De directie: vader, broer en zus

Door vergrijzing bereidt de helft van de Nederlandse familiebedrijven opvolging voor. De eerste aflevering in een serie bedrijfsportretten.

Haaks op het pand van Royal Asscher Diamonds in de Amsterdamse diamantwijk staan nog een stuk of tien originele arbeidershuisjes, uit de tijd dat kantoor en fabriek één waren. Kleine pandjes met een puntdak. Vroeger praktisch en pover. Tegenwoordig lief en klein. Ze worden niet meer bewoond door de werknemers van Asscher, alleen de secretaresse woont er ‘toevallig’ nog.

Fabrieksarbeiders heeft Asscher niet meer in dienst. De oude fabrieksruimte beneden wordt voor een groot deel verhuurd aan kunstenaars, sinds de productie van de diamanten plaatsvindt in het buitenland. Soms is dat China, maar vaker Rusland, waar stenen met een zogenaamd Kimberley-certificaat, dat de ‘conflictvrije’ status van de diamanten waarborgt, makkelijker verkrijgbaar zijn. „Wij zijn een familie die zich graag inzet voor anderen”, zegt Mike Asscher, strak in het pak, de haren keurig achterover gekamd. „Mijn vader is lid van de Eerste Kamer, mijn neef [Lodewijk Asscher, red.] zit in de politiek. Maatschappelijke betrokkenheid zit ons in de genen.”

Het is maandag, de dag dat vader en zoon allebei aanwezig zijn op kantoor. „Need me?” vraagt vader Edward Asscher zijn zoon in het voorbijgaan. Nee, deze kan het wel alleen af. Vandaag gaat het om zíjn verhaal.

Achttien was Mike, toen hij in de slijperij begon te werken. „Ik had mijn havo-diploma gehaald, toen mijn vader me voor de keuze stelde: wil je studeren of in het bedrijf komen? Dat was geen moeilijke vraag. Al van kleins af aan wist ik dat ik het bedrijf in wilde. Laatst vond mijn vader bij een verhuizing een prent van slijptollen en diamanten, die ik op mijn vijfde aan hem had gevraagd. ” Druk om de familieopvolging in stand te houden heeft hij nooit gevoeld. „Mijn vader heeft ons nooit gepusht. We mochten het vak kiezen dat we wilden.” Maar verantwoordelijk voor de continuïteit van het bedrijf voelt Mike zich wel. „De familiegeschiedenis in dit bedrijf gaat 150 jaar terug. Die hoop ik een eind richting de 200 te krijgen.”

Om de basis van het diamantairvak te leren begrijpen, stationeerde zijn vader Mike een paar maanden in de slijperij. „Daar heb ik geleerd hoe een steen in elkaar zit. Dat je een diamant op heel veel manieren kunt slijpen en wat dat met de kwaliteit doet.” Om nog meer te leren, studeerde hij in België en Amerika diamant- en edelsteenkunde. Leerzaam, ook voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Waar vrienden zich onderdompelden in het studentenleven, vertrok hij elke morgen naar kantoor. „Op dat moment realiseerde ik het me niet, maar ik leidde een totaal ander leven. Die ervaring in het buitenland is heel goed voor me geweest.”

Bij terugkeer in Nederland wist hij alles over de diamant. Onmisbare kennis, maar Mike’s ambities lagen op een ander vlak. „Ik wilde de diamantairswereld in, maar voornamelijk wilde ik ondernemer zijn.” Onder leiding van oom Joop werd hij assistent-manager op de inkoopafdeling, en later Hoofd Inkoop. Dat hij ‘het zoontje van de baas’ was, voelde in het begin als een nadeel. „Sommige personeelsleden draaien hier al 40 jaar mee. Als klein jongetje liep ik onder hun bureau door. Ik moest daardoor harder werken om me te bewijzen. Het is niet zo dat ik de volgende leidinggevende ben geworden omdat ik toevallig de jongste generatie ben. Je moet natuurlijk wel wat kunnen. Dat ik nu adjunct-directeur ben, is voor mij het bewijs dat me dat gelukt is.”

Inmiddels gaat het bij de familie Asscher tijdens het wekelijkse familiediner op zondag over bijna niets anders dan het bedrijf. Het overlijden van oom Joop in 2007 heeft de bedrijfsconstructie onverwacht snel veranderd. De directie van Royal Asscher Diamonds bestaat nu uit vader Edward en zijn zoon Mike en dochter Lita, die in New York de Amerikaanse tak opzette en nu leidt. Mike heeft het Verre Oosten, Australië, Nieuw Zeeland en Nederland onder zijn hoede. Vader Edward is de overkoepelende baas, die toezicht houdt. „Voor hem is het een droom dat hij met zijn kinderen op directieniveau samenwerkt. Buiten het werk om noem ik hem papa, maar zodra we de deur van het kantoor door zijn, is het Edward. Dat gaat vanzelf. We vinden het professioneler.”

Zijn zus Lita spreekt hij elke dag minimaal vier keer. „Als hier de werkdag erop zit, is die van haar nog in volle gang. Ik vind het heerlijk om me de hele avond nog met het werk bezig te houden.” Of dat niet hinderlijk is voor vrienden en geliefden? „Mijn vrienden hebben een gelijkgestemd leven. Zij werken ook allemaal. Vooral met degenen die eigen baas zijn, voel ik me verwant. En mijn aanstaande vrouw vindt het eigenlijk alleen maar leuk dat ik zo met mijn vak bezig ben.”

Over twee maanden trouwt hij, zijn vader verzorgt de huwelijksvoltrekking. Misschien wordt Mike binnenkort ook wel vader. Of zijn kroost hem opvolgt, moet blijken. „Ik zal mijn kinderen in elk geval nooit verplichten het bedrijf in te gaan. Vinden ze het leuk, dan ontvang ik ze met open armen. Lijkt het ze niks, dan moeten ze het zeker niet doen.”