Leren leven met een onberekenbare moeder is lastig

Patrick Gale: Bijschriften. Vertaald door Sophie Brinkman. Anthos, 314 blz. € 19,95

Als kunstenares Rachel Kelly kort na de geboorte van haar zoon Garfield een brief aan hem schrijft die hij pas als volwassene zal lezen, ondertekent ze met: ‘In geestelijk (redelijk) goede gezondheid verkerend, je liefhebbende moeder, Rachel Kelly.’ Die opmerking over haar gezondheid maakt ze niet voor niets; Rachel is manisch-depressief. Wanneer Garfield de brief leest, is zijn moeder overleden.

Patrick Gale heeft zijn roman Bijschriften, waarin het leven van Rachel Kelly centraal staat, subtiel opgebouwd. Elk hoofdstuk begint met een stukje catalogusproza waarin een schilderij van Rachel wordt beschreven (de ‘bijschriften’ uit de titel), maar in lang niet elk hoofdstuk is de hoofdrol voor Rachel weggelegd. Juist uit de hoofdstukken die vanuit het gezichtspunt van de andere gezinsleden worden verteld, blijkt wat voor verwoestende invloed de manisch-depressieve stoornis van Rachel heeft. Een geweldige moeder kan opeens veranderen in een onberekenbare vrouw.

Bijschriften is geen ziektegeschiedenis. De ziekte van de moeder bepaalt voor een groot deel de levens van haar kinderen, maar Gale besteedt weinig aandacht aan de ziekte zelf. Het gaat hem om de personages, die hij beschrijft met een sympathie die nergens klef wordt. Ondanks zijn inlevingsvermogen blijft zijn toon aangenaam afstandelijk, alsof hij de welwillende notulist is van de moeizame levens die hij voor zijn ogen ziet afspelen.

Rachel Kelly duikt uit het niets op in het Oxford van de jaren vijftig. Als ze een zelfmoordpoging doet nadat ze zwanger is geraakt van een hoogleraar, ontfermt de student Antony zich over haar. Een stille jongen die onder de indruk raakt van een dominant, eigenzinnig meisje – in de passages die in Oxford spelen, doet Bijschriften denken aan de boeken van John Bayley over zijn vrouw, de schrijfster Iris Murdoch.

Hoewel hij Rachel nauwelijks kent, geeft Antony zijn studie voor haar op en neemt haar mee naar de Quakergemeenschap in Cornwall waar hij is opgegroeid, en die door Gale liefdevol wordt beschreven. Rachel krijgt er vier kinderen en ontwikkelt zich tot een bekende kunstenares. Over haar verleden zal ze blijven zwijgen. De bescheiden Antony geeft haar alle ruimte, en het is alsof zijn bescheidenheid ook zijn schepper heeft beïnvloed: Patrick Gale gaat uitgebreid in op de levens en gedachtewerelden van Rachel en haar kinderen, maar Antony komt er bekaaid af. Het wordt nooit helemaal duidelijk waarom hij zijn leven in dienst van Rachel heeft gesteld.

Maar het gaat Gale niet om verklaringen. Hij beschrijft, en laat veel in het midden. Hoe gaat het verder met het huwelijk van Garfield, de oudste zoon, nadat hij vreemd is gegaan? De lezer moet ernaar raden. De levens van Rachels kinderen worden geschetst aan de hand van momentopnames, die het nodige verklaren maar ook veel in het ongewisse laten.

In het laatste deel van het boek wordt dan eindelijk de jeugd van Rachel beschreven. Misschien is dit wel het zwakste deel, juist omdat er een aantal zaken wordt verklaard (zo blijkt de naam waarmee ze de brief aan haar zoon ondertekent, niet haar echte naam). We hebben de volwassen Rachel leren kennen, we hebben haar kinderen zien opgroeien, en eigenlijk is dat genoeg; de jonge Rachel lijkt als een soort naschrift te fungeren. Maar ondanks dat is Bijschriften een roman die op kalme, doelgerichte wijze onder je huid kruipt.