‘Ons werk levert altijd stof tot nadenken op’

Dansensemble Club Guy & Roni van Guy Weizman en Roni Haver roept in zijn voorstellingen morele en filosofische vragen op. „Het publiek wordt misschien soms boos op ons werk.”

Choreografen Roni Haver (links) en Guy Weizman van Club Guy & Roni Foto Karel Zwaneveld 28-04-2008. Groningen. Nederland. Portret van dans en Choreografen-duo van Club Guy (Weizman) & Roni ( Haver). Foto : Karel Zwaneveld Zwaneveld, Karel

Op tafel in de repetitieruimte van het Grand Theatre ligt een hoge stapel boeken: gedichten van Paul Auster, de bijbel in het Hebreeuws, Ted Hughes, Hal Hartley, de Chaostheorie. Het zijn inspiratiebronnen voor de nieuwe voorstelling The Last Chaos Piece (werktitel) van Club Guy & Roni die in juni in De Zomerfabriek, het festival van het Noord Nederlands Toneel, in première gaat. Guy Weizman en Roni Haver werpen er filosofische en morele vragen in op.

Het onderwerp van de voorstelling – moeder sluit kind op in een opslag – krijgt met de Oostenrijkse gruwelkelders ineens een actuele lading. Weizman: „Een toevallige analogie. Maar het is precies mijn zoektocht naar de antwoorden op de vragen die iedereen op dit moment stelt: hoe kan een ouder zo ver gaan? Hoe overleef je zoiets mentaal? Wat is de psychologie erachter, het trauma? Een van de thema’s die we aansnijden, is de invloed van religieuze teksten, want religie is vaak de rechtvaardiging voor geweld in de maatschappij.”

Dans is bij Guy & Roni dus geen onschuldig esthetisch ballet. Als het aan Weizman ligt, moet de dansdiscipline zelfs worden opengebroken: dans is veel meer dan zweten, dun, virtuoos en sterk zijn. Andere disciplines moeten de dans voeden, ook al omdat dans op zichzelf niets betekent. Maar zegt hij, hij háát danstheater. ,,Wij mixen niet. Dans blijft als ‘hardcore’ discipline los staan naast het theater. In onze laatste productie Poetic Disasters met live muziek van Heiner Goebbels was de dans het moeilijkste losse onderdeel. Het publiek moet zich er voor inspannen. Naast het concertante deel was er een theatraal gedeelte over het overleven van een ramp. Dat was cabaretesk en toegankelijk, maar met de dans zeggen we: prepare for another round of work.”

Dans was voor de twee choreografen niet een eerste jeugdliefde. Roni Haver dreigde in haar jeugd professioneel turnster te worden, totdat haar ouders haar naar dansles stuurden. Guy Weizman was een naïeve 16-jarige, nam de bus om aan de provincie te ontsnappen en vertrok naar de kunstacademie in Tel Aviv. Er was plaats op de dansopleiding, want er heerste als altijd een mannentekort.

Haver en Weizman belandden uiteindelijk in 1998 bij Galili Dance in Groningen na gedanst te hebben bij bijvoorbeeld Batsheva DC in Israël en Wim Vandekeybus in Vlaanderen. Vijf jaar later richtten ze hun eigen ensemble op. De choreografen werden door hun rauwe en dynamische voorstellingen graag geziene gasten op festivals als Oerol, maar ook internationaal bouwden de import-Groningers een netwerk op.

Roni Haver (Syrische vader, Joods-Duitse moeder) en Guy Weizman (Joods-Marokkaans) voelen zich thuis in het noorden van Nederland. Weizman: „We zijn beiden Joods, maar ik voel me ook Arabisch. Ik ben opgegroeid met Arabische muziek, kleuren en geuren. Niet-westers in elk geval. Dualiteit hoort bij ons allebei. We staan altijd tegelijk in verschillende, elkaar soms tegensprekende culturen. Als ik iets ben, is het oriëntaals en dat is onze dans en theater in z’n barokheid ook. Zie het als een politiek statement maar in Groningen kan dat. Hier is ruimte voor verdieping. Theater gaat hier ergens over, mensen willen serieus genomen worden. Hier heerst geen ‘gezien-worden-cultuurtje’: we werken door ons relatieve isolement juist intensief samen met onze partners. Toeschouwers worden misschien soms boos op ons werk, maar het levert stof tot nadenken én verbeelding op.”

Af en toe trekken Haver en Weizman zich terug in de woestijn, in een hut met niets anders dan boeken en eten. De eigenaar van de hut, een ruige Israëlische cowboy, vroeg Weizman eens in een gesprek: waarom maak je van die moeilijke stukken met die moeilijke muziek? Waarom kan het niet gewoon mooi zijn? Weizman: „Ik was van slag van die vraag. Na een paar dagen wist ik het. Ik zei tegen hem: wat als de sterren allemaal keurig afgemeten in één lijn zouden staan. Zou je dat mooi vinden? Hij snapte het. Chaos inspireert.”

Club Guy & Roni tijdens festival Zomerfabriek Groningen: 11 t/m 15 juni. Inl.: clubguyandroni.nl