Economie van rafelranden

De voormalige NDSM-werf op de noordelijke oever van het Amsterdamse IJ is wat in het Frans een ‘terrain vague’ heet. Op de hellingen waarover ooit schepen te water werden gelaten staan bewoonde trams. Kranen hangen als bomen over de kaden, waaraan driemasters en vrachtschepen liggen.

„De rafelranden van een stad hebben economische waarde, maar die is niet makkelijk aan te tonen”, zegt illustratrice Marieke van Ditshuizen. Toch is dat precies wat de kunstenaars in de NDSM-loods proberen door zelf het NDSM-terrein te ontwikkelen. Ze maken daarbij gebruik van de fiscale regeling die het aantrekkelijk maakt te beleggen in culturele projecten.

De NDSM-loods is een ‘broedplaats’, waarin beeldend kunstenaars, theatermakers, vormgevers, musici en architecten hun atelier hebben. Dat zijn vaak grote ruimten, zoals het atelier van theatergroep Monsterverbond, dat is opgetrokken uit gasbetonblokken en oude kerkramen. „We gaan de kant uit van het poppentheater”, zegt Casper Oorthuys: „Met poppen van 3,5 meter hoog.”

De kunstenaars betalen huur aan stadsdeel Amsterdam-Noord. De stichting die de penningen int, kampt kampt al jaren met een tekort. Daarom heeft het stadsdeel de loods en het omliggende terrein onlangs verkocht aan een woningcorporatie, die de voormalige werf wil omtoveren in een centrum van de ‘creatieve industrie’. Trekker wordt onder meer het hoofdkantoor van MTV Nederland.

De kunstenaars zijn bang dat het NDSM-terrein nu even gelikt en commercieel wordt als om het even welk ander bedrijfsterrein. Ze krijgen rillingen van het nette plantsoen voor het MTV-kantoor, dat scherp contrasteert met het gras dat nu nog woekert tussen de keien. In hun beleving gedijen kunst en cultuur het best op een ruige en wilde voedingsbodem.

Daarom hebben de kunstenaars besloten om zelf projectontwikkelaar te worden onder de vlag ‘De Toekomst, NSDM’. Voor de aankoop van het complex is 5,7 miljoen euro nodig, voor de renovatie nog eens 4 miljoen. De kleine tien miljoen moet komen van kunstliefhebbers met geld. „Suikerooms en suikertantes voor de broedplaats”, zegt voorzitter Simon Rhebergen van De Toekomst.

De beleggers steken hun geld niet rechtstreeks in de broedplaats, maar in het VastgoedCultuurFonds, dat de gelden doorsluist naar De Toekomst. Dit fonds financiert onder meer de verbouwingen van Felix Meritis, De Appel en het Muziekmakerscentrum. Het fonds dankt zijn bestaan aan de fiscale regeling voor cultureel beleggen, die de Tweede Kamer in 2004 heeft aangenomen. Mensen die geld steken in een cultureel project, betalen 2,5 procent minder belasting – net zoals ‘groene’ beleggers.

Die fiscale korting maakt dat de kunstenaars het gebied in principe goedkoper kunnen ontwikkelen dan een commerciële partij. De financiering van tien miljoen euro kost normaal gesproken 450.000 tot 500.000 euro per jaar aan rentelasten. De kunstbeleggers kunnen genoegen nemen met minder inkomsten. „Daardoor zijn de financieringslasten 300.000 euro. Dat is het bedrag van de huidige huurinkomsten”, zegt Rhebergen.

„Daarnaast zijn er meevallers”, denkt Rhebergen: „De verbouwing valt waarschijnlijk goedkoper uit en bovendien rekenen we erop jaarlijks anderhalf miljoen euro te verdienen met de incidentele verhuur, voor bijvoorbeeld festivals.”

Meer informatie via www.vastgoedcultuurfonds.nl en http://toekomstndsm.blogspot.com