De poëzie van het roze rietje

Toen Semâ Bekirovic (1977) opgroeide, woonde ze op een woonark. Daar ontstond haar fascinatie voor meerkoeten, die naast de boot in een nest woonden, maar toch een geheel eigen leven hadden. Toen ze jaren later een creditcard in een meerkoetnest ontdekte, besloot ze ‘in co-productie’ met een meerkoetkoppel dit kunstwerk te maken.

Een lente lang zat ze aan de oever. Ze voerde twee vogels spulletjes die voor haar persoonlijke waarde hebben, om te gebruiken voor het bouwen van hun nest: familiefoto’s, een Mondriaanreproductie, de tandenborstels die haar vader altijd gebruikt om zijn machines schoon te maken, buitenlandse bankbiljetten.

Soms was het een strijd tussen mens en koet. Dan was Bekirovic beledigd, omdat de meerkoeten een paar knalroze rietjes prefereerden boven de naaktfoto’s die zij ooit voor een opdracht van de Rietveld Academie maakte. Of de meerkoeten sleepten een zelf gevonden parkeerbon en een bekertje van McDonalds naar het nest, in plaats van haar poëtische voorwerpen. Maar voor een meerkoet tellen heel andere criteria. ‘Dat was ook het mooie van het project’, zegt Bekirovic. ‘Mijn kunst gaat altijd uit van een idee. Ik vind het niet spannend als ik zelf het eindresultaat van mijn werk al kan bepalen. Je eigen geest gaat je snel vervelen. Daarom werk ik graag met elementen van buiten. Dieren, of de zwaartekracht. Die bepalen hoe het kunstwerk eruit komt te zien.’

Zo maakt Bekirovic tekeningen met behulp van het slijm van slakken, of laat ze in een filmpje grote letters van een gebouw af vallen. De zwaartekracht en wind geven het kunstwerk zijn uiteindelijke vorm.

Die werkwijze heeft haar geen windeieren gelegd. Ze was genomineerd voor de Prix de Rome, volgde de prestigieuze Rijksakademie en heeft zojuist een solotentoonstelling in Galerie Diana Stigter gehad. ‘Zo ben ik toch nog in het gevestigde kunstwereldje terechtgekomen’, zegt ze. ‘Terwijl dat nooit mijn bedoeling is geweest.’ (JL)