Taartjes bakken

Rintje en Henriette spelen in de zandbak. Ze gaan taartjes bakken, van zand.

„Ik wil de koekbotjesvorm”, zegt Rintje.

„Dan neem ik de saucijzenbroodjesvorm!” zegt Henriette.

„Het lukt niet”, zegt Rintje al snel. „Als ik mijn vormpje omdraai valt het zand eruit!”

„Je moet dieper graven”, zegt Henriette. „Onder in de zandbak is het zand een beetje vochtig, als je dat goed in de vorm duwt, lukt het wel.”

Als Rintje door heeft hoe het moet bakt hij een heleboel zandkoekjes.

„Met het droge zand maak je suikerpoeder”, zegt Henriette. „Kijk maar.”

„Wat zijn jullie aan het doen?” vraagt Tobias.

„We gaan een zandkasteel bouwen, doe je mee?” zegt Henriette.

„En we hebben van mama lekkere koekjes gekregen”, zegt Rintje. „Wil je er eentje proeven?”

Tobias gaat met zijn snuit naar een koekbotje, snuffelt eraan en neemt een hap.

„Bah!” schreeuwt hij en hij spuugt het koekje meteen weer uit.

„Het is een zandkoekbotje!” lachen Rintje en Henriette