Barokke stijl en fantasie in verhalenfilm ‘The Fall’

The Fall. Regie: Tarsem Singh. Met: Catinca Untaru, Justine Waddell, Lee Pace. ****

The Fall is een film voor liefhebbers. Voor liefhebbers van overdadige sprookjes en fantasieverhalen. Een overmoedige stuntman komt na een mislukte supertruc met twee gebroken benen in het ziekenhuis terecht. Daar sluit hij vriendschap met een migrantenmeisje met een gebroken arm dat al haar schamele bezittingen in een sigarenkistje onder haar gezonde arm met zich meedraagt.

De gangen van het ziekenhuis bieden volop verborgen hoekjes en geheimzinnige deuren waarachter genoeg onbegrijpelijke dingen gebeuren om je fantasie op hol te laten slaan. En dat is precies wat er gebeurt in de rijk vormgegeven verhalen die de stuntman aan het meisje Alexandria vertelt om hun beider leed te verzachten. Daarin verschijnen een gemaskerde bandiet, een Italiaanse anarchist, Alexander de Grote en Charles Darwin op steeds weer nieuwe locaties in de tijd en de ruimte.

De van origine Indiase regisseur Tarsem Sing (1961) beschikt over een rijke verbeeldingskracht, dat bewees hij al in de wellustig vormgegeven thriller The Cell (2001). The Fall is gebaseerd op de totaal obscure Bulgaarse voorloper Yo ho ho uit 1981. Tarsem financierde de film grotendeels uit eigen zak, en draaide zijn locatieopnames telkens als hij voor een commercial weer eens in een of ander exotisch oord verzeild was geraakt. Tarsem is een barokke beeldenschilder, die dol is op het filmische schimmenspel. Hoewel hij in The Fall wel honderd verhalen vertelt, gaat het uiteindelijk om het rijmen van het rood in de vlinderjas van DSarwin, de waaier van Chinese prinses en het bloed dat door het verband heen sijpelt.