Confronterend streeltoneel

Ervaringstheater is een kunstvorm waarbij de acteurs opzettelijk de privacy van de bezoeker doorbreken met aanrakingen, bedreigingen, strelingen en persoonlijke gesprekken. Dat is intens en soms weldadig, soms ongemakkelijk.

Ik zit aan de bar naast de Amsterdamse schouwburg, als een onbekende man met een baardje op mij afloopt. Hij noemt een andere naam, begroet mij als een oude vriend. Ik knik, corrigeer hem niet, en ga met hem mee voor een wandeling achter de coulissen van de schouwburg. Tijdens de wandeling blijkt dat de man denkt dat ik tot voor kort deel uitmaakte van het toneelgezelschap, en dat ik ontslagen ben na een affaire met een dame. Dat blijkt de huidige vrouw van de acteur te zijn, die nog altijd mijn naam fluistert. De man en ik zijn liefdesrivalen, in zijn ogen. De vriendschappelijke toon verdwijnt al snel. Hij richt zelfs een pistool op me – een speelgoedpistool weliswaar, maar dat zie je ook niet één twee drie – en suggereert dat hij me van een eng hoog balkonnetje zal duwen.

Dit is de voorstelling De sterkste van August Strindberg, geregisseerd door Eric de Vroedt. De sterkste behoort tot het ervaringstheater, een verrassende en intense theatervorm in opkomst, die ongeveer alle kenmerken van het theater mist.

Er is geen publiek dat in een theaterzaal stil naar een voorstelling op een podium zit te luisteren. In het ervaringstheater wordt je uit de theaterzaal gehaald, en ergens op locatie ontvangen. Verder mag je niet lekker in het donker toekijken, je moet iets dóen. De ervaringstheatermaker laat je rondlopen door een theatraal vormgegeven doolhof, of rijdt je rond in een rolstoel. Je kan worden geblinddoekt, je kan worden betast, je mag een broodje bakken, of je wordt aan een onbekend meisje gekoppeld. Dit vergt iets van de toeschouwer, die juist zo hecht aan zijn passieve rol in het donker, maar je krijgt er ook iets voor terug: een veel intensievere ervaring.

De sterkste behoort tot de meest ingrijpende vorm van ervaringstheater: die waarin je uit de veilige, anonieme groep van het publiek wordt geweekt, en een één-op-één-behandeling krijgt. Bovendien word ik behandeld als een personage; ik maak zelf deel uit van de voorstelling. En in De sterkste word ik op een onaangename manier benaderd. Terwijl het ervaringstheater doorgaans zacht en lief van toon is, juist omdat het zo eng is voor de toeschouwer. Mooie gevoelens opwekken, is vaak het doel. Niet zelden moet ik mijn schoenen en sokken uittrekken.

Die rol van personage is een ongemakkelijke. Ik ben in De sterkste ernstig in het nadeel. Ik ga onvoorbereid en onbewapend een duel aan met iemand die ervaren is, die de regie heeft, en die ieder moment van wapen kan veranderen. Dat vindt niet iedereen aangenaam, het vraagt om een bepaalde overgave, en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel van de theatermaker.

In De sterkste is dit ongelijke duel nauw verbonden met de inhoud: de andere man wil mij onverwachts confronteren. In het verhaal ben ik de man die nog altijd grote invloed heeft op zijn vrouw. De ander voelt zich de mindere van mij. Dit hele gesprek is erop gericht mij ervan te overtuigen dat niet ik, maar eigenlijk hij de sterkere is. Ik blijf de man die op afstand wordt aanbeden, maar die zich niet werkelijk kan binden. Hij hééft de vrouw. Nooit helemaal, maar wel iedere dag.

Als je op zo’n directe manier wordt aangesproken door een onbekende, in een onbekende omgeving, dan komen er scheuren in de achterste verdedigingslinie van de theaterganger. Je kunt je niet meer vasthouden aan de gedachte: „Het is niet echt, het is maar theater.” Dit voelt zo echt, dat ik me werkelijk een schuldige dader voel als ik weer op straat sta. In ervaringstheater gaat de manipulatie verder dan in het gebruikelijke theater.

Ik weet ook wel dat ik niet echt iets heb met de vrouw van die onbekende man. Maar zo’n verhaal is altijd wel te verbinden aan iets dat wel relevant is voor mijn leven. Zoals een vriend die ook was gegaan, na afloop zei: „Iedereen is wel eens de tweede man. Of de eerste.”

IJkpunt van het hedendaagse

ervaringstheater in Nederland is Orakulos op het Holland Festival van 2001; een theatrale tocht door een labyrint van de Columbiaanse regisseur Enrique Vargas. In zijn voetsporen begonnen sommige theatermakers de traditionele vorm als te afstandelijk te ervaren, ze zoeken naar vormen die de toeschouwer dieper raken. Door om te beginnen kleinschaliger, voor een kleinere groep te spelen. En door de toeschouwer meer in het verhaal te betrekken. Theatermakers als Lotte van den Berg, Boukje Schweigman, Roos van Geffen en Dries Verhoeven maken aan beeldende kunst verwante voorstellingen op locatie, vaak in installaties, waarin de toeschouwer zelf onderdeel van de handeling is, en met een andere blik naar de omgeving gaat kijken. Alsof je door het doek in een surrealistische film bent gestapt. Vaak maak je een tocht, het beeld is bepalend, de sfeer is doorgaans dromerig. Ervaringstheater is vooral op theaterfestivals te zien, wellicht omdat je daar een avontuurlijk en mobiel ingesteld publiek treft, en omdat een festival drijft op speciale evenementen.

Dries Verhoeven maakte tot nu toe de raakste voorstellingen. In U bevindt zich hier speelt het decor een hoofdrol: met blankhouten schotten bouwt Verhoeven in een fabriekshal een „hotel” van twintig kamertjes. Ik moet op een bed gaan liggen, en zie mijzelf liggen in het spiegelplafond. Dat plafond gaat vervolgens meters de hoogte in, waardoor ik alle bezoekers van het hotel zie liggen. Samen alleen. Google Earth, maar dan zonder daken. Verhoeven creëert tussen al die eenzame zielen een saamhorigheid die in de buitenwereld niet mogelijk is.

In Uw koninklijk kome – een Europese festivalhit – gaat de manipulatie verder. Verhoeven zet mij in een container op een stoel tegenover een onbekende vrouw. We zijn door een geluiddichte glaswand gescheiden, door een speaker hoorde ik de „gedachtes” van de vrouw, vooraf ingesproken door een actrice. Omdat we elkaar niet rechtstreeks kunnen spreken, vraagt ‘Karin’ om een teken: als ik cassis uit de koelbox achter mij pak, twijfel ik over haar. Als ik sinaasappelsap pak, wil ik ‘Karin’ wel beter leren kennen. Uit beleefdheid pak ik sinaasappelsap. Aan haar hevige, verlegen reactie te zien, heeft zij een andere code doorgekregen. Zodat: „Ik wil je beter leren kennen” wellicht ineens overkomt als: „Ik vind je mooi.”

Zo creëert Verhoeven intimiteit tussen twee onbekenden, zonder dat deze elkaar zelfs maar gesproken hebben. Na afloop vraag ik het meisje of ze nog iets wil gaan drinken, niet om de liefde, maar om ervaringen uit te wisselen, maar daar heeft ze geen zin in.

„Mag ik een vrijwilliger uit het publiek?”

Wat in het ervaringstheater in het extreme gebeurt, is eigenlijk al lang onderdeel van de theatertraditie. Vanaf eind 19de eeuw werd in het klassieke toneel de vierde wand opgetrokken, de denkbeeldige scheiding tussen de zaal en het podium. Maar daarvoor, en in het cabaret, het variété, en het Brechtiaanse theater wordt juist altijd contact gemaakt tussen zaal en publiek. Je kan in de zaal aangesproken worden als individu – cabaretier Mischa Wertheim scheldt invalide uit, Freek de jonge stuurt irritant lachende mensen de zaal uit – of zelfs op het podium geroepen worden. De goochelaar haalt een toeschouwer op het podium, vraagt om zijn horloge, en slaat deze met een hamer aan diggelen, om hem vervolgens als nieuw weer tevoorschijn te toveren. Moderne variant: cabaretier Theo Maassen haalde in 2000 in Vlaardingen een vrouw op het podium en stak zijn hand in haar onderbroek. Hoewel het in een regulier theater geschiedt, wordt ook in deze gevallen een toeschouwer als individu aangesproken en tot onderdeel van de voorstelling gemaakt.

Het gebeurde naar verluidt al in 1970, in het spookhuis op de kermis van Zoetermeer, waar een man in een zwarte cape de langsrijdende bezoekers betastte, maar voor het theater is het betrekkelijk nieuw: het aanraken van de toeschouwer, de belangrijke grens die in het ervaringstheater kan worden overschreden. Dat heeft een diepgaand effect dat met andere theatrale middelen op geen enkele manier te bereiken is. Met aanraken wordt de laatste verdedigingslinie – het is niet echt, het is maar kunst – echt geslecht. Want aanraken is écht, en beroert je, hoe dan ook. Hierin tast de acteur je werkelijk aan in je privacy.

Het slachtoffer van Theo Maassen klaagde hem aan en hij werd veroordeeld. In het ervaringstheater zijn het doorgaans vrouwen die de ongevraagde intimiteiten uitvoeren, wat de gevoeligheid voor rechtsvervolging op de een of andere manier doet afnemen. Meestal pakken ze je hand, soms gaat het verder, word je daadwerkelijk gestreeld. Het ervaringstheater met aanraking doet denken aan het seksbedrijf, en ontleent daaraan ook vaak zijn vormen. In Red Rubber Balls van Peter Verhelst en Franz Marijnen wordt het publiek een pikdonkere ruimte ingeleid, waar actrices in natte onderjurkjes rondlopen die Verhelsts poëzie declameren en de bezoekers betasten. Ook voor diegene zonder nachtangst is dit een extreme ervaring die nog lang na siddert.

De zoektocht naar een actievere

, meer individuele, intiemere theatervorm vindt een voorlopig hoogtepunt in Het Sprookjesbordeel van Peter Verhelst. Daarin word ik alleen en geblinddoekt op een tafel gelegd. Een actrice fluistert zintuiglijke poëzie van Peter Verhelst. Een hand maakt mijn overhemd los en glijdt over mijn borst, glijdt over mijn dij, bestast mijn haar. De hand pakt mijn hand en legt deze op een blote buik. Het geheimzinnige, onbekende, suggestieve werkt weldadig. Dit is beter dan vier uur in een sauna.

Interessant is dat de illusie van de hoerenloper meteen begint te werken. Eerst denk ik: „Wat afschuwelijk voor die actrice dat ze hier tot half elf vanavond tientallen begerige mannenhanden moet verdragen.” Meteen daarna denk ik: „Maar bij mij vindt ze het fijn”.

Aangeraakt worden is aangenaam, uit je evenwicht gebracht worden kan, mits onder begeleiding, ook weldadig zijn, maar ongemakkelijk en confronterend blijft dit streeltheater ook. Je voelt je toch een veredelde hoerenloper als je bent geweest, en er ook nog stiekem van hebt genoten.

Het bevrijdende aan ervaringstheater is dat er geen duidelijk verhaal wordt verteld, inhoud of betekenis is hoe dan ook minder van belang. Vaak drijft het op overgave aan de zintuiglijke ervaringen: blote voeten in het graan, de geur van broodjes in de oven, een nat meisje tegen je rug geplakt. Dat is ook meteen de valkuil: het kan ook vrijblijvend, zweverig, inhoudsloos worden. En een terughoudend gebruik van emotionele paardenmiddelen als strelen en bedreiging met wapens is vereist.

Ook de actieve deelname kent zijn beperkingen. Echt actief hoeft de toeschouwer nooit te worden. Altijd word je aan het handje meegenomen, je hoeft niet zoveel zelf te doen, meestal is dat zelfs onwenselijk. In dit artikel komt de lijdende vorm niet voor niets vaak voor: ik word. De toeschouwer is doorgaans sowieso te braaf om van het pad af te gaan – door bijvoorbeeld de betasting te beantwoorden – maar toch, hier wringt het vaak: de toeschouwer moet meedoen, moet zich onder enige dwang overgeven, maar hij kan geen eigen inbreng hebben.

Dat zie je ook aan De sterkste. De tekst schrijft duidelijk voor dat één van de personages het woord voert, en de ander zwijgt. De acteur stelt hier en daar een retorische vraag, en kapt de antwoorden af. Wie wel gaat reageren stuit meteen op de beperkingen van de vorm. De vriend die ook naar De sterkste ging, kreeg ook het pistool op zich gericht. maar hij is van het terugpraterige soort, dus hij zei: „Ja, daar schrok ik inderdaad van. Dit heb ik namelijk eerder meegemaakt in Joegoslavië, maar dan met een echt wapen.” De acteur was zichtbaar in verlegenheid en wist niets te antwoorden. Dus ging hij gewoon door met de voorgeschreven tekst. Zo’n felle lichtstraal van buiten kan het ervaringstheater niet verdragen.

Voor het werk van Dries Verhoeven, zie: www.driesverhoeven.com. Eric de Vroedt werkt momenteel aan een gewoon toneelstuk: A Streetcar named Desire’. 27 mei t/m 7 juni Toneelschuur, Haarlem. Info www.toneelgoepamsterdam.nl.