Rotterdams rumoer

Over het algemeen gaan de mensen naar een museum voor datgene waarvan ze weten dat het beroemd is, wat ze van de plaatjes kennen, en wat ze nu in het echt zullen gaan zien, eventueel samen met andere meesterwerken van dezelfde kunstenaar of uit dezelfde school of periode. Dürer, Rembrandt, Van Gogh, Picasso. Ik onderschat de sensatie niet. Een meesterwerk ‘in het echt’ zien kan een gevoel van diepe bewondering veroorzaken, maar de aanblik op zichzelf is geen verrassing.

En nu zijn er een paar musea, die ook wel een bewonderenswaardige vaste collectie hebben, maar die zich bovendien toeleggen op het tonen van artistieke verrassingen. Het Stedelijk Museum in Amsterdam onder leiding van Willem Sandberg is een groot voorbeeld. Het Museum of Modern Art en het Centre Pompidou horen in deze categorie. En sinds het directeurschap van Wim Pijbes de Kunsthal in Rotterdam. Als ik daar in de buurt ben, ga ik erheen. Altijd is er een verrassing. De laatste was een extra grote, de tentoonstelling van machines van Jean Tinguely. Om een van die kunstwerken naar binnen te halen, moest een gat in het dak worden gemaakt. Het schetst de onorthodoxe ondernemingslust van de directeur. Het vorig jaar trok de Kunsthal 200.000 bezoekers onder wie 60.000 kinderen. Zo’n eerste museumbezoek vergeet je je leven niet.

Toen kwam vorige week de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Die had belangrijk rekenwerk verricht, was tot de slotsom gekomen dat er grote tekorten waren en adviseerde de Kunsthal te sluiten. Daar kwam het op neer.

Het is ongeveer alsof je de koningin laat weten dat ze moet verhuizen omdat het kabinet tot de conclusie is gekomen dat de tuinman niet meer kan worden betaald. Hoe goed kan ik begrijpen dat directeur Pijbes uit zijn vel sprong.

Wel wordt hij binnenkort directeur van het Rijksmuseum, maar zijn Kunsthal is vijftien jaar levenswerk. Over het denkbeeld van de RRKC was intussen in de stad groot rumoer ontstaan. Burgemeester Opstelten en de wethouder van Cultuur, Orhan Kaya trokken partij voor de bedreigde instelling. Het onheil zal ook wel worden afgewend, denk ik. Maar is het daarmee een storm in een glas water?

Wat de RRKC voor zijn rekening heeft genomen, is in zeker opzicht symptomatisch. Het opheffen van de Kunsthal, een prachtig, onorthodox en toegankelijk gebouw, ontworpen door Rem Koolhaas, zou de vernietiging van een artistieke traditie betekenen. En waarvoor zou de vrijgekomen ruimte dan worden bestemd? Een parkeergarage, de nederzetting van de supermarkt, een luxehotel. Zo’n soort vestiging.

De RRKC heeft met zijn advies laten blijken deelgenoot te zijn in de nonchalance waarmee kunstinstellingen in het algemeen kunnen worden behandeld. Het is een wat andere problematiek, dat geef ik toe, maar ik zou ook wel weer eens in een voltooid Rijksmuseum willen rondlopen, en in het vernieuwde Stedelijk de vertrouwde collectie willen zien.

Wim Pijbes komt op 1 juli naar Amsterdam. Ik hoop van harte dat hij de Kunsthal onbeschadigd aan zijn opvolger overdraagt en dat hij in wat dan zijn Rijksmuseum zal zijn, eens een tentoonstelling zal wijden aan de werken van Simon Stevin (1548-1620), met een werkend model van zijn zeilwagen.