De grenzen van de privacy verschuiven

Zou dat nog gebeuren? Mijn ouders prentten mij in dat wat in de huiselijke kring voorviel, in geen geval aan de buitenwereld mocht worden doorverteld. „Dat gaat niemand wat aan”. Het lijkt erg lang geleden, nu webcams in menige slaapkamer blijken opgesteld, zelfs spionnen er in toestemmen te worden geïnterviewd voor een kunstzinnig project en vrienden niet boos worden, wanneer een van hen met naam en toenaam uit de doeken doet, waar en wanneer hij met een van hen naar bed is geweest.

De grenzen van wat privé is, en aan het oog van de openbaarheid onttrokken moeten worden, lijken in de vijftig jaar sinds mijn opvoeding wel heel erg verschoven. En heus niet alleen onder invloed van internet, zoals blijkt in dit themanummer van het Cultureel Supplement over privacy.

De traditionele kunstvormen doen ook hun duit in het zakje: acteurs in een één-op-éénvoorstelling ontzien zich niet de toeschouwer te betasten of zich te laten betasten, een kunstenares legt een afscheidsbrief van een minnaar voor aan meer dan honderd vrouwen, om te kijken wat zij er van vinden. Daarbij vergeleken is de ervaring van de gebruikster van de internetsite last.fm, die verliefd wordt op de muziekkeuze van een onbekende, eigenlijk nog maar kinderspel.

Als het onderwerp ‘privacy’ in een krant aan de orde wordt gesteld, gaat het meestal om de bescherming van persoonlijke gegevens, data. In de kunst speelt dat trouwens ook wel: die website last.fm houdt ook bij, merkte ik laatst tot mijn verbazing, welke muziek ik draai met mijn i-tunes-programma, hoewel ik daar nooit opdracht toe heb gegeven. Ik weet ook niet hoe ik die functie van last.fm uit kan zetten – verwijderen van de hele software lijkt de enige oplossing.

Maar dit nummer van CS toont aan dat er ook een andere privacyproblematiek bestaat – die van de verschuiving in wat er geheim en verborgen en intiem verdient te blijven. En wat niet, dat vooral. Welke rol en functie de kunsten in die ontwikkeling vervullen, is niet eenvoudig in te zien. In dit CS blijkt daarover verschillend te worden gedacht. Bianca Stigter vermoedt functieverlies van kunst nu films en boeken niet meer nodig zijn om werkelijk intiem te zijn met onbekenden. Hans den Hartog Jager daarentegen maakt aannemelijk dat er, vanuit kunstzinnig perspectief, goede manieren zijn om het privédomein te openbaren, en slechte, waarbij betrokkenen gereduceerd worden tot ‘cameravoer’.

De vraag is natuurlijk niet alleen kunstzinnig. Ook in algemeen maatschappelijke perspectief kun je je afvragen of al die openheid wel prettig is, of nuttig. Sommige kunstenaars proberen die vraag te beantwoorden. In verband met seks schrijft Marja Brouwers in de roman Casino: „Schending van intimiteit heft de werkelijkheid ervan op” en elders noemt zij een wereld zonder intimiteit „een concentratiekamp”.

De meesten van ons zien de ontwikkeling verwonderd en licht geamuseerdheid aan. Ook daarvan getuigt dit CS: noodklokken worden niet geluid. Ondanks de strenge consignes zou dat, schat ik, ook de attitude geweest zijn van mijn ouders, vijftig jaar geleden. Mijn moeder hield ervan om als zij tipsy was, op feestjes seksuele anekdotes uit haar eigen huwelijk ten beste te geven, en mijn vader veinsde dan gêne.