Machine met inspirerende gebruiksaanwijzing

Deze machine maakt van een afgebrokkeld mesje weer een prachtmes, maar wie de gebruiksaanwijzing leest kan nog veel meer bereiken. Foto Wouter Klootwijk rubriek De Keuken 2-5-08 Klootwijk, Wouter

Mensen hebben voorwerpen in huis die geen ander doel dienen dan er te zijn. Ze worden mooi gevonden. Dingen. Je hoeft het de visite niet uit te leggen, die ziet meteen dat je er niks aan hebt, maar dat het je om pure schoonheid is te doen.

Alleen een kind vraagt het onbevangen. Wat is dat, waar is dat voor? Voor het mooi. Maar dan: waarom is het mooi? De armoe van mensentaal. Er zijn geen woorden die de pracht van een zwerfkei benoemen.

Andersom gaat het beter. Hij is groen, zwaar en voelt prettig aan. Een platte steen op een bruin bankje. Een altaartje. Kind: wat is dat? Een slijpsteen. Kind: mooi zeg! Gebruiksvoorwerpen zijn veel vanzelfsprekender mooi.

De groene wetsteen komt uit Japan. 70 euro duur, zelfde merk als de keukenmessen van ToJiro.

Een goed keukenmes vraagt om een goede wetsteen. Om die te slijpen. Maar niet de steen doet het fijne werk, dat moet de mens doen. En voor je het kunt, moet je veel oefenen. Op de website van vecht-, zelfverdedigings- en keukenmessenspecialist in Apeldoorn, www.knivesandtools.com die achttien verschillende wetstenen te koop heeft, staat de aanbeveling: „Oefen eerst met oudere messen tot je het slijpen goed beheerst.” Daarom kocht ik er een wetsteen voor 2 euro bij. Om op te oefenen voor ik de mooie groene in gebruik durf te nemen.

Een wetsteen is het ware. Wie het van een slijpmachine moet hebben wordt door slijpvirtuozen geminacht. Maar ik heb intussen mijn afgebrokkeld Zwilling-keukenmes gewaagd aan een Chef’s Choice Edgeselect120.

Deze slijpmachine heeft er weer een prachtmes van gemaakt, beter geslepen dan de eerste keer door de fabrikant zelf.

De snede was zo dun dat het harde staal afbrokkelde. In het machientje werd de snede in drie fasen minder dun, meer bol geslepen. Een uitvergrote doorsnee van de snede zou de vorm hebben van de bovenkant van een gotisch kerkraam ondersteboven.

In de machine draaien verticaal drie setjes slijpschijven, bekleed met diamantpoeder. Het mes wordt op de juiste schuinte door een sleuf tot aan de schijf geleid. De eerste set schijven is de grofste en daarboven is een waarschuwend klepje geklemd: doe het niet! Hier kan het mes pas de machine in als het klepje is verwijderd. Ook de gebruikaanwijzing benadrukt het. Gebruik liever de tweede en derde set schijven. De eerste set vreet aan je mes. Maar dat moet juist als het beschadigd is.

Dus de stukke Zwilling erin, bijna een millimeter smaller geslepen, daarna verfijnd in twee halen langs de tweede set en ‘gewet’ langs de derde. Perfect. Als nieuw. De schuinte waarmee het mes naar de slijpschijven wordt geleid verschilt subtiel en dat maakt dat de snede als het ware rond geslepen wordt. Een mes met een ronde snede houdt langer zijn scherpte dan een met een vlakke of hol geslepen snede.

Toch komt niet elk mes eender geslepen uit de machine. Apparaten zouden allemaal zo goed te begrijpen moeten zijn dat een gebruiksaanwijzing overbodig is. Maar goede uitleg is bij deze slijper beter voor je mes en inspireert zelfs. Een mes voor fijne snijderij moet in een andere volgorde langs de slijpschijven worden gehaald dan een uitbeenmes. En nooit geweten, maar messen kunnen ook speciaal voor kip en vis geslepen worden. Het boekje legt het uit.

In Amsterdam, bij kookwinkel Duikelman is het machientje een bestseller, 170 euro. In Apeldoorn, bij Knives & Tools kost het 190 euro, Oldenhof in Hilversum en Amersfoort stunt ermee: 160 euro. Maar mooi? Nee.

Wouter Klootwijk