Oorlog in Sri Lanka bloediger dan Darfur

De kritiek van het Westen op mensenrechtenschending in Sri Lanka neemt toe.

De regering van Sri Lanka zoekt daarom steeds meer vrienden in de regio.

Sri Lanka heeft een nieuwe beste vriend. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad zegde maandag tijdens zijn bezoek aan het eiland 1,2 miljard euro aan zachte leningen en donaties toe, het grootste hulppakket dat Sri Lanka momenteel ontvangt. Met dat geld wordt de enige olieraffinaderij van het land uitgebreid, een project voor irrigatie en waterkracht betaald en Iraanse olie gekocht. „Er zijn geen voorwaarden aan verbonden”, zei minister van Buitenlandse Zaken Palitha Kohona dinsdag opgetogen tegen de BBC.

De regering van president Mahinda Rajapaksa kan het geld goed gebruiken. De economie is de afgelopen jaren met 7 procent gegroeid, maar de oorlog tegen de Tamil Tijgers kan door de onverwacht sterke tegenstand in de afgelopen maanden gemakkelijk duurder uitpakken dan de één miljard euro die er dit jaar voor is uitgetrokken. Rajapaksa heeft er zijn missie van gemaakt om de rebellen, die sinds 25 jaar vechten voor een Tamil-thuisland, dit jaar definitief te verslaan in het noorden.

De dodentallen die de beide partijen dagelijks opgeven van de strijd aan het noordelijke front zijn onbetrouwbaar, maar duidelijk is dat zij steeds verder oplopen. Een overzicht van de afgelopen week: dinsdag en woensdag werden 34 rebellen en een soldaat gedood bij Vavuniya, in het weekeinde waren er 42 doden bij gevechten op verschillende plaatsen. Vorige week woensdag sneuvelden volgens militaire bronnen 165 soldaten en een onbekend aantal Tijgers bij Muhamalai, waar het leger 400 meter op de rebellen veroverde. Ook buiten het gebruikelijke oorlogsgebied vielen slachtoffers. Vrijdag kwamen 26 personen om toen in Colombo een bom ontplofte in een bus, vermoedelijk het werk van de Tijgers. Zondag maakte de politie een tweede bom onschadelijk.

Het totale – grof geschatte – dodental sinds het begin van het jaar komt volgens de database South Asia Intelligence Review op ruim 3.700, waardoor de oorlog momenteel minstens zo bloedig zou zijn als het conflict in Irak, en bloediger dan de strijd in Darfur en Afghanistan.

Westerse landen zijn al jaren kritisch over de Tamil Tijgers – die op de terreurlijsten van de Verenigde Staten en de Europese Unie staan – maar uiten nu ook hardere beschuldigingen jegens de regering, die in januari het staakt-het-vurenakkoord van 2002 vaarwel zei. De VS spraken vorige maand in hun jaarlijkse mensenrechtenrapport over „talrijke meldingen” van aanvallen tegen burgers, marteling en ontvoering door leger, politie en paramilitaire groepen. Aan het einde van het vorig jaar waren er volgens de Amerikanen vrijwel dagelijks executies zonder proces op het noordelijke schiereiland Jaffna, meestal uitgevoerd door militaire inlichtingendiensten of paramilitairen. Onlangs vertrok de groep van internationale waarnemers die moest toezien op het onderzoek van de regering naar mensenrechtenschendingen, wegens „een gebrek aan politieke wil” in Colombo.

Zulke geluiden waren niet te horen bij het bezoek van Ahmadinejad, die maandag in Colombo onthaald werd door bijna het voltallige kabinet van vijftig ministers. „Vrede en ontwikkeling kunnen alleen duurzaam zijn in een atmosfeer waar veiligheid en gerechtigheid de boventoon voeren”, zei hij tijdens een bezoek aan de olieraffinaderij, waarvan de productie met Iraanse steun verdrievoudigd moet worden. Het werd opgevat als impliciete steunbetuiging aan het offensief van het leger.

Rajapaksa zoekt zijn bondgenoten steeds meer in de regio. In de afgelopen anderhalf jaar bezocht hij India, Pakistan en Iran, en China zelfs twee keer. „Wij Aziaten hanteren een andere methode van diplomatie dan westerse landen”, zei minister Kohona. „Aziaten intimideren elkaar niet vanaf openbare spreekgestoelten. Ze zijn meer bereid tot steun, en geven minder gratuit advies”, aldus de minister, die wees op de hulp van China.

„De regering wil de internationale gemeenschap zo laten weten dat zij andere opties heeft” dan de gebruikelijke donorrelaties met westerse landen, verklaarde directeur Saravanamuttu van de denktank Center for Policy Alternatives. Hij waarschuwde dat Sri Lanka het Westen ook te veel van zich kan vervreemden. Daarmee heeft het nog altijd de belangrijkste handelsrelaties. Kohona benadrukte gisteren dan ook dat Sri Lanka „met alle landen bevriend is.” Met Aziatische landen is het slechts „cultureel meer verbonden”.