Staren naar een stuk kaas

De ster van de allereerste webcam was een koffiepot. Inmiddels heeft de webcam bereikt waar de filmcamera altijd al naar heeft gestreefd. De webcam maakt een oneindige, ongemonteerde film mogelijk, een eeuwige film.

Sinds mensenheugenis zijn mensen bezig zichzelf en hun wereld vast te leggen. Het is een project waaraan steeds fanatieker wordt gewerkt en dat met de komst van internet in een stroomversnelling terecht is gekomen. Je kunt in ieder geval van vooruitgang spreken, van de allereerste grottekeningen tot Google Earth. Soms lijkt de technologische progressie van potlood tot camera tot internet geheel gericht op die ene belangrijke taak, alsof het onbewust deze opdracht is die het leven zin geeft. Als er buitenaards leven bestaat, dan zien de marsmannetjes dat misschien als ons grootste streven: een volmaakte reproductie van de wereld, een perfecte kopie van alles wat bestaat. Het is vast niet zo, maar schijn bedriegt, en bedriegt steeds meer. Wat moeten al die vakantiekiekjes, films en televisie, al die websites en facebooks en bewakingscamera’s anders betekenen? Gaat heen en reproduceer u.

Binnen deze ontwikkeling

is een grote stap voorwaarts gezet door de webcam. Deze maakt het mogelijk een leven geheel te volgen. Niet alleen de hoogte-, maar ook de dieptepunten, en misschien vooral alles daartussen: de momenten waarin niets of bijna niets gebeurt. Een mailtje lezen. Televisie kijken. Je haar kammen. 24 uur per dag, zeven dagen per week. Niet alleen in het openbaar dus, maar juist privé, thuis, op momenten dat er verder niemand is. Je hoeft niets bijzonders te doen en je hoeft er niet beroemd voor te zijn. In het begin kon je er zelfs beroemd mee worden. De webcam heeft nog maar een korte geschiedenis en wordt al weer aangevuld door andere uitvindingen die de droom van de perfecte reproductie nog dichterbij brengen. Maar het fenomeen is belangrijk genoeg om bij stil te staan. De webcam heeft de verhouding tot privacy behoorlijk veranderd. Niet omdat je vroeger niet intiem kon zijn met andere mensen. Alleen, die waren meestal verzonnen: Madame Bovary. Frits van Egters. Scarlett O’Hara. Travis Bickle. Met zulke personages kon je je in één ruimte bevinden zonder dat ze het wisten, terwijl ze onbekommerd hun kousen aantrokken, in hun neus peuterden, in de spiegel keken. Zo intiem ben je zelfs niet met je beste vrienden.

Vroeger, in de pre-internet prehistorie, kon je alleen met andere mensen alleen zijn via de omweg van de kunst. Nu zijn romans en films niet meer nodig om intiem te zijn met een onbekende. Schrijvers, regisseurs, acteurs en andere tussenpersonen hebben door de webcam hun monopolie verloren. Zoiets wordt vaker gezegd over televisie en internet: de macht van de oude media is tanende omdat mensen via internet hun eigen kanalen kunnen kiezen. Eliminate the middleman. Maar de oude kunsten worden er ook door aangetast.

Het begon allemaal met een koffiepot. Een koffiezetapparaat was in 1993 de ster van de allereerste webcam. Toen moest je nog uitleggen wat dat was, een webcam, zoals ook email nog definitie behoefde. De webcam is een camera die beelden naar een computer zendt die aangesloten is op internet. Niet veel later is het woord ook een synoniem geworden voor het uitzenden van die beelden. Nu is het ook een werkwoord.

De eerste webcam had een duidelijk doel: zien of er nog koffie was. Het koffiezetapparaat bevond zich in de Trojan Room van de faculteit voor computerwetenschappen van de universiteit van Cambridge. Het gebouw was groot en de studenten wilden niet steeds voor niets de trap af. Ze richtten in 1991 een digitale camera op de pot en sloten die aan op hun computers. Twee jaar later werden de beelden aangesloten op het world wide web. De pot werd al snel gezien door miljoenen internetgebruikers en kreeg een naam. De Trojan Room Coffeepot werd in 2001 geveild op Ebay en is nu te zien op de website van de nieuwe eigenaar, het Duitse tijdschrift Der Spiegel online.

Dat de webcam van de koffiepot zo vaak is bekeken, zou op het eerste gezicht bewijzen dat mensen ervan houden naar saaie dingen te kijken. Maar die eerste webcam was eerder een belofte. Als je naar een koffiepot in Cambridge kon kijken, wat zou er dan nog meer mogelijk zijn?

Inmiddels zijn er over de hele wereld duizenden zo niet miljoenen webcams. In vijftien jaar is de webcam geëxplodeerd, geeft toegang tot een soort parallel universum waarin van alles te zien is wat ook in de gewone wereld waargenomen kan worden.

De belofte werd voor het eerst ingelost door Jennifer Ringley, een twintigjarige studente uit Harrisburg, Pennsylvania. Ringley sloot in 1996 een webcam aan op de computer in haar kamer en al snel had ze miljoenen hits per week. Mensen konden alles zien wat ze deed: haar haar kammen, met haar dieren spelen, naakt door de kamer lopen op weg naar de douche, vrijen met haar vriendje. Live, ongemonteerd, in real time. Als Jenni sliep, zag je haar slapen. Al snel was ze niet meer de enige web- of lifecam. Overal ter wereld rusten mensen hun computer uit met een camera. En mensen keken ernaar, hoewel er nu misschien meer webcams zijn dan mensen die ernaar kijken. Voyeurisme is voor het eerst in de geschiedenis gepasseerd door zijn complement, exhibitionisme. Er zijn meer mensen die bekeken willen worden dan die kijken.

Het succes van de Jennicam waaierde ook uit naar andere media. Voor films als The Truman Show en televisieprogramma’s als Big Brother (1999) en alle daarop volgende reality tv is Ringley een inspiratiebron geweest. Maar de Jennicam is niet alleen een begin-, maar ook een eindpunt geweest.

De webcam heeft een oude droom

van de avant-garde doen uitkomen. Het is jammer dat Andy Warhol deze uitvinding niet meer heeft meegemaakt. Met films als Empire (1964) een acht uur durend shot van het Empire State Building, en Sleep, een bijna zes uur durende opname van een slapende man, is hij er een duidelijke voorloper van. Maar de webcam is voor meer kunstenaars dan Warhol een droom geweest.

Je zou kunnen zeggen dat de webcam de vervulling is van het oude streven naar zoveel mogelijk realisme in de kunst. Ook iemand als de Italiaanse neorealist Cesare Zavattini, onder meer de scenarist van Fietsendieven, zou er blij mee zijn geweest. Volgens Zavattini bestond de ideale neorealistische film uit negentig ongemonteerde minuten uit het leven van de gemiddelde arbeider.

Die film is nooit gemaakt. Misschien omdat negentig minuten te kort zijn voor de weergave van een leven. Ook Andy Warhol heeft weinig navolging gekregen. Er draaien niet veel films in de bioscoop waarin urenlang geslapen wordt. Op internet gebeurt het wel. 24 uur, elke dag, elke week, elk jaar, een leven lang. De langst lopende lifecam, anacam van Ana Voog, loopt nu al elf jaar, en Voog is niet van plan er mee op te houden (Jennifer Ringley deed dat wel in 2001). Honderden Zavattini-films. Duizenden Sleeps. Miljoenen Empires.

De vergelijking gaat mank, natuurlijk. Want het internet is geen bioscoop. Niemand ziet alle beelden die door een webcam worden uitgezonden. De kijkers kijken af en toe, de een langer dan de ander, de een vaker dan de ander. Je zou daarom kunnen zeggen dat de droom van het ene medium in een ander medium is uitgekomen. De webcam heeft waargemaakt waar de filmcamera naar streefde.

Daarmee heeft de droom wel iets van zijn glans verloren. Het is de kunsten nu eenmaal eigen te proberen te ontstijgen aan de beperkingen die hen eigen zijn. Schrijvers willen beeldend schrijven, schilders beweging schilderen. De webcam maakt een oneindige, ongemonteerde film mogelijk, een eeuwige film.

De webcam wordt inmiddels al lang niet meer alleen als lifecam gebruikt. Het apparaat heeft talloze praktische toepassingen gevonden. Prostitutie heeft de hoogste vlucht genomen. Een pooier of een bordeel zijn niet meer nodig, klant noch product hoeven hun huis meer uit. Wie betaalt, kan alles op zijn scherm krijgen, live, en desnoods 24 uur.

Andere praktische wensen zijn gratis te vervullen. Je kunt zien of er sneeuw op de piste ligt, of er een file staat bij knooppunt Oudenrijn, of oma’s nieuwe kapsel haar goed staat. Er zijn webcams gericht op vulkanen en winkelstraten, op kantoren en crèches, op vissenkommen en vogelnesten. Behalve lifecams zijn er trafficams, nannycams, catcams, chatcams. Het duurt vast niet lang meer of overal zijn voortdurend beelden van. Het einde van de geheime taak van de mensheid komt in zicht.

De gekste dingen kunnen ondertussen nog steeds sterren worden tijdens de vervulling van deze verborgen agenda. Vorig jaar was het bijvoorbeeld een stuk kaas, de cheddar Wedginald, die op een plank tussen allemaal andere cheddars lag te rijpen. De cheddar in West Country Farmhouse in Engeland werd een beroemdheid omdat er 24/7 een camera op hem gericht was.

Misschien is de saaiheid die ik de koffiepot verweet op het internet geen probleem. Door geen uren achter elkaar, maar steeds even te kijken, kan iets spannend blijven. En anders is er op You Tube wel een samenvatting te zien.

De webcam zelf is intussen ook veranderd. Na de vage zwart-wit foto’s uit het begin die slechts een paar keer per uur ververst werden is er nu live streaming video. En ging het vroeger vooral om een of meer statische camera’s die altijd op dezelfde plek gericht waren, nu is de webcam mobiel geworden. Hij gaat met zijn baasje mee naar buiten. De lifecam trekt de wijde wereld in. Na pionier Steve Mann is Justin Kan een van de bekendste beoefenaars van dit genre. Hij begon vorig jaar justin.tv, een internetsite waar niet alleen zijn avonturen met de wireless wearable webcam te volgen zijn, maar ook die van talloze anderen. Kijk mee door de voorruit van een vrachtwagen die de B-wegen van Amerika doorkruist.

Ook voor dit genre zijn voorlopers

aan te wijzen in de filmgeschiedenis. De meeste films bevatten wel een paar point of view shots, opnames vanuit het gezichtspunt van de hoofdpersoon. Er is ook een hele point of view film, The Lady in the Lake, een thriller uit 1947. Het gezicht van hoofdrolspeler Robert Montgomery was alleen te zien als hij in de spiegel keek. ‘De grootste revolutie in filmstijl sinds de geluidsfilm’, adverteerde MGM. Maar The Lady in the Lake is een eenling gebleven. Pas met de webcam is er een vervolg. Wat in het ene medium een experiment blijft, wordt in het andere gemeengoed.

Een curieus verschijnsel is dat de lifecam weinig kunst heeft opgeleverd. Er is wel veel internetkunst, maar lifecamkunst is er nauwelijks. Misschien zijn kunstenaars daar niet nodig. De webcam werkt op een terrein waar de kunst vroeger het rijk alleen had.

In kunst kwam je dichterbij andere mensen dan in het echt mogelijk was. In romans en films kon je je verplaatsen in het leven van anderen. Dit is zo’n belangrijk aspect van kunst dat het in definities of pogingen daartoe vaak naar voren komt. Je kunt het ook zo zeggen: vroeger was kunst nodig om werkelijk intiem te zijn met onbekenden, om hun privacy te delen. Je inleven in een ander, je in een ander verplaatsten, meemaken wat hij meemaakt, dat kon in kunst. Alleen daar kon je in bed liggen met iemand die je niet kende, mee naar de wc. De webcam heeft dat aspect van kunst overgenomen. Zoiets is wel eerder gebeurd. De fotografie heeft de kunst ook van een aantal taken beroofd, of bevrijd. Waarna er ruimte kwam voor andere dingen. En nu is fotografie soms zelf kunst. Dat zou ook met de webcam kunnen gebeuren. De verveling neem je nu nog op de koop toe. Voor een volmaakte weergave van de wereld maakt het niet uit of iets kunst is of niet. Als het maar gebeurt. Als de geheime agenda maar wordt vervuld. Een reproductie van de hele wereld mag best saai zijn.