Aan voetbal dankt Duitsland een dartel zelfbeeld

Michel Kerres: De Nieuwe Buren. Prometheus, 296 blz. € 15,95

Na de euforie van de onverwachte hereniging van de Bondsrepubliek en de DDR in 1989 en 1990 raakte Duitsland in een diepe crisis die zowel van economische als van psychische aard was. De hereniging veroorzaakte veel meer problemen dan verwacht en de economie functioneerde slecht, waardoor de werkloosheid onrustbarend toenam.

Van een land met een ijzersterk productie-apparaat leek Duitsland plotseling veranderd in een stagnerende achterblijver. Wilde het met Duitsland ooit nog wat worden dan zou het zijn sociaal-economische orde grondig moeten hervormen en of dat zou lukken was maar zeer de vraag.

De afgelopen jaren heeft de Duitse economie zich hersteld en hebben de Duitsers hun nationale depressie weten te overwinnen. In De Nieuwe Buren beschrijft Michel Kerres, die zes jaar correspondent voor NRC Handelsblad in Berlijn was, dit proces van wederopstanding. Hij doet dit aan de hand van een reeks van interviews over vier thema’s: de onvermijdelijke omgang met de herinnering aan het Derde Rijk, de crisis rond de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig, de problemen die de voormalige DDR nog steeds veroorzaakt en tenslotte het nieuwe, ‘dartele’ Duitsland van de laatste jaren.

Het boek van Kerres is al even lichtvoetig als volgens hem het nieuwe Duitsland. Het laat zich snel en moeiteloos lezen. Daar staat tegenover dat er wat mij betreft wel wat minder geïnterviewd en wat meer geanalyseerd had mogen worden.

Volgens Kerres had de doorbraak naar een nieuw, optimistisch zelfbeeld plaats tijdens het wereldkampioenschap voetbal dat in de zomer van 2006 in Duitsland werd georganiseerd. Plotseling konden de Duitsers zorgeloos met hun eigen vlag zwaaien en trots zijn op hun vaderland. Zou Nederland wellicht uit zijn populistische stupor kunnen ontwaken, als het Oranje deze zomer voor de wind gaat in de EK? Dan is voetbal toch nog ergens goed voor.

Dat Duitsland niet eeuwig gepreoccupeerd kon blijven met de gruwelijke erfenis van het Derde Rijk, valt wel te begrijpen. De daders van de gruwelen zijn vrijwel allemaal dood en het overgrote deel van de Duitse bevolking is na 1945 geboren. Er is geen reden om een hekel aan het huidige Duitsland te hebben vanwege 1933-1945.

De aanhoudende discussie over de RAF is enigszins zonderling, wellicht een onderdeel van de structurele overschatting van het terrorisme als historisch verschijnsel. Hoewel de RAF in de jaren zeventig een diepe maatschappelijke crisis leek te veroorzaken, kunnen we achteraf constateren dat de RAF een marginaal fenomeen was. In alle jaren dat de RAF actief was, vielen er welgeteld 34 doden. Kerres stelt terecht dat het belang van de RAF schromelijk is overschat, maar besteedt er dan vervolgens teveel aandacht aan.

Het beste onderdeel van De Nieuwe Buren is zonder twijfel de beschrijving van de narigheid die de opgeheven DDR nog steeds veroorzaakt. Sedert 1990 hebben de Duitsers 1.250 miljard euro in het voormalige Oost-Duitsland gestoken. Het arbeidersparadijs van weleer is voorzien van een schitterende nieuwe infrastructuur, maar toch wil het met de economie van de oostelijke Länder niet lukken. De werkloosheid blijft er hoog en de vergrijzing is er nog erger dan in het westelijk deel van het land. Een groot deel van de zogenoemde Ossi’s wordt met uitkeringen in het leven gehouden. Wie jong is en wat wil, trekt naar het westen.

Hoewel de levensstandaard in het oosten bijna even hoog is als in het westen, is de arbeidsproductiviteit er slechts zestig procent van die in het westen. Populisme, xenofobie, extremisme en drankzucht zijn het gevolg van alle frustraties van de Ossï’s.

De Oost-Duitsers beschouwen zich als de verliezers van de geschiedenis en laten we wel wezen, dat zijn zij ook. Ondanks de weemoed van sommigen naar de voormalige DDR, was de DDR een hypocriete politiestaat waarover niets positiefs valt te zeggen.

Kerres besluit met het nieuwe, optimistische Duitsland. De meest prominente vertegenwoordigers daarvan zijn Schröder, die Kerres vrij positief beoordeelt en Angela Merkel, over wie hij evident zeer te spreken is. Hij roemt haar intelligente ironie en als dat terecht is, zou je haast jaloers worden op Duitsland.