Ecofabulous: sexy én diervriendelijk

Deze week kwamen twee boeken uit die stellen dat het niet alleen gezond is, maar ook hip om vegetariër of zelfs veganist te zijn.

Is het een hype die weer overwaait, of al mainstream?

Lisette Kreischer en Merel van der Lande, auteurs van het boek Veggie In Pumps, hebben er een woord voor bedacht: Ecofabulous. „Dat betekent niet dat we boomminnende hippies moeten worden of dat we smakeloze sojafantasietjes op tafel toveren”, zeggen zij in de inleiding. „Nee, eco anno 2008 is hip, puur, verantwoord en een genot voor fijnproevers.” Veggie in Pumps maakt je wegwijs in zeven ecogebieden: voedsel, mode, beauty, wonen, reizen en werken. De gids van Lisette Kreischer – zelf veganist – is leuk voor veganisten, maar ook voor vegetariërs, flexitariërs (parttime vegetariërs) en allerlei andere ecobewuste mensen. Ze heeft daarnaast een veganistisch cateringbedrijf, Veggie Rose. Op haar snoezige website vertelt ze over haar high teas met eerlijke cakejes. „Eigenlijk staan mijn cupcakes symbool voor de ecofabulous vrouw. Ze zijn duurzaam en diervriendelijk, maar óók supersexy. Precies wat de moderne vrouw zoekt.” Kreischer zou het liefst leven in een wereld waarin alle producten ecofabulous zijn. Haar boek, haar catering en de website (die binnenkort online gaat), vormen samen lifestyleplatform Veggie In Pumps. „Daar kun je alles vinden om ecofabulous te leven.”

Skinny Bitch is de stoere variant van Veggie in Pumps. Dit boek is een scherpe humoristische aanval op het eten van ‘rommel’. „Stop met frisdrank, suiker, junkfood en dagelijkse giffen als alcohol en koffie, en je zult er fantastisch uitzien én gezond worden”, belooft dit boek. „Want wie echt skinny wil worden, gaat zelfs nog verder en wordt vegetariër.” Het is een dieetboek met een kant-en-klaar weekmenu én alle onderbouwing die je nodig hebt om van ‘duivelse ingrediënten’ als suiker af te blijven. De schrijfsters Rory Freedman en Kim Barnouin schotelen je zoveel bewijsmateriaal voor, dat de zin in ‘giffen’ vanzelf verdwijnt.

„Ik heb het allemaal al eerder gezien”, zegt modeontwerper Hans Ubbink. Hij verwijst naar de kortstondige duurzaamheidshype in de jaren negentig. Hij had in die tijd een ecolijn. „Dat was het hélemaal...”, hij is even stil, „...niet.” Hij denkt dat de consument net als toen alleen voor eco kiest als het aan dezelfde kwaliteitseisen als niet-eco voldoet én voor dezelfde prijs in de winkel ligt. „Toen zat het niet lekker, die ecostoffen, daarom kocht de consument ze niet. En nu de kwaliteit vooruit is gegaan, wil de consument er niet extra voor betalen.” Maar wat Ubbink beweert, is in de VS allang weerlegd.

Skinny Bitch lag daar in 2005 al in de schappen, mét succes. Het stond wekenlang op nummer één van de New York Times bestsellerlijst. Maar ook in steden als Londen, Los Angeles en San Francisco kun je er niet meer omheen. Er zijn zelfs veganistische restaurants. Begin 2007 bleek veganisme mainstream te zijn geworden. De New York Times kopte een artikel over veganisme: ‘Uncruel beauty’ over supermarktketens die hun veganistische assortiment uitbreidden en de hausse van veganistische boetiekjes en ecolabels. „Er zijn steeds meer mensen die deze diervriendelijke waarden omarmen”, aldus de New York Times. „Zelfs mensen die nog nooit van een ‘cruelty free’-dieet hebben gehoor,d gaan in deze trend mee. Alleen maar omdat het hip is.”

En daar zit ’m de kneep. Het is hip om diervriendelijk te zijn, en mooi meegenomen dat je zo het milieu een handje helpt. Anders dan de diehards uit de jaren negentig is de huidige generatie op een persoonlijke manier met het milieu begaan. Ze worden ook wel praktisch idealisten genoemd, conform de titel van Sofie Koers en Natasja van den Berg in 2003 in hun boek Praktisch Idealisme. Er is beslist een doelgroep die zichzelf hierin herkent: anders had hun boek inmiddels niet een vijfde druk gehaald.

Amanda Baker van de Britse Vegan Society kan dit beamen. „Steeds meer mensen realiseren zich de effecten van het eten van dierlijke producten en veranderen hun dieet, maar het activisme uit de jaren negentig is verdwenen.” Baker zegt stellig: „Jongeren van nu groeien op in de schaduw van klimaatverandering, zoals ik ben opgegroeid met het idee van de nucleaire bom. Zij groeien op in het besef dat duurzaam leven, groen én fair trade niet meer dan logisch is. Zij doen wat binnen hun bereik ligt, want het moet wel leuk blijven.”

En als je goed kijkt, valt dat inderdaad op. Er ligt een groeiend biologisch en zelfs veganistisch assortiment in de supermarkten, Nederland kent een ‘eerlijke’ omroep als Llink, en online zijn er talloze voorbeelden. Zo zijn er eerlijke websites als www.puuruiteten.nl en eerlijke modelabels als Made-By (www.made-by.nl). Het wordt steeds makkelijker om in een duurzame en diervriendelijke lifestyle te leven. Neem een kijkje bij de exotische veganistische catering Try Me! (www.veganisme.nl) of bij Veggie Rose van Lisette Kreischer (www.veggierose.nl). Veganistisch winkelen kan online bij www.vega-life.nl, veganistische pumps vind je in de Vlaamse webwinkel www.georgette.be. En cafés kijken niet meer vreemd op als je een Soya latte (vegetarische koffie verkeerd) bestelt. Begin dit jaar werd zelfs www.vegadates.nl gelanceerd. Het lijkt erop dat ook Nederland voor ‘uncruel beauty’ gaat.

‘Veggie in Pumps’: Lisette Kreischer en Merel van der Lande (Artemis & Co, 17,95 euro)‘Skinny Bitch’: Kim Barnouin en Rory Freedman (Truth & Dare, 12,95 euro)