Blij jong publiek bij KCO

Concert Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Susanna Mälkki, CocoRosie. Werken van CocoRosie, Ligeti, Ives, Menotti, Pärt en Bartók. Gehoord: 29/4 Concertgebouw, Amsterdam.

Zo kan het dus ook: het Koninklijk Concertgebouworkest voor een al wekenlang uitverkochte zaal vol uitzinnig, jong publiek. Of kwam dat toch vooral voor CocoRosie, de populaire indie-band van zusjes Sierra en Bianca Casady? De gezelschappen traden gezamenlijk op tijdens een speciaal Koninginnenachtconcert, dat bij uitzondering pas om half elf ’s avonds begon.

De avond was een direct gevolg van jarenlang succesvol jongerenbeleid van het Concertgebouw. Via Entrée, de eigen vereniging voor jong concertpubliek, met 4500 leden, kunnen jongeren tot 27 jaar voor bijna niets naar de meeste concerten. Deze recensent begon er ook. Het crossoverconcert werd grotendeels door het jonge bestuur van Entrée georganiseerd.

Grootste gevaar van zulke programma’s is dat een echte kruisbestuiving tussen de uitvoerders niet van de grond komt, of hooguit in het hoofd van de toeschouwers. Zo speelden London Sinfonietta en de dj’s van het Londense dancelabel Warp een paar jaar geleden een programma waarbij ze vooral keurig om en om optraden. Het KCO en CocoRosie deden dat ook deels; de één met een effectieve selectie van spektakelstukken uit het 20ste-eeuwse repertoire (Ligeti’s Atmosphères, Ives’ Putnams Camp en Bartóks Wonderbaarlijke mandarijn), de ander met een aantal eigen nummers, waarvan enkele in makkelijk orkestarrangement.

Maar er waren ook momenten dat een onontwarbare nieuwe eenheid ontstond. Zo versmolt ‘The Black Swan’ uit Menotti’s opera The Medium, zeer verdienstelijk gezongen door zusje Sierra, met het onheilspellende nummer Promise van de laatste CocoRosie-cd The Adventures of Ghosthorse and Stillborn.

Nóg geslaagder was de nieuwe compositie The Trinity van toetsenist Gael Rakotondrabe, Sierra Casady en orkestrator Jules Buckley. Geïnspireerd op de muziek van Arvo Pärt, wiens Fratres eerst een intense uitvoering kreeg, werd het een echt orkeststuk, dat tegelijk ook de typische CocoRosie-sfeer trof: zoet, sentimenteel en toch stoer, met stokkende akkoorden en melancholisch dalende lijnen in het orkest.

Voor een ‘urban’ randje zorgt human beatboxer Zed, die de meeste nummers voorzag van een stevig ritmisch fundament. Toen het inmiddels Koninginnedag was, mocht als toegift zelfs het Wilhelmus daaraan geloven.