Naakt in de kou op het terrein van Kamp Holland

Een jurist greep vorig jaar in toen drie aangehouden strijders op kamp Holland te lang naakt in de regen en de kou moesten staan. Er is kritiek op de opleiding voor bewakers.

Op 20 februari 2007 stuurt de woordvoerder van commandant der strijdkrachten Dick Berlijn een waarschuwend bericht naar zijn baas. Bij de behandeling van gevangenen in Uruzgan hebben zich „mogelijk onregelmatigheden voorgedaan”, zo meldt hij. Volgens een interne nota van het ministerie volgt „een intensief berichtenverkeer”. Berlijn belt met de directeur Operatiën en met de directeur Voorlichting. Ook de secretaris-generaal wordt gealarmeerd. De marechaussee op Kamp Holland heeft al een onderzoek ingesteld.

Op 17 januari hadden Nederlandse commando’s in Uruzgan drie gevangenen binnengebracht bij de de tijdelijke gevangenis op de Nederlandse basis bij Tarin Kowt – onder soldaten beter bekend als ‘Hotel Kamp Holland’. Het was koud en het regende.

De bewakers namen de drie vermeende Talibaanstrijders over. Ze handelden volgens de standard operation procedures (SOP’s), de vaste regels die ook voor de behandeling van gevangenen zijn opgesteld. Eerst werden de gevangenen gefouilleerd. Daarna moesten de Afghanen zich in de buitenlucht uitkleden, voor onderzoek door een arts. Voordat ze naar hun cel konden, werden ze buiten alvast ondervraagd. In de tussentijd zocht men naar de juiste „approach [benadering, red.]” voor het verhoor.

De gevangenen moesten één voor één worden ingecheckt. Dat duurde lang – té lang, vond de juridisch adviseur van de Nederlandse militairen. De derde gevangene stond „geruime tijd” geheel naakt in de kou. De jurist greep in. Eenmaal in de warme cel werd bij de gevangene „een verhoogde hartslag” geconstateerd.

De situatie „heeft niet geleid tot ziekte of tot levensgevaar voor de detainee”, schreef Berlijn enige weken na het incident aan minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie). „Op 17 januari is geen sprake geweest van marteling, onoorbare praktijken of misstanden, maar slechts van een onacceptabele situatie die vervolgens in de kiem werd gesmoord”, schreef de directie Operatiën al voor Berlijn met zijn brief kwam.

Daarmee werd precies onder woorden gebracht waar alle ophef door veroorzaakt werd. Want in 2006 had de Volkskrant gekopt: „Nederlanders martelden Irakezen.” Inlichtingenofficieren zouden gevangenen in Irak hardhandig hebben ondervraagd. Ze kregen geen slaap, werden natgegooid en urenlang blootgesteld aan harde muziek. Geen marteling, zo concludeerde een onderzoekscommissie onder leiding van oud-Tweede Kamerlid Koos van de Berg (SGP) in juni 2007. De commissie vond wél dat de gebruikte verhoormethoden te ver gingen. In één geval was er sprake van een schending van artikel 3 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens dat „wrede of onmenselijke behandeling” verbiedt.

In Uruzgan worden detainees volgens de huidige regels na 96 uur overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten – in de praktijk de geheime dienst NDS. Volgens mensenrechtenorganisaties als Amnesty International maakt de NDS zich schuldig aan marteling en ernstige mishandeling. Uit documenten van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie, die deze krant heeft opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, blijkt dat gevangenen tegen Nederlandse diplomaten hebben geklaagd dat ze door de NDS zijn geslagen, zo meldde deze krant deze week.

In Uruzgan geldt de procedure dat gevangen Afghanen ondervraagd worden door specialisten van een landmachteenheid. Tijdens de verhoren houden een militaire jurist en een ‘supervisor detainees’ toezicht. Van de verhoren wordt een logboek bijgehouden. De NAVO-macht kent uitgebreide regels voor de behandeling van de gevangenen. Daarin staat dat er onder geen beding „fysieke of morele dwang” mag worden uitgeoefend, „vooral als het gaat om informatie van hen te verkrijgen”.

Toch gaat het niet altijd goed. Op 6 juli vorig jaar werd een lichtgewonde Talibaanstrijder bij ‘Hotel Kamp Holland’ binnengebracht. De gevangene zei dat de Nederlanders hem hardhandig hadden aangehouden. Op 12 december vertelde een gevangene tegen een medewerker van de Nederlandse ambassade dat hij was geslagen. Beide zaken zijn door de marechaussee onderzocht.

De gevangenis op Kamp Holland had ten minste vorig jaar een tekort aan bewakers. Dat zegt een soldaat die in augustus 2007 werd teruggevlogen uit Uruzgan omdat hij in slaap zou zijn gevallen bij het bewaken van een gewonde Talibaanstrijder.

De soldaat heeft altijd ontkend in slaap te zijn gevallen. Duidelijk is wel dat er tijdens zijn tijd in Uruzgan een zware wissel werd getrokken op de bewakers. „Door een personeelstekort zijn we 24-uursdiensten gaan draaien”, verklaarde hij tegen de marechaussee. Zijn advocaat, Bas Martens: „In die 24 uur mocht hij niet slapen. Alleen tijdelijk wat rust, door even te gaan zitten.” Defensie laat in een reactie weten dat „het wel eens mogelijk is dat roosters iets uitlopen”. Het ministerie ontkent dat er diensten worden gedraaid van 24 uur. „Het is altijd al 12 uur op, 12 uur af geweest”, aldus een woordvoerder.

De soldaat heeft voor de missie een opleiding gevangenisbewaking gevolgd van een week. De ‘supervisor detainees’, een officier die moet toezien op het welzijn van de gevangenen, vindt dat onvoldoende. „De opleiding [...] is in mijn optiek te kort en oppervlakkig en geeft naar mijn idee onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef aan het bewaarderspersoneel”, zegt hij in een getuigenverhoor. „De standard operating procedure voor Task Force Uruzgan in het feitelijke bewaken is niet ter sprake gekomen tijdens de opleiding.” Dat laatste zou verklaren waarom de soldaat niet weet „wat erin staat”.

Lees de stukken op nrc.nl/uruzgan