‘68 léék alleen maar links’

Filosoof André Glucksmann was een voorvechter van de beweging van Mei ’68 in Parijs en is nu een aanhanger van president Sarkozy die met de erfenis wil afrekenen. Met zijn zoon schreef hij een boek over ’68 voor Sarkozy. Een dubbelinterview.

Frankrijk wordt dit voorjaar overspoeld met herdenkingsboeken over mei 1968 – de teller staat al voorbij de veertig. Filosoof André Glucksmann (1937) en zijn zoon, documentairemaker Raphaël Glucksmann (1979), nemen in dit geweld een bijzondere plaats in. In hun gezamenlijke boek Mai 68 expliqué à Nicolas Sarkozy. verdedigen zij zowel de erfenis van 1968 als de Franse president. En dat terwijl ze erbij waren toen Sarkozy vorig jaar in zijn laatste grote verkiezingsrally beloofde de erfenis van 1968 te ‘liquideren’. Sarkozy zei ‘68’ te beschouwen als de wortel van een waardenrelativisme dat alles wat misgaat in Frankrijk verklaart; van tegenvallende schoolprestaties tot exorbitante topinkomens in het bedrijfsleven. Hij beloofde noties van autoriteit, moraal en hiërarchie te herstellen.

Het was voor de familie Glucksmann even wennen, zich in het anti-68-kamp te bevinden. André Glucksmann maakte 1968 mee als pas gediplomeerd filosoof. Hij was even anarchomaoïst, voordat hij vanaf de vroege jaren zeventig bekend werd als een van ‘nouveaux philosophes’ – met Alain Finkielkraut en Bernard Henri-Lévy – die mediageniek optreden combineerden met een afrekening met marxistisch links. Glucksmann vestigde zijn naam met boeken als La Cuisinière et le mangeur d’hommes (1975) over de paralellen tussen nazisme en communisme, en Les Maîtres penseurs (1977) waarin hij de 20ste-eeuwse Europese ontsporingen herleidt tot 19de-eeuwse Duitse filosofen.

‘1968’ werd bij hem het beginpunt van een mensenrechtenfilosofie, die overal ter wereld kan leiden tot ingrijpen tegen totalitaire regimes. Hij bepleit dat in steeds nieuwe werken (recent nog in Discours de la Haine, uit 2004) en in publieke stellingnames die vooral bij Frans links vaak verkeerd vallen – bijvoorbeeld vóór NAVO-ingrijpen in Servië in 1999 en vóór de Amerikaanse invasie van Irak in 2003.

Glucksmann steunt Sarkozy, omdat die beloofde dat hij het Russische optreden in Tsjetsjenië niet zou accepteren. Zijn vertrouwen in Sarkozy staat nog overeind, zegt hij. Hij ziet de president als een kind van 1968 – met ’68 afrekenen zou voor Sarkozy betekenen dat hij met zichzelf moet afrekenen, aldus Glucksmann. „Hij staat voor een open, mondialistisch rechts. Sarkozy heeft gewonnen van de nationaal-conservatieve erfenis van Chirac.”

Zoon Raphaël staat in wereldopvatting dicht bij zijn vader: hij is Glucksmann en Glucksmanniaan tegelijk. Hij reist over wereld om geëngageerde documentaires te maken: Tuez-les tous over de genocide in Rwanda (2004) en Orange 2004 over de vreedzame revoluties in Oost-Europa. Hij kan jubelen bij de gedachte aan een wereld zonder grenzen, en begint te grommen als de vastgeroeste Franse politiek ter sprake komt. Net als zijn vader ziet hij Sarkozy’s verkiezing als een doorbraak van de erfenis van 1968. „Er is niet eerder een president geweest met zo’n liberale opstelling tegenover de macht en de samenleving als Sarkozy”.

Het gesprek vindt plaats ten huize van vader Glucksmann. Vader laat zoon graag aan het woord, maar hij is onmiskenbaar de autoriteit van de twee. Raphaël groeide op in een milieu van ‘echte soixante-huitards’, zonder de ‘notie van autoriteit’ die Sarkozy lief is. Raphaël vindt dat nostalgie geen zin heeft. „De generatie-68 heeft niet voor niets een einde gemaakt aan de figuur van de vader die duizendjarige waarden doorgaf. Als ik probeer met mijn kinderen terug te keren naar die oude waarden, zullen zij zich doodlachen – met internet bij de hand.’’

Vader André zegt dat hij „geen enkele opvoeding” heeft gegeven. „Ik neem aan dat we wel tegen Raphaël zeiden dat je niet de straat moet oversteken zonder te kijken. Gevaren, daar kun je het over hebben. Maar je kunt nu eenmaal niet doorgeven wat goed is.’’

Waarom niet?

André Glucksmann: „Kijk naar Europa. We zijn er als Europeanen nooit in geslaagd het eens te worden over onze gedeelde waarden. In naam van het goede snijden we de keel van onze buurman door. Europa heeft zich alleen weten te verenigen tegen het kwaad, om gevaren te vermijden. Tegen de herinnering aan Hitler, tegen het ultranationalisme, tegen racistische intolerantie, tegen Stalin en het communisme. ”

Was 1968 niet juist vrolijk, optimistisch?

André Glucksmann: „Toen wij in 1968 riepen: ‘we zijn allemaal Duitse joden’, zat daarachter de gedachte dat we allemaal moordenaars kunnen zijn – dat is niet alleen voor Duitsers weggelegd – en ook allemaal slachtoffers. In 1968 zat het idee daarachter dat we altijd leven aan de rand van de afgrond.”

Raphaël Glucksmann: „Ik leg meer de nadruk op de vreugde van 1968, het levenslustige elan. Die werd veroorzaakt doordat er geen dogma’s waren, en geen geweld. En de vreugde garandeerde omgekeerd dat het niet uitliep op geweld. 1968 heeft het idee van revolutie veranderd. Bloemenrevoluties zijn altijd vrolijk, ze betekenen een bevrijding van dogma’s. Dat gold in 1968, in Portugal,Tsjechië, Oekraïne.’’

Bent u optimistischer dan uw vader?

Raphaël Glucksmann: „Dat denk ik wel. Voor mij is Europa een feest. Mijn eerste politieke herinnering gaat terug naar de val van de Berlijnse Muur. Ik behoor tot de gouden generatie voor wie grenzen wegvielen. De generatie-’68 was pro-Europees, ze heeft afgerekend met het nationalisme, maar ze heeft Europa veranderd in een soort zandbak, teruggetrokken uit de geschiedenis.”

Bij ’68 hoorde ook mondiaal engagement.

Raphaël Glucksmann: „Ja, dat is paradoxaal. Artsen zonder Grenzen kwam ook voort uit ’68. Maar de generatie ’68 heeft haar openheid naar de wereld niet politiek weten te vertalen. De Franse socialisten hadden in 1988 dezelfde presidentskandidaat als in 1965, François Mitterrand, die in 1968 al ouderwets was.”

André Glucksmann, uw generatie heeft het er politiek bij laten zitten.

André Glucksmann: „Ik ben het met die vaststelling eens, maar ik geef er een filosofische draai aan. Mei 1968 léék een politieke gebeurtenis, het léék links. Maar het was een filosofische gebeurtenis, die links én rechts afrekende met hun eeuwige mythes. Met de rechtse mythe van het eeuwige Frankrijk als land van gewortelde boeren, sereen en autochtoon. En met de linkse mythe van de Absolute Revolutie, die het vervolg moest zijn op 1789, en op Lenin en Stalin daarna. Mei 1968 was een beweging tegen links én rechts conservatisme. En die beweging is nog niet afgelopen. Overal ter wereld was 1968 anti-autoritair, maar in Frankrijk ook nog anti-totalitair. Die strijd gaat door, al is het niet meer in dezelfde vorm.”

Is mei 1968 de nieuwe Franse mythe van de Eeuwige Revolutie?

Raphaël Glucksmann: „Alle jongeren willen hun mei 1968 voltrekken. Dat heb ik ook geprobeerd. Maar het is belachelijk het nog eens over te willen doen. Dat is het museum-Frankrijk. Als een rijke emir Frankrijk opkoopt, zal hij bij de ingang een scholierendemonstratie organiseren, als deel van de tentoonstelling. Dan zeggen de mensen: nu zijn we echt in Parijs. Zo herdenkt links nu mei 1968: als een museumstuk.”

André Glucksmann: „Links herdenkt 1968 als een subliem moment, niet als een beweging. Mei ’68 is op de tombe van Lenin gaan lijken: niet aankomen, niet verplaatsen, dit is privébezit van links.”

Raphaël Glucksmann: „Frankrijk is nu het meest hiërarchische, nationaal-gerichte land van Europa. Wij hebben willen zeggen: hup Fransen, doe nog eens je best om wat meer 68’ers te worden. En dan niet door met z’n allen de straat op te gaan. Breek met het vastgeroeste verleden en maak Frankrijk een open, modern, echt Europees land.”

Komt het door 1968 dat in Frankrijk het trotskisme nog zo levendig is?]

André Glucksmann: „Dat is een oppervlakkige beweging. José Bové is populair omdat hij restaurants afbreekt, maar Amerikaans fastfood floreert nergens in Europa zo goed als in Frankrijk.”

Politici die willen hervormen, kunnen rekenen op massaal verzet.

André Glucksmann: „Dat is de Franse schizofrenie: in ons dagelijks leven zijn we redelijk los en ongecompliceerd. Maar het Franse politieke denken is nog erg conservatief, links en rechts.”

Raphaël Glucksmann: „We zijn nog altijd niet genezen van de schizofrenie van 1968. Zelfs in China en Rusland wordt niet zo anti-liberaal gedacht als in Frankrijk – terwijl je toch echt niet kunt zeggen we in een anti-liberale samenleving leven. We zijn innerlijk verdeeld tussen een geglobaliseerde levensstijl en een voorstelling van de wereld die totaal archaïsch is.”

U bent het nogal met elkaar eens. De revolutie tegen de vader, is dat verleden tijd?

Raphaël Glucksmann: „Ik heb geen behoefte om mijn vader te doden, want ik heb geen vader gehad. Geen vaderfiguur althans die de dienst uitmaakt, de wet voorschrijft, het model voorstaat.”

André Glucksmann: „Het is een nogal belachelijk idee. Onderzoeken naar het seksuele gedrag van de Fransen laten inderdaad wel een breuk zien in 1968. De kinderen gingen anders neuken dan hun ouders. Maar daarna is er geen grote breuk meer geweest tussen kinderen en ouders.”