Boom Chicago laat de Lama’s zien hoe improviseren moet

Het volgende nummer is een hiphopsong. Maar het publiek moet het onderwerp bepalen, want de vijf komieken op het podium gaan de tekst ter plekke improviseren. „Een cello!” roept iemand uit de zaal. Een vreemd onderwerp voor een rap, maar dat deert de spelers niet. Het ritme zet in en een van de spelers begint ogenschijnlijk moeiteloos vier regels aan elkaar te rijmen over de snaren en de klank van het instrument. Een tweede neemt het over en gaat met even groot gemak verder. En dan valt de naam van de grote cellist Yo-Yo Ma. Waarop de hele groep onmiddellijk een refreintje verzint waarmee het nummer kan worden afgerond. Yo-Yo Ma en het rap-stopwoordje „Yo!” , het klopt precies. Het heeft, alles bij elkaar, een minuut geduurd. Tijd voor de volgende scène.

De helft van Last one to leave the planet, turn off the lights!, de nieuwe show van Boom Chicago, het Amerikaanse comedycollectief in het Leidsepleintheater in Amsterdam, voltrekt zich volgens vaststaande teksten. Die zijn vaak raak en geestig. Zoals een satirische sketch over de Milieupolitie in Amsterdam. Of een scène over Amerikaanse ouders wier dochter uit Amsterdam terugkeert als milieuactiviste. Ze wil zelfs zonnepanelen op hun dak aanbrengen – wat moeten de buren wel denken?

Maar hier wil ik het hebben over de andere helft van het programma, de geïmproviseerde helft die goeddeels op de avond zelf moet ontstaan. In een computerbestand staan honderd genummerde trefwoorden die iets met het milieu te maken hebben. Uit het publiek wordt desgevraagd een nummer geroepen. Dankzij een groot projectiescherm zien we hoe de computer razendsnel bladert en het bijbehorende trefwoord vindt. Op de premièreavond stopte de teller bij het woord silt (slib). De volgende vraag: noem een ander woord dat eveneens met een s begint. Het antwoord uit de zaal lag voor de hand: seks. Waarna twee spelers onmiddellijk aan een spits dialoogje begonnen waarin slib aan seks werd gekoppeld. Het ging razendsnel, veel te snel om iets van de tekst te kunnen noteren. Het was een minuut later ook alweer afgelopen. Volgende nummer.

Ik dacht aan de Lama’s, het door BNN opgerichte groepje grappenmakers dat op de televisie al acht jaar lang een miljoenenpubliek trekt, vorig jaar namens het tv-publiek zelfs een Televizierring won en bovendien voor overvolle theaterzalen speelt. Maar waarom in vredesnaam? Wat ik van hen heb gezien, was louter gestuntel. Langdurig geaarzel. Radeloze blikken naar elkaar. Met machteloze omtrekkende bewegingen aan het begin van elk scènetje („Koffie?” „Ja graag”) die alleen maar bedoeld kunnen zijn om tijd te winnen en intussen te verzinnen waar de grap zou kunnen zitten.

Improvisatie-comedy is een onbedaarlijk lastig genre. De spelers moeten in een torenhoog tempo kunnen associëren en een veelzijdig assortiment aan referentiekaders hebben. Zodat ze uit veel verschillende bronnen kunnen putten. Dat maakt hun grappen des te onverwachter. En dus des te beter. Boom Chicago laat zien hoe dat moet. De Lama’s gaan stoppen. Dat is maar beter ook.