Het pornografische werk

Porno bij de Bruna! Of, nóg sensationeler: een dik deel van het Verzameld werk van Louis Paul Boon bij de Bruna. Vanuit welk standpunt je het ook beziet: er steeg een verrassend roze torentje fier de lucht in, vorige week bij de kassa van de kiosk in het Centraal Station van Amsterdam. Verkoopt men er porno omdat het Boon is of verkoopt men er Boon omdat het porno is?

Hoe dan ook, Het erotische/pornografische werk, zoals deel 16 (De Arbeiderspers, € 35,–) van het verzameld werk adequaat is getiteld, is een imposant boek: bijna duizend pagina’s, honderden illustraties en deels onbekend materiaal van de Vlaamse grootheid Louis Paul Boon (1912-1979). De meeste ruimte en aandacht gaat uit naar de ‘fenomenale feminatheek’ de 22 duizend plaatjes tellende verzameling afbeeldingen van vrouwen die de zelfbenoemde ‘viezenist’ Boon in de loop der jaren aanlegde. De eerste zeshonderd pagina’s van het boek zijn ervoor gereserveerd, ook voor een belangrijk deel met tekst.

Want geregeld neemt de samensteller zelf het woord: ‘Daar we met dit proefschrift over de Europese vrouwen tot dokter professor in de Feminatologie willen promoveren, zetten we onze tocht verder, en nemen we bij wijze van spreken eens een Poolse onder handen. Er is steeds wreedaardig mooi vrouwvolk in Polen geweest.’

Dezelfde ironische pseudo-wetenschappelijkheid is te zien in de rubriceringen van de foto’s, zoals ‘De puberteitsjaren’; ‘de kous’; ‘de broek van oma’ en ‘de kut’. De foto’s in die laatste categorie zijn trouwens dusdanig dat een omfloerster aanduiding potsierlijk zou zijn. Het gros van de afbeeldingen – verzameld in de jaren 50, 60 en 70 – lijkt zo uit de Playboy geknipt. Voor de echte porno moeten we bij de romans zijn, waarvan Mieke Maaikes obscene jeugd (1972) de bekendste is. Het bevestigde destijds Boons status als vijand van heel katholiek en conservatief Vlaanderen. De ondertitel is een nieuwe knipoog naar de wetenschap gaf: Een pornografisch verhaal, voorafgegaan door een proefschrift ‘in en om het kutodelisch verschijnsel’, waarmee student Steivekleut promoveerde. Steivekleut, kutodelisch, je moet ervan houden. Maar de vrolijkheid van Boon is ontwapenend. Meer dan porno is Mieke Maaike een parodie op porno, zo legt de redactie van het Verzameld werk in een uitgebreide verantwoording uit. Maar omdat porno vaak al veel weg heeft van een parodie op zichzelf, is dat misschien niet zo’n belangrijk verschil. Al wekken passages als de volgende inderdaad eerder op de lachspieren dan op iets anders. ‘Hij wou ook nog weten hoe oud ik was, wat betekende hoe jong nog, en van aandoening kon ik nauwelijks antwoorden. B-b-bijna tien, kreeg ik er tenslotte uit. Hij wou hierop ook nog weten of ik st-stotterde, maar ik zei: N-nee, ’t komt door de diepe o-o-ontroering.’