Blauwe derrière, kont, bips, achterste, zitvlak, of hoe je het ook wilt noemen.

Er was eens een aap met blauwe billen.

Maar eigenlijk zou hij die liever niet willen.

Hij ging naar dokter Janschapenkrul toe

en zei: „van mijn blauwe billen word ik zo moe”.

Hij kreeg van de dokter een pimpelpaars drankje

en gaf hem een hand en een lach als bedankje.

De aap nam een slok , en plofte toen neer.

Daarna was zijn bips zijn zitvlak niet meer.

De aap stond gauw op en wat zag hij toen?

O , wat een schrik , zijn derrière was groen.

De aap had namelijk , moet je weten ,

wel een MINUUT op het gras gezeten.

Hij sprong in een meertje , helder ( niet grauw).

Zijn kont werd doorzichtig als Spa Blauw.

Hij keek naar zijn waterige bips,

die vond hij toch een beetje te pips.

Toen stak hij zijn dikke kont in een vrucht,

die vrucht was blauw, net als de lucht.

Zijn bil werd weer blauw en dat vond hij goed:

„Blauwe derrière, dat is hoe ik heten moet.”

Bedacht door Ariane Heegen en Dewi van den Eerenbeemt, allebei elf jaar, uit Leiden