China helpt aan waterkracht

In 27 landen is China nauw betrokken bij de bouw van 47 grote waterkrachtdammen.

China stelt geen vragen over corruptie of over milieuvervuiling.

Een uitje naar de grootste waterkrachtdam ter wereld, de Drieklovendam in de Chinese provincie Hubei, ontbrak zelden op de programma’s van de speciale gasten van de Chinese autoriteiten. Vooral Afrikaanse en Aziatische koningen, presidenten en premiers werden de afgelopen jaren naar China’s bron van waterkrachttechnologische trots geleid.

De resultaten mogen er zijn, want Chinese ingenieurs, advies- en bouwbedrijven en de Chinese Export- en Importbank (Exim) zijn op het ogenblik betrokken bij de bouw van 47 grote waterkrachtdammen in 27 landen. Daarnaast zijn nog eens 21 Chinese bedrijven betrokken bij 52 kleinere waterkrachtprojecten.

De grote bouwactiviteit van China houdt rechtstreeks verband met de Chinese vraag naar grondstoffen als olie, mineralen, koper en zink. Voor het winnen en verwerken van deze grondstoffen hebben olie- en mijnbedrijven in Afrika en Azië elektriciteit nodig. In ruil voor grondstoffen bouwt China niet alleen dammen om elektriciteit op te wekken, maar ook wegen, scholen en sportfaciliteiten.

China heeft voor een krachtige opleving van Afrikaanse economieën gezorgd, die de vraag naar elektriciteit verder hebben gestimuleerd.

Volgens de Chinese zakenpers, de Import- en Exportbank en de Amerikaanse milieuorganisatie International Rivers hebben bedrijven als Sinohydro en Gezhouba in de laatste drie kwartalen (het eerste van 2008 en de laatste twee van 2007) voor circa 5 miljard dollar (3,1 miljard euro) aan orders verworven. Het gaat om nieuwe projecten in Pakistan, Nigeria, Laos, Soedan en Myanmar.

Sinohydro, het deels geprivatiseerde bedrijf dat de Drieklovendam bouwde, en de Drieklovenmaatschappij zelf dingen ook naar het contract voor de bouw van de Grote Inga in de Congorivier in de Democratische Republiek Congo. De Grote Inga, geschatte kosten 80 miljard dollar, moet tweemaal zo groot worden als de Drieklovendam en 500 miljoen Afrikanen van elektriciteit voorzien.

Volgens Peter Bosshard van International Rivers, een milieuorganisatie in het Californische Berkeley, heeft China bij het ontwerpen en financieren van dammen de rol van de Wereldbank „volledig” overgenomen.

Dit heeft onder andere tot gevolg dat de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank nu toch weer betrokken willen zijn bij de bouw. Ook particuliere zakenbanken investeren weer. Sinds 2004 is volgens Hydropower & Dams World Atlas and Guide het aantal dammen in aanbouw gestegen met 53 procent.

Hoewel stroom opwekken via waterkracht aanzienlijk minder CO2-uitstoot veroorzaakt dan fossiele brandstoffen en een goed alternatief is voor kernenergie, stelt International Rivers dat grote dammen nadelig zijn voor plaatselijke ecosystemen en doorgaans leiden tot gedwongen verhuizing van tienduizenden bewoners.

„De echte sociale en ecologische kosten worden meestal genegeerd en bovendien stellen de Chinese geldschieters geen eisen op het gebied van corruptiebestrijding, mensenrechten en democratie”, aldus Bosshard. Volgens het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken is dat een bewust verkeerde voorstelling van zaken.

Volgens de Eximbank in Shanghai wordt met name in Afrika nog geen 8 procent van het energiepotentieel van de rivieren benut en hebben miljoenen Afrikanen op het platteland geen elektriciteit. Exim heeft milieuorganisaties als International Rivers gevraagd te adviseren bij de ontwikkeling van nieuwe dammen. Dat wordt door Bosshard bevestigd. Het is hem nog niet duidelijk of er ook naar zijn adviezen wordt geluisterd.

Plaatselijke bewonersorganisaties in Vietnam, Laos, Congo en Ghana voeren acties tegen de dammen of vechten voor betere compensatieregelingen omdat zij landerijen en huizen hebben verloren. Protesten tegen de megaprojecten van ‘Big Hydro’ uit China zouden vaak met geweld worden onderdrukt. Rapportages over milieueffecten en haalbaarheidsstudies ontbreken vaak.

„Het beeld is ontstaan dat wij ons gedragen als oude kolonialisten die er nietsontziend met de mineralen vandoor gingen en er niets of bijna niets voor betaalden”, zo verdedigde de Chinese topdiplomaat voor Afrika Liu Guijin eerder dit jaar de activiteiten in Afrika. „Dat is volkomen onjuist. Wij consulteren, we onderhandelen als gelijken in een vriendelijke atmosfeer, we vormen joint ventures, we sluiten goede contracten en we betalen naar behoren.”

„Echte ontwikkelingshulp is wat je kan zien en kan aanraken. We kunnen niet eindeloos blijven praten over transparantie, corruptiebestrijding en good governance. Democratie kan je niet eten”, zei de Congolese ambassadeur in Washington, Serge Mombouli, die als adviseur van de president Kabila betrokken is bij het miljardencontract dat zijn land heeft gesloten met de Chinese overheid en Chinese mijn- en ingenieursbedrijven. Uitvoeringsovereenkomsten ter waarde van 10 miljard dollar worden binnenkort in Peking getekend en omvatten ook een aantal waterkrachtprojecten.

Wie de opdracht krijgt de gigantische Ingadam te bouwen is nog niet beslist. De Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank willen de ontwikkeling en financiering van dit project (kosten: 80 miljard dollar) gaan leiden, maar er zijn volgens de Chinese en Afrikaanse media onduidelijke fricties ontstaan met de regering van de Democratische Republiek Congo.

Lees een eerdere reportage over de Drieklovendam via nrcnext.nl/links