Op het rood-witte schaakbord van Kroatië

Guido Snel: Mr. Lugosi’s butler. De Arbeiderspers, 278 blz. € 17,95

‘Alleen in de roman kan het Westen de illusie koesteren dat het nader tot het Oosten komt’, zei Guido Snel onlangs op een literaire avond in Amsterdam. De 35- jarige vertaler Servo-Kroatisch (van onder meer Danilo Kis en Alexander Tisma) heeft de daad bij het woord gevoegd en situeert zijn nieuwe roman in het Bosnië van tijdens en na de Joegoslavische burgeroorlog. Je zou van een breuk met zijn eerdere werk kunnen spreken, als Mr. Lugosi’s butler niet getuigde van dezelfde verbeeldingskracht als de novelle Op drift (1999, over twee ballonvaarders van de geest) en dezelfde gebeitelde stijl als de dubbelroman De dichter en de dief (2004, over een 17de-eeuwse koopman en een 20ste-eeuwse schrijver).

Mr. Lugosi’s butler heeft twee hoofdpersonen. De ene is de Bosnische ex-taxichauffeur Nermin die, getraumatiseerd door de Joegoslavische oorlog en teleurgesteld in Europa, eindigt als huisknecht van een New-Yorkse nazaat van de griezelfilmster Bela Lugosi; de andere is de vertaler Dorn, die een tobberig bestaan leidt als tolk bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dorn ontmoet Nermin op de dag van diens getuigenis tegen een Kroatische oorlogsmisdadiger, en wordt later door Nermin per telefoon overgehaald om zijn levensverhaal – ‘over een verloren geliefde en een aan flarden gesloten leven’ – literair vorm te geven. Als inwoner van het ooit zo multiculturele plaatsje Most (naar het beroemde Mostar) werd hij op het dieptepunt van de burgeroorlog gescheiden van zijn islamitische vriendin Jasmina. Wat er met haar gebeurd is weet hij niet, maar het is aan Dorn ‘om het unieke en onherhaalbare van die geschiedenis over te brengen’.

Daartoe gaat Dorn naar Bosnië, maar voordat hij Nermin uitgebreid kan spreken, verdwijnt die spoorloos in het door fanatieke nationalisten bevolkte binnenland. De dubbele zoektocht die daarna volgt, en die door Guido Snel op een slimme manier fragmentarisch en door de tijd heen schietend wordt verteld, krijgt een verrassende ontknoping, die je allesbehalve een happy ending mag noemen. Het motto van de roman, ontleend aan Tuin, as van Danilo Kis, echoot lang na: ‘men kan niet zijn hele leven de rol van slachtoffer spelen zonder er ook een te worden.’

Mr. Lugosi’s butler wil meer zijn dan een roman over één (Romeo & Julia-achtig) verhaal uit de Bosnische oorlog. Snel is in de eerste plaats geïnteresseerd in het kwaad, dat in de Balkanoorlog ‘de vrucht was van etnische haat, een eik van honderden jaren oud met wortels tot in de hel.’ Zijn hoofdpersoon krijgt er geen greep op, en dat frustreert hem. ‘Het kwaad kwam toch ergens vandaan?’ denkt Dorn als het proces tegen de Kroatische warlord voortkabbelt. ‘De hele Haagse vertoning was carnaval, met schertsfiguren op gespleten hoeven die je met zwavelscheten schrik aanjoegen.’

Een belangrijke rol in de roman is weggelegd voor Dokter Ivan Kisa, zetter van benen en spalker van zielen, die Dorn verpleegt als hij is mishandeld door nationalisten in voormalig Joegoslavië, en die hem lessen leert als: ‘Misdaad en kwaad zijn een gegeven, passiviteit is een zonde’ en ‘De hel, dat zijn de anderen. Nee, de duivel bestaat natuurlijk niet. Er is alleen maar pech en ongeluk.’ Het zijn clichés die in het geheel van de roman uit de toon vallen, en die scherp contrasteren met de subtiele manier waarop Snel de morele twijfels van Dorn en het schuldeloze opportunisme van Nermin weergeeft.

De dokter, die boekig praat en uiteindelijk een suicide note schrijft die op z’n zachtst gezegd uitleggerig overkomt, is de minst overtuigende figuur in Mr. Lugosi’s butler. Dat stoort des te meer omdat hij de moraal van de roman lijkt te verwoorden. Jammer, want voor het overige vertelt Snel een sterk verhaal dat niet alleen een pregnant beeld geeft van Bosnië in de afgelopen decennia, maar dat ook uitblinkt door mooie zinnen en flink wat humor. Die humor is vaak zwart, bijvoorbeeld als Dorn spreekt over de ‘viersterrenlocaties in de Lonely Planet van de Bosnische oorlog’, of over de Kroatische vlag als ‘het bekende rood-witte schaakbord, waarop zo vele pionnen het leven hadden gelaten’. Maar brengen dat soort terloopse zinnetjes brengen je dichter bij de Joegoslavische tragedie dan de Grote Zegsels van Dokter Kisa.