De hele buurt kende die grote vrouw op die motor

’t Mandje op de Amsterdamse Zeedijk was in 1927 het eerste café voor homo’s en lesbiennes. Gisteren is het na een kwart eeuw heropend. „Het was vooral een gezellige kroeg om te ouwehoeren.” Foto Bram Budel Cafe t'Mandje op de Zeedijk in Amsterdam is voor het eerst in 24 jaar weerk open. De vroegere eigenares Bet van Beeren knipte van iedereen die binnenkwam met een stropdas deze af en hing die aan het plafond, veel van die dassen hangen nog steeds aan het plafond. Het was het eerste cafe waar homo's terecht konden. FOTO: BRAM BUDEL
’t Mandje op de Amsterdamse Zeedijk was in 1927 het eerste café voor homo’s en lesbiennes. Gisteren is het na een kwart eeuw heropend. „Het was vooral een gezellige kroeg om te ouwehoeren.” Foto Bram Budel Cafe t'Mandje op de Zeedijk in Amsterdam is voor het eerst in 24 jaar weerk open. De vroegere eigenares Bet van Beeren knipte van iedereen die binnenkwam met een stropdas deze af en hing die aan het plafond, veel van die dassen hangen nog steeds aan het plafond. Het was het eerste cafe waar homo's terecht konden. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Het is dringen. Eén eruit, één erin. Bij de deur gaan mensen op hun tenen staan, om toch even naar binnen te kunnen kijken.

Een kwart eeuw was het eerste homocafé van Amsterdam gesloten, maar gisteren ging café ’t Mandje weer open. In 1927 opende Bet van Beeren het café op de Zeedijk. Het was de eerste plek was homo’s en lesbiennes openlijk voor hun geaardheid konden uitkomen. Dat deed Van Beeren zelf ook. Iedereen in de buurt kende die grote vrouw, die op een motor rondreed.

Een heel markante vrouw en ook wel een beetje een raar wijf, zegt Diana van Laar (50). Samen met haar man John is ze de nieuwe eigenaresse van het café. Ze is een nicht van Van Beeren en werd geboren tegenover het café. Dagelijks kwam ze er. Maar soms was haar tante plotseling twee weken zoek. „En dan dook ze ineens weer op met een nieuwe vriendin.”

Dat het een bijzonder café was, dat had Van Laar als kind niet door. „Net als dat ik niet door had wat de moeder van een vriendinnetje altijd in dat kamertje met mooi rood pluche deed. Dat hoorde allemaal bij de buurt.”

Joop van de Linde (64) zit aan de bar. Hij heeft Van Beeren nog gekend. Een stevige bootwerker, lacht hij. Hij kijkt goedkeurend naar de inrichting. Veel is er niet veranderd. Achterin het café staat een stoel – kapotjeplof 24-2-1977 – die ooit van een stamgast was. Het is er niet meer zo smoezelig als vroeger, zegt Van de Linde. Nog steeds hangen aan het plafond de stropdassen. Die werden daar opgehangen als Van Beeren vond dat een klant een grote mond had. Dan knipte ze de das af. Tot problemen leidde dat nooit, zegt Van de Linde. „Dat werd altijd in een grote hoeveelheid drank goedgemaakt.”

Naar ’t Mandje ging je niet om iemand te versieren, zegt Teun Taal (61). „Het was vooral een gezellige kroeg om te ouwehoeren.” Hij hoopt dat dat weer terug is. Maar vanavond valt het hem nog wat tegen. „Te veel mensen van buiten. Toeristen.”

De nieuwe eigenaresse Van Laar hoopt dat iedereen zich in het café welkom voelt, niet alleen homo’s. En net als in de tijd van haar tante moet het publiek zich netjes gedragen. „Geen dingen die je thuis bij je moeder op de bank ook niet zou doen.”