Nu nog maar 400 baantjes per week

Marathonzwemster Edith van Dijk hoopt zich morgen bij de WK open water te plaatsen voor de Spelen.

In Peking is ‘haar’ discipline voor het eerst olympisch.

Haar hele carrière werd Edith van Dijk ernaar gevraagd: heb jij eigenlijk op de Olympische Spelen wel eens iets gewonnen? Nee, was dan haar antwoord. Niet dat ze niet goed genoeg was. Integendeel: in haar imposante loopbaan als marathonzwemster werd Van Dijk zes keer wereldkampioen, ze won 23 wereldbekerwedstrijden en talloze andere evenementen. Alleen: de discipline waarin zij jarenlang ’s werelds beste was, had geen olympische status.

Dat veranderde in oktober 2005, in de maand dat ze haar carrière beëindigde. Toen werd de tien kilometer toegevoegd aan het olympische programma; Peking heeft de primeur. Zaterdag wil Van Dijk, 35 en moeder van een dochter, zich bij de WK open water in Sevilla alsnog voor haar olympische droomafstand plaatsen.

Van Dijk had gemengde gevoelens toen de tien kilometer olympisch werd, nota bene het nummer waarop ze drie wereldtitels veroverde. „Ik vond het heel goed voor de sport, maar ik baalde voor mezelf. Bij mij was de kaars op, ik had vijftien jaar op wereldniveau gezwommen. Dat kostte zoveel energie. Mijn lichaam en mijn geest waren aan iets anders toe. Ik zag het niet zitten nog drie jaar door te trainen.”

Pas een jaar geleden besloot Van Dijk terug te keren. Ze was in 2006 bevallen van een dochtertje, Rosanna, en was bondscoach open water geworden. Tijdens de WK in Melbourne begon het weer „te kriebelen”. „Ik zag al die meiden met wie ik jaren over de hele wereld had gezwommen. Ik dacht: verdorie, dat had ik ook gekund.”

Op dat moment zwom ze een paar keer in de week, om fit te blijven. Maar na ‘Melbourne’ ging het roer om: ze ging weer elke ochtend zwemmen. De echte ommekeer kwam in juni 2007 op het verjaardagfeestje van oud-zwemster Ada Kok. Daar werd ze door iconen als NOC*NSF-voorzitter en oud-topzwemster Erica Terpstra, zwemcoach Jacco Verhaeren, oud-wielrenner en -ploegleider Peter Post en gastvrouw Kok zelf aangemoedigd. „Ze zeiden: je hebt nog een jaar tot de Spelen, dat kun je best.”

Na beraad met haar man en coach, oud-marathonzwemmer Hans van Goor, besloot ze zichzelf een paar maanden een kans te geven. Na enkele maanden trainen eindigde ze bij een wereldbekerwedstrijd in Wenen alweer als derde, en plaatste ze zich voor de WK open water, waar ze morgen in de toptien moet eindigen om zich voor Peking te kwalificeren.

In Sevilla is de wereldtitel niet haar doel. „Ik wil alleen de Spelen halen, dus bij de eerste tien eindigen. Vroeger was ik een topper en streed ik altijd om de medailles. Nu weet ik niet wat mijn niveau is, omdat ik heel weinig wedstrijden heb gezwommen. Dat is echt een vraagteken.” Van Dijk voelt zich in elk geval goed. „Ik ben weer fris in mijn hoofd. Elke maand zwem ik beter. Ik heb het idee dat ik rond de 90 procent zit van wat ik vroeger kon. De Spelen zijn nu zo dichtbij – echt binnen handbereik. Zoals ik me nu voel denk ik dat ik het ga halen.”

Topsport bedrijven is volgens Van Dijk niet anders nu ze moeder is, al is het vaak een kwestie van „heel goed plannen”. Haar dochtertje komt op de eerste plaats. „Zij wordt goed verzorgd als ik train.”

Ze traint niet meer zoveel als vroeger. „Ik ben wat ouder, dus ik heb meer herstel nodig.” Destijds zwom Van Dijk zo’n negentig kilometer per week: elke dag ruim vijfhonderd baantjes in een 25-meterbad. Nu zwemt ze wekelijks nog ‘slechts’ zeventig kilometer, toch nog altijd vierhonderd baantjes per dag, ’s ochtends in haar „eigen baantje” tussen de recreanten in de Waterhoorn in Hoorn en ’s middags tussen de leszwemmers in het Amsterdamse Sloterparkbad. Toch is haar snelheid niet lager dan in 2005. „Mijn tijden op de tien kilometer zijn vergelijkbaar. Je zult eerder verschil zien op de 25 kilometer.” Zulke marathons zwemt Van Dijk niet meer. Na de WK wacht mogelijk nog één laatste uitdaging. Maar zover denkt ze nog niet. „Na Sevilla weet ik hoe ik er echt voorsta.”

Van Dijk stort zich niet voor het eerst op een olympische campagne. In 2004 probeerde ze zich te plaatsen voor ‘Athene’ op het langste zwembadnummer bij de vrouwen, de 800 meter, maar voor zo’n ‘sprint’ had ze onvoldoende snelheid. „Ik wist dat ik een heel kleine kans had het te halen. Maar ik wist ook dat ik altijd spijt zou hebben als ik het niet zou proberen.”

Er is veel veranderd dankzij de olympische status van de tien kilometer. Het aantal deelnemers is flink toegenomen; zo meldde zich bij de mannen een zwembadzwemmer als de Australiër Grant Hackett. Van Dijk: „Ook bij de vrouwen is de top breder geworden. Vroeger had je zes zwemsters die om de wereldtitel streden, nu een stuk of tien.” Haar belangrijkste concurrenten zijn min of dezelfde als ‘vroeger’. Echt verbaasd was niemand over haar comeback. „De Duitse meisjes hadden wel gedacht dat ik terug zou komen. De meesten vinden het wel leuk.”

Volg Edith van Dijk op haar site www.edithvandijk.nl