Irritant geluid in de auto? Weg ermee!

Vervelende geluiden in de wagen ontstaan als materialen tegen elkaar aanwrijven.

De auto is het stilst bij een vochtig klimaat.

Klapperende handschoenvakjes, knerpende kunststofdelen, rammelende elementen in het instrumentarium of krakende stoelen. Het zijn irritante bijgeluiden in een auto die een bestuurder tot wanhoop kunnen drijven.

Ekhard Peithmann weet daar alles van. Hij is hoofd van het zogeheten ‘knister-knaster’-team van Audi in het Duitse Ingolstadt. Met zijn ‘orenteam’ doet hij er alles aan rijden in een auto zo prettig mogelijk te maken.

Zijn team bestaat uit twee tot negen mensen en streeft naar volledige stilte in de auto, wat niet gemakkelijk te realiseren is. Peithmann: „Er zijn wegen die nu eenmaal geluid uitlokken, zoals de kinderhoofdjes in België. ”

In de loop der jaren hebben zijn specialisten een dossier samengesteld waarin de vele geluidsproblemen staan beschreven. Het is een handleiding voor de ingenieurs van Audi bij de ontwikkeling van nieuwe modellen. Uit eerdere ervaringen weten zij welke materialen ze beter niet met elkaar kunnen combineren.

Lang niet alle geluiden zijn in eerste instantie te voorkomen. Peithmann: „Vervelende bijgeluiden ontstaan als twee materialen ‘elkaar niet aardig vinden’, ongunstig geplaatst zijn of tegen elkaar wrijven.”

In het eerste geval kan men de materialen insmeren met een speciale lak. Ook wordt gebruikgemaakt van textiel of kunststof met kleine textielhaartjes om geluiden te elimineren. Een andere mogelijkheid is ruimte te scheppen tussen de knerpende delen.

Eerst stort zijn team zich op de harde geluiden. Daarna komen de kleinere rammels en kraakjes aan de beurt. Constante geluiden kan men relatief gemakkelijk de kop indrukken. Moeilijker wordt het als er herrie is die alleen bij bepaalde temperaturen optreedt, of pas na een bepaald aantal kilometers.

Dan helpt alleen nog het uitsluitselprincipe: één voor één worden allerlei delen verwijderd, net zolang tot de oorzaak gevonden is. Gaat het om een volledig nieuw model, dan duurt het vaak ruim een jaar voordat alle akoestische kwelgeesten verdreven zijn.

Peithmann: „Niet iedereen is voor dit werk in de wieg gelegd. Het gaat bij ons niet alleen om een uitzonderlijk goed gehoor, maar meer om ervaring, fijngevoeligheid en vooral om geduld. Sommige geluiden hoor je pas na de twintigste keer. En sommige geluiden vóél je eerder dan dat je ze hoort.”

Om geluiden op te sporen moet men regelmatig de vreemdste houdingen aannemen. Een uur lang ondersteboven hangen met het hoofd onder een dashboardkastje, of bij min twintig graden in de kofferbak liggen terwijl er over klinkers wordt gereden.

Omdat niets boven de menselijke ervaring gaat, gebruikt het team alleen voor geluiden op ontoegankelijke plaatsen speciale microfoons die geluidsgolven registreren. En ze hanteren een zogenoemde hydropuls-installatie. Peithmann: „Die ziet eruit als vier grote stempels waar de wielen van de auto op passen. Iedere ‘stempel’ kan onafhankelijk van de ander omhoog of omlaag. Op die manier ‘verwringen’ we de auto een beetje en kunnen we het rijden op een slecht wegdek imiteren.”

De praktijktesten zijn ook nuttig. Het team zoekt daartoe de meest extreme gebieden op. Van Noord-Europa tot Noord-Afrika.

Bij extreme kou verliezen kunststoffen hun elasticiteit en maken dan geluid. Bij warmte zetten materialen uit zodat wrijving kan ontstaan. De ervaring leert dat een auto het stilst is bij een vochtig klimaat. Materialen nemen in meer of mindere mate vocht op, dat als smeerstof fungeert.

Maar soms blijkt de auto helemaal niet de veroorzaker van het irritante bijgeluid. Peithmann: „Er kwam laatst een volkomen gefrustreerde klant bij ons die zich al maanden ergerde aan een rammel in zijn auto. Na enig zoeken zagen we dat deze man een kettinkje met een Christoffelkruis aan zijn binnenspiegel had hangen. Toen we dat weghaalden was het sereen stil in zijn Audi.”