Puinafzettingen

Zuchtend aanschouw ik elke avond de restanten van de dag. Natuurlijk, de blokken zitten weer in de doos, de plakkaatverf staat weer in de kast, tucht en opruimen horen erbij. Maar dan blijft er – in mijn huishouden – nog een divers aanbod aan curiosa over. Glaasjes met zieltogende paardenbloemen, kapotte elektrische apparaten die zoon voornemens is uit elkaar te halen, halfafgemaakte liefdesbrieven, mini-dierentuinen met slakken en wormen. Allemaal spullen die niet zonder slag, stoot of tranen kunnen worden weggegooid. Als ik niet oppas, vormen deze puinafzettingen binnen een paar dagen een hooggebergte dat met geen pikhouweel meer te bedwingen is. Er zijn mensen die opgewonden raken van tijdschriften vol aangeharkte tuinen. Anderen spenderen hun maandsalaris aan glossy’s vol heuploze vrouwen. Zelf grijp ik bij het tijdschriftenrek altijd naar de bladen vol durch-gestylde huizen. Kwijlend blader ik pagina na pagina door opgeruimde overzichtelijkheid. Die lege badkamer met alléén dat rustgevende bad, geen vieze onderbroek of badjas te bekennen. Lege ruimtes. Lege tafels. Soms een enkel, hip gekleed, vlekloos kind in beeld. Soms decoratief speelgoed in de kast. Nergens bergen ongelezen kranten of afzichtelijke, geel-paarse kindercomputers. Maar natuurlijk slaat het gekwijl al bladerend om in irritatie. „Wie wóónt er nou in zo’n huis?” Zoals de glossy lezer waarschijnlijk af en toe vertwijfeld uitroept: „Wie hééft er nou zo’n kont?” Enige tijd geleden werd de discussie gevoerd of er niet een verbod moest komen op het fotoshoppen van modellen. Of er niet op z’n minst een waarschuwing bij moet: „In werkelijkheid heeft dit fotomodel – net als u – pukkels en putten.”

Ik wil graag pleiten voor dezelfde maatregelen op woonstyling-gebied. Gewoon een tekstje: „Voordat onze styliste het pand betrad, was deze kamer een puinzooi en de grote kandelaar staat daar alleen om een tomatensausvlek aan het oog te onttrekken. Of een foto ernaast van hoe de ruimte er uitzag voordat de dames en heren van Elle-wonen aan de slag gingen. „Puin! De eerste openhartige woonglossy.” De tijdschriftenmarkt mag dan overvol zijn, ik zie mogelijkheden.

Roos Ouwehand