IJsland worstelt met driekoppige draak

De kleine IJslandse economie blijkt kwetsbaar voor onheil van overzee. Banken, ondernemers en consumenten zoeken financiële stabiliteit in een toevlucht tot de euro.

IJsland zucht onder de hoogste inflatie sinds achttien jaar (11,8 procent op jaarbasis), de hoogste basisrente in de westelijke wereld (15,5 procent) en een waardedaling van de IJslandse kroon ten opzichte van de euro met 25 procent sinds begin dit jaar.

Deze economische ontsporing is het gevolg van de kredietcrisis, overconsumptie, gebrek aan vertrouwen in de kredietwaardigheid van de grote IJslandse banken en een speculatieve aanval begin dit jaar door hedgefondsen op die banken.

Agressieve speculatie leidde tot een grote waardedaling van IJslandse aandelen, en een spectaculaire waardevermindering van de kroon. Hierdoor werden importen aanmerkelijk duurder. De poging van de IJslandse centrale bank begin april om de koers van de kroon te ondersteunen door verhoging van de basisrente tot 15,5 procent, had slechts een beperkt effect. Eind maart moest voor 1 euro 125 kroon worden betaald, nu ongeveer 115. Rond de jaarwisseling kostte een euro 95 kroon.

Het lijkt er echter op dat IJsland de „bear fight” (premier Geir Haarde) tegen speculanten te boven komt. De grootste bank, Kaupthing, die eind vorig jaar afzag van de overname van de Nederlandse zakenbank NIBC, rapporteerde woensdag 18,7 miljard kroon (161 miljoen euro) winst over het eerste kwartaal, tegen 20,3 miljard kroon in het eerste kwartaal van 2007. Ook de investeringsbank Straumur boekte winst, tegen verlies in het laatste kwartaal van 2007. Investeringsmaatschappij Exista, die 23 procent van de aandelen Kaupthing bezit, meldde daarentegen een verlies van 43,8 miljoen euro over het eerste kwartaal. Kwartaalcijfers van de andere banken komen later.

De drie grote banken Kaupthing, Glitnir en Landsbanki financierden hun snelle internationale expansie de afgelopen vier jaar met goedkope buitenlandse leningen. Het gebrek aan vertrouwen in de solvabiliteit van de banken leidde ertoe dat torenhoge premies moesten worden betaald voor verzekering van schulden van de banken, waardoor zij eind maart vrijwel geen geld meer konden lenen op de markt. De centrale bank verruimde daarop de kredietfaciliteiten. De kredietverzekeringspremies waren ook voor de IJslandse staat sterk verhoogd – tot woede van premier Haarde – maar zijn inmiddels weer gezakt, voor de rijksoverheid met ruim 50 procent in twee weken.

IJslandse consumenten die de afgelopen jaren grote leningen sloten om de aankoop van huizen, auto’s of vakanties te financieren, zitten nu op de blaren. Leningen in IJsland worden geïndexeerd: een lening van 30 miljoen kroon gaat vanaf 1 juni met 1 miljoen omhoog. Wie in november 10 miljoen kroon leende in harde buitenlandse munt, moet nu 14 miljoen terugbetalen. De centrale bank voorzag eind maart dat de huizenprijzen in Reykjavik die de afgelopen drie jaar met 50 tot 100 procent stegen, de komende twee jaar mogelijk met 30 procent zullen dalen.

De consumentenprijsindex steeg volgens het statistisch bureau in april met 3,4 procent ten opzichte van maart – de grootste maandelijkse stijging sinds 1988. Behalve door de zwakkere kroon, waardoor importen duurder worden, wordt de inflatie aangewakkerd door de sterk gestegen prijzen voor grondstoffen en olieproducten. Vrachtwagenchauffeurs hielden twee weken lang vrijwel dagelijks blokkades op snelwegen en kruispunten als protest tegen de hoge dieselprijs.

De auto-importen daalden in april met 26 procent, omdat de verkoop volledig is ingezakt. De importeur van Volkswagen kondigde gisteren 17 procent korting op de prijzen van alle modellen aan. De werkloosheid is nog steeds beperkt tot 1 procent, maar zal vermoedelijk na de zomer toenemen. Anderzijds is de zwakke kroon gunstig voor exporteurs, onder andere van visproducten: zij krijgen meer kronen voor de euro’s of ponden waarmee hun klanten betalen.

De financiële crisis leidde tot hernieuwd debat over de vraag of IJsland, met slechts 312.000 inwoners, zich de luxe van de ‘kleinste economie ter wereld met een eigen munt’ blijvend kan veroorloven. Een meerderheid van de IJslanders, zo bleek onlangs uit een opinieonderzoek, is voor invoering van de euro. Een klein aantal IJslanders zoals werknemers van slachtmachineproducent Marel, dat onlangs Stork Food Systems overnam, krijgt het salaris deels in euro’s betaald. Er ontstaat nu een debat over de vraag of het land ‘twee naties’ krijgt: een die met waardevaste munten als de euro leeft, en een andere die het met de zwevende kroon moet doen.

Bedrijven willen komende herfst onderling zaken gaan doen in euro’s. De drie grote banken hebben met de centrale bank van Finland gesproken over de arrangementen die daarvoor nodig zijn. De IJslandse centrale bank heeft daaraan tot nu toe niet willen meewerken, om ‘technische’ maar vermoedelijk ook om politieke redenen. De regering-Haarde wijst invoering van de euro af, omdat dit toetreding tot de EU vereist – en daaraan zijn de meeste politieke partijen nog lang niet toe. Mede daarom riepen de vakbonden tijdens hun 1-meibijeenkomsten op tot strijd tegen de inflatie.