik vol aangegaan. Super.”

De Duitse semiklassieker, die dit jaar mogelijk voor het laatst werd verreden omdat hoofdsponsor Henninger stopt, past goed bij de erelijst van Kroon. Hij won in negen profseizoenen niet veel, maar zijn zeges waren vaak wel van hoge kwaliteit. Twee jaar na zijn profdebuut bij Rabo won hij in Zwitserland de prestigieuze GP Kanton Argau Gippingen. Een jaar later volgde een nieuwe parel, toen hij met hulp van ploeggenoot Erik Dekker de sterkste sprinter was in de Touretappe naar Plouay. En in 2004 versloeg hij in de Henninger Turm onder zware weersomstandigheden de Duitse favoriet Danilo Hondo.

Kroon hoopte vervolgens op een beschermde rol in de grote klassiekers, maar kon niet uit de schaduw treden van kopmannen Michael Boogerd, Erik Dekker en Oscar Freire. „Ik ben klein gehouden door Rabobank”, concludeerde hij na de Goldrace in 2005. Het jaar erop reed hij voor de CSC-ploeg van Bjarne Riis. Naar buiten toe gaf hij hoog op van de kwaliteiten van de Deense ploegleider. Maar intussen vroeg hij al in 2006 aan Boogerd of hij kon terugkeren naar Rabo.

Ook bij CSC groeide Kroon nog niet uit tot kopman. Wel heeft hij inmiddels zijn weg gevonden. De charismatische Riis is zijn kompas voor de training, het voorjaar de periode waarin hij alles doet en laat voor het wielrennen. Onlangs gaf hij in een interview aan zich nooit beter te hebben gevoeld dan nu, vooral ook omdat de wielersport in zijn ogen schoner is dan ooit. Sinds een ritzege in de Spaanse etappekoers Castilla y Leon eind maart voelde Kroon zich in topvorm. Gisteren kon hij die vorm uiteindelijk toch nog verzilveren.