Minder zoet dan musical

Scene uit Dirty Dancing met Patrick Swayze en Jennifer Grey

Dirty Dancing

Regie:Emile Ardolino.

€ 9,99 ****

Wat opvalt bij het (her)zien van Dirty Dancing is de gedetailleerdheid waarmee de zomer van 1963 wordt opgeroepen. Het begint met de voice-over van Baby (Jennifer Grey) die de vertelling precies situeert en memoreert dat het een tijdsmoment betreft vóór de moord op Kennedy, toen Amerika nog onschuldig was. De begincredits laten in slowmotion en in zwart-wit archiefbeelden zien van dansende mensen, met op de geluidsband Be My Baby van de Ronettes. De film bevat veel periodemuziek uit begin jaren zestig, met onder meer The Drifters, Otis Redding en The Shirelles. Hoewel het grote hits werden, breken de moderne, speciaal voor de musical geschreven liedjes (Hungry Eyes, The Time of Your Life) die sfeer.

Ook wordt er terloops gerefereerd aan de activiteiten van de burgerrechtenbeweging in 1963, met name de Birmingham-campagne waarbij Martin Luther King werd gearresteerd. In de film zelf is niets te bespeuren dat wijst op de betwiste segregatie van blank en zwart. In de dansscènes dansen blanke en zwarte koppels vrolijk naast elkaar, zonder dat er een onvertogen woord valt. Naast het verdwijnen van apartheid verwijst de film nog naar een ander einde van een tijdperk, dat waarin het bezoek van Amerikaanse gezinnen aan een vakantieoord op z’n laatste benen loopt – Dirty Dancing speelt zich af in zo’n zomerkamp: de Catskills, vlakbij New York.

De eigenaar van het oord becommentarieert de opkomst van het massatoerisme en voorspelt dat in 1964 iedereen naar het buitenland zal gaan om „21 landen in drie dagen” te doen. Dirty Dancing roept dus bewust de weemoed over zich af waarmee de film sinds 1987 is geassocieerd: een zekere nostalgie naar (vermeend) onschuldiger tijden, naar kalverliefdes. De musical staat dan ook in een traditie van films die door een roze bril terugblikken naar eerdere decennia, zoals Grease (1978), die zich afspeelt in 1959. Maar zo roze als wij ons deze films herinneren, zijn ze helemaal niet.

Zowel in Grease als Dirty Dancing speelt een illegale abortus een belangrijke rol en is die de motor achter de vertelling. Zonder deze abortus zou Baby helemaal niet dansen met Johnny (Patrick Swayze); ze valt in voor zijn partner die ’s avond wordt gecure tteerd. Dirty Dancing stelt ook expliciet klassenverschillen aan de kaak. De uit een gegoed milieu afkomstige Baby, wier vader arts is, neemt het op voor de uit een arbeiderswijk in Philadelphia afkomstige Johnny als hij door het management als voetveeg behandeld wordt en beschuldigd wordt van diefstal. Het is daarom wel een beetje jammer dat de moeite die de makers hebben genomen om de sociaal-economische achtergrond zo uitgebreid te schetsen uit ons collectieve geheugen is verbannen.

Ook in de musicalversie die nu in het Beatrix-theater in Utrecht te zien is, staat de ‘dirty dance’ centraal: deze krant kopte niet voor niets ‘Topdansspektakel in Dirty Dancing’.