Europees probleem gezocht

EU-bureau Solvit zoekt oplossingen voor problemen op de interne markt.

De probleemfixers zouden meer kunnen doen, maar dan moet er wel personeel bij.

Annemieke van der Wal is schipper in Spanje. Ze woont al meer dan vijftien jaar aan de Spaanse zuidkust, deed de Spaanse zeevaartschool en vaart al jaren op Spaanse schepen. Dat moest ze noodgedwongen doen zonder monsterboekje, het rijbewijs op zee. In Spanje is een monsterboekje een soort identiteitsbewijs dat alleen aan Spaanse onderdanen wordt afgegeven. In Nederland krijg je het boekje alleen als je op een schip onder Nederlandse vlag vaart. Van der Wal kwam niet in aanmerking voor een van beide.

„Ik heb alles geprobeerd, maar ik was machteloos”, zegt Van der Wal. „De Nederlandse en Spaanse wetgeving stonden recht tegenover elkaar.” Vorig jaar kwam Van der Wals noodkreet bij Solvit terecht. Solvit is een Europees netwerk van ambtenaren, waar burgers en bedrijven gratis terecht kunnen met klachten over praktische problemen op de interne markt. Volgende week presenteert Europees Commissaris Charlie McCreevy (Interne Markt) het jaarverslag van de organisatie. Daaruit blijkt dat Solvit in 2007 meer dan achthonderd klachten behandelde; 83 procent van problemen werd opgelost.

In alle EU-lidstaten – en in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein – zijn Solvit-centra. Het centrum in Nederland maakt deel uit van het ministerie van Economische Zaken en wordt bemand door drie ambtenaren. Zij namen voor Van der Wal contact op met Solvit Spanje. Resultaat: binnen tien weken kon ze met een Nederlands monsterboekje de zee op.

Officieel zou het probleem van Van der Wal niet mogen bestaan. Het zou voor alle EU-burgers mogelijk moeten zijn te wonen, werken en studeren in de hele EU. Ook bedrijven mogen zich overal vestigen en zaken doen. In werkelijkheid is de Europese interne markt nog onvoldoende ontwikkeld. Dikwijls kunnen Europeanen niet van de vrijheden van de interne markt profiteren, omdat Europese richtlijnen op verschillende manieren worden omgezet in nationale wetgeving.

„Dat komt helaas vaker voor dan we wensen”, zegt Laurence Gormley, hoogleraar Europees Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Soms vergeten lidstaten wetgeving over de interne markt naar nationale wetten om te zetten, soms passen ze wetgeving per ongeluk verkeerd toe. Het komt ook voor dat landen het niet eens zijn met Europese regels en met opzet nalaten de wetgeving op de juiste manier te interpreteren.”

Volgens europarlementariërs Toine Manders (VVD) en Bert Doorn (CDA) worden burgers en bedrijven hiervan de dupe en kunnen ze met hun problemen geen kant op. Manders: „Ze kunnen een rechtszaak aanspannen, maar dat kost tijd en geld.” Volgens Doorn is Solvit daarom onmisbaar, als „eerste hulp bij Europese ongelukken”.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW stuurt met enige regelmaat bedrijven met klachten door naar Solvit. „Als een bedrijf op een uitspraak van het Europees Hof van Justitie moet wachten, kan het in de tussentijd failliet zijn gegaan”, zegt Mechteld Oomen van VNO-NCW. De werkgeversorganisatie heeft vaak contact met bedrijven die in het buitenland barrières tegenkomen. Het komt bijvoorbeeld voor dat zij hun product extra moeten laten testen. Dat mag niet, volgens Europees recht, want als een product in de ene lidstaat is goedgekeurd moet het in de andere zo de markt op kunnen. Maar het bedrijf zal geen rechtszaak willen beginnen en betaalt voor het testen, tegen alle principes van de interne markt in.

„Burgers en bedrijven hebben al moeite te begrijpen wat hun rechten op Europees niveau zijn, laat staan dat ze die kunnen opeisen”, zegt Marian Grubben, teamleider van Solvit in Brussel.Grubben zegt dat Solvit veel te onbekend is, en dat het aantal klachten door meer bekendheid ten minste zou kunnen verdubbelen. Toch willen volgens haar niet alle nationale Solvit-bureaus promotie maken, wegens personeelstekorten in de organisatie. Lidstaten moeten Solvit zelf financieren. „In Frankrijk deden tot voor kort twee stagiairs het werk”, zegt Grubben. „Intussen is er één ambtenaar, maar dat is veel te weinig. Lidstaten moeten meer investeren in Solvit, anders kunnen ze een grotere stroom klachten nooit aan.”

Nadat Annemieke van der Wal via Solvit een Nederlands monsterboekje had gekregen, diende zich een nieuw probleem aan. Spanje weigert haar werkdagen op zee in een Nederlands monsterboekje te schrijven. „Ik zal wel moeten wachten totdat er een Europees monsterboekje komt”, verzucht ze. „Eén Europese markt? Ik dacht het niet, die is nog ver weg.”

Meer info over Solvit via www.ec.europa.eu/solvit