‘Kenniswerkers keren onze regio de rug toe’

Rotterdam moet meer oog hebben voor de zachte kanten van de economie, stelt wethouder Dominic Schrijer. „Als we niet oppassen, worden we de koelies van Europa.”

Zicht op de Kop van Zuid vanaf de Erasmusuniversiteit in Kralingen. Foto Bas Czerwinski 03-04-2008, ROTTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI skyline hoogbouw
Zicht op de Kop van Zuid vanaf de Erasmusuniversiteit in Kralingen. Foto Bas Czerwinski 03-04-2008, ROTTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI skyline hoogbouw Czerwinski, Bas

De mededeling vanuit Den Haag kwam vorige maand hard aan, en niet alleen in de naar ruimte snakkende haven. Ook het Rotterdamse stadsbestuur betreurde het kabinetsbesluit om voorlopig geen ‘nat’ bedrijventerrein (120 hectare) aan te leggen in de Hoeksche Waard.

De als ‘noodzakelijk’ aangemerkte overloop in het natuurgebied is een van de dertien pijlers van het stedebouwkundige vergezicht dat het college vorig jaar presenteerde: de Stadsvisie. Daarin staat waaraan Rotterdam in 2030 zou moeten voldoen om een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad te zijn.

Maar niet iedereen op het stadhuis blijkt teleurgesteld. Wethouder Dominic Schrijer (Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid, PvdA) juicht het kabinetsbesluit juist toe. „Als wij de hogere inkomens aan de stad willen binden, en dat is hard nodig, kunnen we beter ‘boerderettes’ tegen het groen aanbouwen.”

Uw mening staat haaks op de teleurstelling van uw collega-wethouder Mark Harbers van de VVD.

„In het college heb ik gezegd: pas op dat je niet iets bepleit wat voor de stad niet zo relevant is, en slechts de Nederlandse economie dient. Waarom zou je een potentieel mooi woongebied volbouwen met ‘dozen’, waardoor onze eigen bedrijventerreinen leeglopen en wij die opengevallen plekken straks weer met veel geld moeten herstructureren? Terwijl je de midden- en de hogere klasse verder wegdrukt richting Zeeland. Want wie wil er tussen de dozen wonen?”

U pleit voor een koerswijziging?

„Wat goed was voor de haven, was goed voor de stad, was tot begin jaren tachtig de redenering. Zie wat de eenzijdige aanpak ons heeft gebracht: heel veel ongeschoolde arbeidskrachten, die we ook nog eens ruimschoots gefaciliteerd hebben door ons op te werpen als de kampioen van de sociale woningbouw. En wat waren we trots. Ook mijn partij. Voor die scheefgroei betaalt de stad nu een hoge prijs. Hoogopgeleiden willen hier amper wonen, en onze werklozen zijn lastig te bemiddelen, terwijl er werk in overvloed is. Ik heb niets tegen de haven, ik heb er jarenlang gewoond [Heijplaat, red.], en onderken vanzelfsprekend het ruimtegebrek. Bij nader inzien hadden we die 1 miljard euro voor de Tweede Maasvlakte beter kunnen besteden.”

Hoe dan?

„We moeten onze aandacht verleggen naar de zachte kanten van de economie. Was het vroeger zo dat werknemers de werkgevers achterna liepen, nu is het andersom. Wie kenniswerkers weet vast te houden, die weet ook de grote internationale bedrijven aan zich te binden. Je moet je als stad dus niet blindstaren op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, maar aantrekkelijke wijken voor de hoogopgeleiden bouwen en zorgen dat je culturele voorzieningen op orde zijn, zodat je dat menselijke kapitaal ook wat te bieden hebt. In Zeeland neemt het aantal bedrijfsvestigingen momenteel toe, doordat de thuis- en de kenniswerkers onze regio de rug toekeren en zich vestigen in plaatsen als Goes en Middelburg. Bedrijven volgen die verhuisbeweging. Kortom, Rotterdam moet massief investeren in de woon- en leefkwaliteit van de stad zelf, naar het voorbeeld van steden als Malmö en Bilbao. Als we niet oppassen worden we de koelies van Europa. Onze economische meerwaarde zit nu bij de kennisdiensten, niet bij het sjouwen met andermans spullen in de haven, zoals deze stad decennialang heeft gedaan.”

Maar bedrijventerreinen leveren geld op.

„Ja, maar bij wie komen de opbrengsten terecht? Bij de randgemeenten. Rotterdam heeft veel te lang geïnvesteerd in de makkelijk te ontwikkelen terreinen aan de rand van de stad, en net daarbuiten. Zonder daar zelf van te profiteren. Het is geen toeval dat het verschil tussen de arme stad en de rijke regio nergens in Nederland zo groot is als hier. In tegenstelling tot Amsterdam is Rotterdam is een typische Amerikaanse stad: een zakelijk centrum omgeven door een schil van achterstandswijken. Buiten die ruit liggen de suburbs, oftewel de randgemeenten, waar de elite woont en dus het kapitaal.”

Heeft Rotterdam het geld om zo massaal te voorinvesteren?

„We hebben een probleem, omdat de vierkantemeterprijs in Rotterdam veel lager ligt dan in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Tel daarbij de gestegen bouwkosten, en de conclusie is dat ons grondbedrijf momenteel geld moet toeleggen op grote bouwprojecten. Dat is nog nooit vertoond. Door nog meer in de hoogte te bouwen, weten we de verliezen binnen de perken te houden. Tegelijkertijd geeft de stad steeds meer geld uit om het aloude ideaal van de verheffing van de onderklasse te realiseren. Dat gaat wringen. Nu al gaan stemmen op die zeggen: dan gaan we links en rechts maar een beetje snoeien en temporiseren. Maar die luxe heeft Rotterdam niet. Het is nu of nooit. Dat gevoel van urgentie moeten we zien over te brengen op markpartijen, met wie we nieuwe geldstromen moeten aanboren. Die schaatsbaan bijvoorbeeld moet er gewoon staan in 2010. We praten over een verzorgingsgebied van ruim 1,5 miljoen mensen, maar die moeten naar Dordrecht of Den Haag om te schaatsen! Dat kan niet. Een oude wijsheid wil dat je in Rotterdam harder voor je geld moet werken dan elders in Nederland, maar dat beschouw ik als een uitdaging. Sommige marktpartijen vinden dat gelukkig ook. Met hen moeten wij vitale coalities sluiten.”