NEW YORK VERDACHTE STEGEN IN DE VILLAGE

Als je New York op een originele wijze wilt leren kennen, dan kun je mee op een theaterachtige speurtocht door de stad. Het gekke is: de speurtocht begint met zo’n stomme gids die je juist wilde ontwijken. Maar dan is die opeens verdwenen en moet je alles zelf uitzoeken.

Larry draagt sportschoenen en een iets te korte broek. Hij heeft een dikke snor, een flinke buik onder zijn baseballshirt en een glimmend rood gezicht. Zijn vrouw Cathy is ook op sportschoenen. Samen met hun schoonfamilie en een paar collega’s uit Tennessee staan ze op mij te wachten op de hoek van een park in Greenwich Village, de oude kunstenaarswijk van New York. De wijk, eens een toevluchtsoord voor bohémiens, is voor de hippe kunstenaarsscene nu te duur geworden, maar steunt nog altijd op zijn roemruchte verleden.

‘Hi y’all’, brult een Aziatisch-Amerikaanse dame met een zwaar zuidelijk accent. ‘Ik ben jullie gids voor vandaag.’ Ze zwaait met een roze vlaggetje waarachter we aan moeten sjokken. Terwijl we op weg gaan, begint onze gids onophoudelijk te ratelen over de geschiedenis van The Village. Ze leidt de groep Barrow’s Pub aan Hudson Street binnen. Een kale ruimte met zwarte muren en een pooltafel, meer is het niet. Aan de bar hangen wat stamgasten, die op dit middaguur al beschonken zijn. Enthousiast vertelt de gids dat de beroemde schrijver Jack Kerouac hier zijn biertjes kwam drinken, net als schilder Jackson Pollock, die het action painten uitvond. Leuk en aardig, maar daar kwamen we niet voor. Larry, Cathy, ikzelf; we hadden gehoopt ons in te schrijven voor een spannende zoektocht door de stad, niet voor een tour onder het juk van een schreeuwerige gids.

Opeens klinkt er een harde klap. Een van de meisjes aan de bar is met barkruk en al op de grond gevallen. Ze ziet lijkbleek. Larry snelt op haar af, terwijl de rest van de groep zich afzijdig houdt. Hoort dit er soms bij? Maar het meisje lijkt serieus onwel. Met hulp van Larry’s sterke armen komt ze overeind en waggelt op ons af. De gids grijpt snel haar roze tas voor de neus van het meisje weg. ‘Help, straks kotst ze over ons heen’, zegt ze giechelig. ‘Sorry jongens, dit was niet de bedoeling.’ Ze lijkt oprecht niet te weten wat ze met de situatie aanmoet

We twijfelen. Ja, we hebben ons allemaal opgegeven voor een ‘theaterachtige speurtocht door de stad’, maar veel duidelijker was de website niet. En als dit toneelspel is, dan is het wel verdomd goed toneelspel. Het meisje geeft bijna over in de hoek van de kroeg. Dan grijpt ze een van de gratis kaarten die op de vensterbank van Barrow’s zijn uitgestald. ‘Hier, hier’, mompelt ze. Op de kaart staat een foto van een oud, houten huis. ‘Wat is daarmee?’, vraagt Larry, die zich over haar wil ontfermen. ‘Woon je daar soms?’ Het meisje knikt, en stort weer in elkaar. Onze gids, ineens ferm, besluit haar naar het ziekenhuis brengen. Ze laat Larry nog snel een foto van het meisje maken (‘zoeken jullie even uit wat ik straks met haar aan moet’), en de twee verdwijnen om de hoek van de straat.

Dit is het begin van onze zoektocht, georganiseerd door The Accomplice (Medeplichtige), die ons door heel Greenwich zal brengen. We blijven toeristen in een vreemde stad, maar we zijn nu toeristen met een missie. Met de foto van het huis gaan we de straat op, in de hoop dat iemand het meisje daar zal kennen.

Het huis op de foto blijkt het enige houten huis in de buurt te zijn – na een verwoestende brand in New York in 1835 werden huizen voortaan van bakstenen gebouwd. Op de stoep staat een jongeman met een bezem. Hij stelt zich voor als ‘Tim, the caretaker’. Via hem komen we erachter dat het meisje op onze digitale camera niet in het huis woont, maar er wel regelmatig over de vloer komt. Hij verwijst ons door naar een volgende plek, waar iemand misschien meer weet.

Zo zal het de hele middag gaan. Acteurs, zo ver zijn we nu wel, geven ons aanwijzingen in onze zoektocht naar de achtergrond van het meisje. Dotty, heet ze. Onderweg moeten we codes kraken en ontdekken we bijzondere plekken in Greenwich Village, waaraan we anders ongetwijfeld voorbij waren gelopen. Op die manier zorgt The Accomplice voor een ideale mix tussen spanning en verrassing. Wij moderne toeristen willen niet meer de geijkte hotspots af die de Lonely Planet ons voorschrijft, maar zijn op zoek naar eigen, unieke ervaringen. We willen zelf plekken ontdekken, in plaats van er door een gids op gewezen worden. En we kijken niet voor niets thuis naar Wie is de Mol? en andere realityprogramma’s waarin bizarre opdrachten en valsspelen aan de orde van de dag zijn.

We komen terecht bij een waarzegger die zetelt in een kamertje ter grootte van een kast boven een Pakistaans restaurant. Hij ziet in zijn glazen bol dat we bij een gelegenheid ‘met lantaarns’ meer over Dotty te weten kunnen komen. Zo vinden we na even zoeken La Lanterna, een van buiten wat treurig uitziend restaurant in MacDougal Street, dat achterin een prachtige overdekte binnentuin vol watervallen blijkt te bevatten.

De enige manier om alle opdrachten te vervullen is goed samen te werken. Larry’s vrouw Cathy neemt automatisch de rol van zorgzame moeder aan, die steeds in de gaten houdt of niemand van de groep kwijtraakt in de donkere stegen. Als we in een rokerige kelder van een Comedy Café een laptop vinden, is zij degene die iedereen maant om mee te denken over het juiste wachtwoord. Na lang overleg en tientallen mislukte pogingen vult Larry eindelijk het juiste wachtwoord in: ‘rainbow’, naar de tatoeage die Dotty op haar onderarm had staan.

Iedereen op straat is ondertussen een verdachte. Die man daar op dat terrasje, met die grote zonnebril? ‘Die heeft nog net geen gaatjes gemaakt in de krant die hij zit te lezen’, zegt Larry. Zelfverzekerd stappen we op de man af en overhandigen hem de tas met verrekijkers die we hebben moeten ophalen in een dierenwinkel. Vragend kijkt hij ons aan. ‘Eh, dankjewel?’ We nemen hem de tas maar weer af.

Dat overkomt ons steeds. Als we bij een black hair salon een bus met haarlak hebben moeten ophalen voor Dottie, weten we even niet meer wat te doen. We besluiten de tien blokken terug te lopen naar het houten huis, daar aan te bellen en om antwoorden te vragen. Een oudere heer doet de deur open. Stralend geef ik hem de haarlak. ‘Dit overkomt me nou elke week’, zucht hij. ‘Elke week veegt hier iemand de stoep. Elke week word ik lastiggevallen. Wat is dit toch voor onzin?’ Hij speelt het goed, weet ik zeker, en ik blijf op zijn stoepje staan. Maar Cathy trekt me weg. ‘Hij weet echt van niks’, fluistert ze. En inderdaad, de bus lak bevat een dubbele bodem, met daarin een medaillon en een briefje met nieuwe clues.

Het spel zit ingenieus in elkaar. De verrekijkers waarmee we al uren zeulen, blijken ineens nodig als achter een raam op de vijfde verdieping van een vervallen appartementencomplex (typisch New Yorks, met ijzeren brandtrappen) een briefje met aanwijzingen hangt. En ook het medaillon heeft een dubbele bodem. Achter de foto van een hondje zit een sleutel verstopt. Stapje voor stapje komen we dichter bij het doel: achterhalen waarom Dotty zo ziek is, waar ze woont, en of het waar is dat ze samenwerkt met de maffia en illegaal schilderijen verkoopt, zoals sommigen van haar ‘vrienden’ verteld hebben.

We eindigen de zoektocht in Horus op Laguardia Place, een restaurant als uit de sprookjes van duizend-en-één-nacht. Daar vallen alle losse eindjes in het verhaal op hun plek. Het zou zonde zijn het einde te verklappen, de verrassing maakt het spel zo leuk. Maar als we over de grootste schrik en opluchting heen zijn, kijken Larry, Cathy en hun collega’s verbaasd naar mij. ‘De hele middag’, zucht Cathy. ‘De hele middag zaten we erop te wachten. Jij moest wel een acteur zijn!’ Ik schrik; ik heb er niets van gemerkt dat de hele groep mij als verdachte zag. Waarom dan, wil ik weten. Was het mijn Nederlandse accent? Larry schudt van nee. ‘Wie komt er nou zonder sportschoenen naar zo’n evenement?'