In daglicht zie je alles

Basje Boer heeft een grote fantasie. Ze zingt, schrijft en fotografeert. Ze studeerde aan de Rietveld Academie en ze heeft net haar derde tentoonstelling gehad, in het Amsterdams Centrum voor Fotografie. Twee jaar geleden publiceerde ze haar eerste boek, bij de Arbeiderspers. Kiestoon heet het. Haar band heet Butcherbaby. Hoe word je zo’n alleskunner? En hoe is het om zo te zijn?

Basje Boer (27) woont in Amsterdam, in een straat waar iedereen die (nog) niet rijk is wel wil wonen, met gerenoveerde negentiende-eeuwse arbeidershuizen, vlakbij het IJ. Ze heeft een appartement op de begane grond, met twee kamers en een kleine tuin. Maar die tuin zie je niet, want er hangen gordijnen voor. Dikke, donkerrode gordijnen die zelden opengaan, want Basje Boer heeft een hekel aan daglicht. Ze vindt het deprimerend. ‘En ik ben ook niet zo’n schoonmaakster’, zegt ze. ‘In daglicht zie je alles.’ Het is een doordeweekse ochtend, tien uur, en ze is net uit bed. Haar vriend, Hassan Bahara, ligt nog te slapen. Ze draait een sjekkie, gaat bij haar computer zitten – kill your darlings, staat er met viltstift opgeschreven – en vertelt over haar kinderjaren in de Oude Hoogstraat, bij de Wallen, waar ze met haar ouders boven een café woonde. ‘Ik herinner me kleine kamertjes, waar alles van hout was, erg stoffig. Ik hield ervan. Ik hou van kleine huizen. Ze geven me het gevoel dat ik precies weet wat er overal gebeurt.’ Toen ze zes was, verhuisde ze met haar moeder naar Westzaan, naar een groter huis met veel licht. Haar moeder vond dat Basje buiten moest kunnen spelen. Haar vader verhuisde niet mee, die wilde niet weg uit Amsterdam. ‘In het begin kwam hij vaak langs, maar later werd het steeds minder. Toen ik tien of zo was, zijn ze gescheiden. Voor mij was dat gemakkelijker. Hoefde ik niet steeds alles uit te leggen.’ Haar moeder studeerde pedagogiek en gaf les in het speciaal onderwijs. Later ging ze ook naar de Rietveld Academie en nu is ze fulltime kunstenares. Haar vader wilde schrijver zijn en hij schreef ook een groot aantal boeken. Maar ze zijn nooit uitgegeven. Hij verdient zijn geld met vertalen en tekstschrijven.

Heb je van hem gewonnen, met Kiestoon?

‘Zo zie ik het helemaal niet. Dat boek is me gewoon in de schoot geworpen. Ik zat nog op de Rietveld Academie en toevallig bladerde ik een keer in een Elle waarin stond dat je verhalen kon opsturen voor een literatuurwedstrijd. Ik won de tweede prijs en toen hing de Arbeiderspers aan de telefoon.’

Je schreef dus al?

‘Ik schreef al heel veel voordat ik de weg van de beeldende kunst koos.’

Waarom ging je dan naar de Rietveld Academie?

‘Ik wilde scenarioschrijver worden, dus ik deed toelatingsexamen voor de Filmacademie. Daar zeiden ze: fantastisch, maar je bent nog wel erg jong. Toen was er geen tijd meer om me voor een andere opleiding in te schrijven. Een vriendin van me ging naar het oriëntatiejaar van de Rietveld Academie en toen dacht ik: dat doe ik dan ook maar.’

En?

‘Dat oriëntatiejaar was fantastisch. Ze namen me aan omdat ik, zoals dat dan heet, buiten de grenzen dacht. Alles kon. Maar in het jaar daarna, het eerste jaar van de opleiding, werden de grenzen weer opgebouwd. Ik koos voor fotografie omdat ik daarin nog het meest vrij kon zijn. Fotografie is klein, intiem.’

En nu? Blijf je alles doen, of ga je kiezen?

‘Ik zou graag willen kiezen, want ik ben nu in alles een beetje goed en ik wil in één ding echt goed zijn. Maar het lukt me niet. Soms heb ik woorden in mijn hoofd en dan wil ik schrijven. Maar daar moet je dan wel je kop bij houden. Schrijven is moeilijk. Ik teken ook graag en dat gaat helemaal vanzelf. Fotografie zit er tussenin. Maar ik fotografeer ook graag.’

Ze klikt naar haar weblog en laat zien wat ze maakt: snapshots van een tafel met een asbak en glazen erop, een schoen op de vloer, vuilnis, haar eigen hand op een dekbed met groene bladeren, haar vriend die een kussen over zijn hoofd heeft gelegd. Kiestoon is ook zo. Dat is een verzameling snapshots uit het leven van een groepje twintigers, hoe ze elkaar tegenkomen in de trein of op een feestje, wat ze tegen elkaar zeggen of niet zeggen, hoe ze vrijen of niet vrijen. Ze zegt: ‘Ik heb een grote behoefte om mijn eigen kleine wereldje te laten zien. Heel egocentrisch. Ik wil laten zien wat er in mij is.’

En wat zien we dan?

‘Mijn naïeve kijk op de dingen. En die overdrijf ik. Ik heb eens een project gedaan over slaap, het waren foto’s van slapende mensen, maar ook van lijken in een wolkenkleed. Mensen ervaren mijn werk vaak als naar, heftig. Maar zo bedoel ik het niet. Het nare is naïef gemaakt.’

Lijk je meer op je vader of op je moeder?

‘Meer op mijn moeder. Hoewel... Zij is iemand van aanpakken, altijd bezig. Mijn vader vindt alles altijd moeilijk en zwaar en die kant heb ik zeker ook. Ik stel dingen vaak uit. En dan voel ik me schuldig.’

Wat stel je uit?

‘Schrijven. Andere mensen zeggen tegen me dat ik hartstikke veel doe, maar mijn moeder doet veel meer. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat ik ’s morgens vroeg thuiskwam van een feestje en dat zij alweer stond te schilderen. Mijn vader staat nooit voor één uur op.’

En jij?

‘Ik moet vaak wel vroeg op, want ik werk vier dagen per week bij Boudisque (muziek- en dvdwinkel – red.). Tenminste, nu nog, maar over een maand niet meer. Ik heb net gehoord dat ze gaan sluiten. Misschien maar goed ook, want nu moet ik gaan kiezen of ik fulltime kunstenaar wil zijn of niet. Nu kan ik altijd als ik thuiskom denken dat ik niet hoef te schrijven, want ik heb al zo hard gewerkt.’

Je moet ook ergens van leven.

‘Ja, zeker. Zonder baan weet ik niet waar ik mijn geld vandaan moet halen. En wat ook zo is: nu kan ik zeggen dat ik in een winkel werk, maar straks niet meer. Dan wordt het: ik ben kunstenaar. Je kunt harder op je bek gaan.’

Dus?

‘Ik heb besloten dat ik een heel simpel baantje ga zoeken, voor het geld. En ik ga serieus proberen om schrijfster te worden. Of fotograaf.’

Geen zangeres?

‘Zingen is niet mijn sterkste kant. Ik ben ermee begonnen toen ik nog op school zat, met een paar vriendinnen. Gingen we jammen, biertjes drinken. Heel erg leuk, maar ik doe het voor mijn eigen kick. Schrijven is nadenken, fotograferen is associëren en zingen is je ziel eruit schreeuwen.’

Hielp je moeder je vroeger met nadenken wat je zou worden?

‘Ze dacht aan journalistiek voor mij, want daar kun je je geld mee verdienen. Maar dat wilde ik niet. Toen zei ze dat ik het zelf moest weten.’

Was je daar blij mee?

‘Ja, ik was blij dat ze me m’n gang liet gaan. Toen ik zestien, zeventien was, maakte ik het heel bont met uitgaan en wegblijven en zo. De regel was: wel bellen. Dan was ik in Amsterdam en dan belde ik om vijf uur. Zei ik: ik blijf hier slapen. Zij zei: bij iemand die je kent? Jaja, zei ik dan. Maar dat was dan niet zo en dat wist zij ook wel. Ze zei: wat je ook doet, blijf wie je bent. Ik weet zeker dat ze erg ongerust was. Ze sliep bijna niet als ik er niet was. Maar ze liet me wel gaan.’

Wat gebruikte je?

‘Pillen, coke, speed. En ook drank. Daarvoor blowde ik, maar dat was niets voor mij. Van blowen ga je heel erg nadenken, en ik denk altijd al zo veel na. Van speed en coke ga je minder nadenken, dat paste beter bij mij.’

Waar ging je uit?

‘Bij Korsakoff (op de Amsterdamse Lijnbaansgracht – red.), ook toen ik nog niet dronk. Later ging ik naar de Melkweg. Ik weet het niet zo goed meer. Ik ging ook wel in mijn eentje.’

Veel seks?

‘Nee, ik werd pas ontmaagd toen ik eenentwintig was. Voor die tijd wilde ik wel, maar ik was te angstig. Ik ben pas naar bed gegaan met mijn eerste vriendje. Het duurde acht maanden voordat het lukte.’

Waarom was je zo bang?

‘Weet ik niet. De huisarts zei: je bent fobisch, het ligt in je aard. Toen dacht ik: oké. Sommige mensen zijn vrolijk, andere mensen zijn fobisch. Ik ben fobisch. Laat ik er wat mee doen.’

Vind je jezelf typisch voor deze tijd?

‘Ja. We leven in een tijd waarin je alle mogelijkheden hebt om met jezelf bezig te zijn. Zo ben ik ook opgevoed. Ik ben niet met het grotere geheel bezig. Bij mij is alles klein.’

Zie je het als een voordeel?

‘Ja. Als ik in een ander deel van de wereld was geboren, was ik misschien bezig geweest met overleven. Nu heb ik de luxe dat ik kan piekeren over pietluttige dingen.’

Hoe wil je over tien jaar zijn?

‘Ik wil doen wat ik nu doe, maar dan zo dat ik ervan kan leven. Ik hoef niet heel succesvol te worden of zo.’

Waarom niet?

‘Het is prettig om in je eigen wereld te blijven. Veilig.’

Maar je treedt toch naar buiten met je werk?

‘Ja, dat is zo. Maar ik vind het lastig. Bij mijn eindexamenexpositie – ik hing alles op, maar ik ging er niet zelf bij staan. Ik durf niet goed. Net als mijn vader, die durft ook niet.’

Zou je ambitieuzer willen zijn?

‘Ik ben ambitieuzer dan ik dacht, want bij Boudisque ben ik begonnen met cd’s uitpakken, maar nu koop ik dvd’s in en houd ik de website bij. Ik dacht altijd: ik ben lui. Maar ik ben helemaal niet lui.’

Wanneer komt je volgende boek?

‘Dat wil ik dit jaar af hebben. Ik wilde een roman schrijven, maar ik kwam in de knoop. Het is lastig om een verhaallijn zo lang vol te houden en er de controle over te houden. Mijn redacteur zei: die roman komt wel, schrijf verhalen. Dus dat doe ik nu. Maar het wordt geen tweede Kiestoon. Het wordt meer detective-achtig, absurder.’

Op de foto op de omslag van je boek ben je hoogblond, op de weblog ben je zwart en nu heb je je eigen kleur.

‘Bíjna. Ik ben van mezelf iets lichter.’

Maar zegt het iets over je?

‘Ja. Een tijdje geleden bedacht ik dat ik er genoeg van had om de sloerie uit te hangen. Ik wilde een vast vriendje. Ik wilde settelen. En dat moet je dan ook uitstralen en niet als een bombshell blijven rondlopen.’

Hielp het?

‘Vier maanden geleden ben ik Hassan tegengekomen, op het Crossing Border Festival (Europees multicultureel muziek- en literatuurfestival – red.). Hij is al schrijver. Hij werkt nu ook voor het weekblad Vrij Nederland.’

Ze pakt zijn boek uit de kast, Een verhaal uit de stad Damsko, uitgegeven door Van Gennep. Op de eerste bladzij staat een beroemd citaat van de Nederlandse schrijver Nescio. ‘Jongens waren we, maar aardige jongens.’ Hassan Bahara’s boek gaat over een Amsterdamse havo-scholier die in Marokko geboren is en moet schipperen tussen twee culturen. Basje: ‘Met Hassan is het serieus. Ik heb helemaal niet meer de behoefte om vrij te zijn. Ik denk: misschien gaan we wel samenwonen, trouwen.’

Kinderen?

‘Weet ik nog niet.’

Wat vond je vader van je boek?

‘Weet ik niet. Ik weet niet eens of hij het gelezen heeft.’

Echt niet?

‘Nee. Ik kan best goed met hem praten hoor. Alleen niet over mijn boek. Ik zou het hem kunnen toesturen en dan vragen wat hij ervan vindt. Maar dan ben ik net mijn moeder. Die probeerde hem ook dingen te laten doen die hij niet wilde.’

Zoals?

‘Iets met mij doen bijvoorbeeld. Hij zegt altijd dat hij eigenlijk helemaal geen kinderen wilde. Mijn moeder wilde het, en de vrouw met wie hij nu is wilde het. Nou klinkt het net of ik een slechte relatie met hem heb. Maar dat is niet zo, hoor. Hij is gewoon niet meer zo erg aanwezig in mijn leven. Ik vind dat niet zo erg. Vroeger wel, maar nu niet meer. Als ik de verhalen hoor van andere mensen over hun ouders, dan denk ik: het kan allemaal veel erger. Ik heb tenminste een leuke moeder. Zij is heel erg trots op me.’