Slecht werk van Europese Centrale Bank

De lage reële rentestanden uit het verleden eisen dezer dagen een hoge tol, zowel in de eurozone als in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Net als haar grootste Engels sprekende branchegenoten heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de kortetermijnrente tussen 2003 en 2006 lager of dichtbij het inflatiepercentage gehouden, waardoor de jaarlijkse toename van de geldhoeveelheid in de dubbele cijfers is beland. De geldgroei is nog steeds niet ingedamd en de inflatie is uit de hand gelopen.

In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië heeft dit soepele monetaire beleid ervoor gezorgd dat de huizenprijzen omhoogschoten. Ook in delen van de eurozone – Spanje, Ierland en in zekere mate Frankrijk – zijn vastgoedzeepbellen een probleem, maar de Duitsers wisten hun voeten aan de grond te houden. Toch heeft ook het Duitse gezond verstand de eurozone niet kunnen behoeden voor de ergste consumentenprijsinflatie sinds jaren.

De oogst van deze prijsstijgingen is een sombere stemming onder de consumenten, die hun budget onder druk gezet zien. Het consumentenvertrouwen in Frankrijk is zojuist naar een twintigjarig dieptepunt gekelderd en ook in Italië, dat vertrouwd is geraakt met frequente oprispingen van politiek geïnspireerde depressies, staat het consumentenvertrouwen op het laagste punt in vier jaar.

De Duitsers houden vooralsnog het hoofd rechtop, maar voor de gehele eurozone daalde een index van de Europese Commissie, die de stemming onder consumenten peilt, in april naar het diepste niveau sinds 2005. Deze daling was des te opvallender omdat de werkloosheid in de eurozone met 7,1 procent historisch laag is.

De door de inflatie veroorzaakte inzinking van het consumentenvertrouwen begint zich in de winkelverkopen te weerspiegelen. Een detailhandelsindex voor de eurozone liet in april een recorddaling zien naar het laagste peil sinds de index in januari 2004 werd vastgesteld. De groei in de eurozone, die toch al schade lijdt van de sterke euro en de afnemende exportgroei, lijkt op een scherpe daling af te stevenen.

Voor de ECB, die het roer van de Bundesbank als Europa’s monetaire anker heeft overgenomen, betekent dit alles een slecht rapportcijfer. De bank heeft haar werk niet goed gedaan. Hoewel de inflatie in de eurozone in april is gedaald naar 3,3 procent, van 3,6 in maart, staat zij nog steeds ver boven het beoogde niveau van minder dan 2 procent. Aanhoudende inflatie en duurzame inzinking: dat lijkt helaas het resultaat van de inspanningen van de ECB.