‘Je houdt van Verkerk of je haat hem’

Martin Verkerk (29) werkte buiten de schijnwerpers aan een comeback. De tennisser, die door velen was afgeschreven, verrast met een snelle opmars.

Martin Verkerk: „Ik geniet nog steeds van dit wereldje.” Foto Leo van Velzen Den Haag, 24-04-08. Martin Verkerk, tennisser. Foto Leo van Velzen NrcHb
Martin Verkerk: „Ik geniet nog steeds van dit wereldje.” Foto Leo van Velzen Den Haag, 24-04-08. Martin Verkerk, tennisser. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Op het terras van het Haagse tennispark Berg & Dal komt midden in het vraaggesprek een vrouw aanlopen. „Kom, help me even uit brand”, zegt ze. „Mijn kleindochter en ik zitten ons suf te piekeren wie je nou bent. Hoe heet je nou?” Er volgt een zucht. „Martin, is mijn naam. Martin Verkerk”, luidt het antwoord van de 29-jarige proftennisser. „Natuurlijk! Nou zie ik het. Bedankt hè!” En weg is de vrouw weer.

Martin Verkerk is voor het grote publiek een tennisser uit het verleden. Vijf jaar geleden maakte hij naam door op het toernooi van Roland Garros de finale te halen. Even was het land in de ban van de tennisser uit Alphen aan den Rijn. In de zomer van 2004 zegevierde de gravelspecialist op de Dutch Open in Amersfoort. Daarna raakte Verkerk door een schouderblessure in de vergetelheid. Vorig jaar maakte hij zijn rentree. Maar allerminst met succes, hij leed twaalf nederlagen op rij. Verkerk leek voorgoed afgeschreven.

Vrijwel uit het niets dook vorige maand zijn naam weer op. ‘Verkerk wint futuretoernooi in Montreal’, luidde de kop in de krant. De tennisser verbaasde vervolgens opnieuw door een challenger in Athene op zijn naam te schrijven, een evenement dat nog maar één niveau onder dat van een ATP-toernooi ligt. Een prijs pakken op het hoogste niveau is uiteindelijk het doel van Verkerk. Deze week treedt hij aan op een challengertoernooi in Tunesië.

„Ja, je kan wel zeggen dat het leven Martin Verkerk eindelijk weer eens toelacht”, zegt de tennisser die vorige week honderden plaatsen steeg en zich nu de nummer 363 van de wereld mag noemen. „Maar het is niet zo dat ik nu even achterover ga leunen. Ik ben niet teruggekeerd om challengers te winnen. Ik hoop de tophonderd te halen. En ik weet echt wel dat dat verschrikkelijk moeilijk zal zijn. Als je vraagt waar mijn top ligt, dan zeg ik: ‘Ik zou het niet weten.’ Maar misschien ben ik nu wel mentaal harder dan in het verleden. Daarbij is het misschien een voordeel dat ik een paar jaar niet heb gespeeld. Mijn lichaam heeft toch rust gehad. Als het aan mij ligt speel ik nog een paar jaar. Als je het zoals Raemon Sluiter niet meer leuk vindt, dan moet je stoppen. Ik geniet nog steeds van dit wereldje. Ik heb geen hekel aan reizen en er is in mijn ogen niets mooiers dan grote toernooien spelen.’’

Verkerk kwam vorig jaar tot de conclusie dat hij zichzelf niet langer voor de gek kon houden. Terugkeren als tennisprof had alleen zin als hij alles voor zijn „tweede carrière” opzij zou zetten. Anders kon hij beter stoppen. „Vorig jaar zat ik een beetje in een ontkennende fase. Ik dacht wel even terug te keren. Ook mijn toenmalige trainer Huib Troost kon niet tot mij doordringen. Maar ik was gewoon niet fit genoeg. Ik heb gesprekken gevoerd met familie en vrienden en kwam tot de conclusie dat ik het toch nog een keer wilde proberen. Ik ben toen naar de Verenigde Staten gegaan om daar in alle rust aan mijn comeback te werken. Ik had het geluk dat ik daar in contact kwam met de fitnesstrainer Mark Wellington. Hij zag potentie in mij. Dat was belangrijk om te horen.”

Wellington, die in het verleden werkte met vrouwelijke tennisprofs als Maria Sjarapova en Tatiana Golovin, eiste van Verkerk een totale overgave. „In het begin was het enorm zwaar. Bij bepaalde basisoefeningen ging ik helemaal kapot. Ik heb af en toe zelfs staan kotsen. Langzaam maar zeker voelde ik voortuitgang. De snelheid en de kracht in mijn benen zijn weer terug. Daardoor kan ik de ballen raken zoals ik dat wil. Alles grijpt weer in elkaar. Dan word je automatisch mentaal sterker op de baan.”

Verkerk voelde pas de bevestiging van een geslaagde comeback toen hij in de VS een eerste zege behaalde. In februari meldde de voormalige nummer veertien van de wereld zich bij een future in het Amerikaanse Texas. Aan de andere kant van het net trof Verkerk de onbekende Victor Estrella uit de Dominicaanse Republiek. Met de stand 3-6, 7-6 en 4-0 op het scorebord gaf zijn tegenstander op. „Het klinkt gek, maar ik was heel erg blij met die overwinning. Het gevoel van winnen had ik jaren niet meegemaakt. Je kan dan nog zo fit zijn, maar je krijgt pas zelfvertrouwen als je wint. Toen ik vorige week in Athene won, werd ik bevangen door emoties. De titel voelde voor mij als een zege op een ATP-toernooi. En misschien nog wel mooier.”

Na zijn verrassende overwinning in Athene kreeg Verkerk opeens tal van wildcards aangeboden. Zo speelt hij deze week ‘op uitnodiging’ in Tunesië en maakt hij mogelijk volgende maand zijn rentree op ATP-niveau bij het Oostenrijkse toernooi in Pörtschach. Anders is het spelen van kwalificaties voor Roland Garros ook nog een optie voor Verkerk. Vooralsnog lieten de Nederlandse toernooidirecteuren van Rosmalen en Amersfoort nog niets van zich horen. „Ik ga er wel van uit dat ik daar een kans krijg”, stelt Verkerk. En dan opeens scherp: „Het zou toch te zot voor woorden zijn als ik in mijn eigen land geen wildcards krijg. Ik heb geloof ik namelijk toch wel wat gepresteerd in mijn carrière.”

Verkerk is zich ervan bewust dat zijn verrichtingen in Nederland met argusogen worden gevolgd. Zo stelde proftennisser Robin Haase onlangs dat Verkerk een bord voor zijn kop moest hebben door een plaats te claimen in het Nederlandse Davis-Cupteam. „Robin Haase kan beter zijn mond houden”, zegt Verkerk. „Ik heb gezegd dat het Nederlandse tennis behoudens Robin Haase op zijn gat ligt. Dat is gewoon een feit. En voorlopig heeft ook Robin Haase nog heel wat minder gepresteerd dan ik. Ik had zeker Davis Cup kúnnen spelen tegen Macedonië, maar uiteindelijk had ik het nog niet gewild. Begrijp me niet verkeerd. Ik kom heel graag voor mijn land uit. Dat is altijd zo geweest. Maar de afgelopen jaren ben ik afgeschreven. Jan Siemerink heeft als Davis-Cupcaptain nooit naar me geïnformeerd. Toch wel een beetje vreemd. Want zo heel veel opties heeft hij volgens mij toch niet.”

Verkerk heeft voor zichzelf besloten dat hij zich zoveel mogelijk zal afsluiten voor kritiek van buitenaf. „Daarom is het ook zo lekker om te werken met Mark Wellington. Hij heeft geen vooroordelen jegens mij. Als ik niet alles geef, dan stopt hij gewoon met me. Maar het interesseert hem toch niet wat ik in het verleden heb gedaan? Ik speel alleen nog maar voor mezelf. Ik hoef toch niets meer te bewijzen? Het was een zeer goed besluit om in de VS te werken aan mijn terugkeer. Niemand die Martin Verkerk kent. Maar dat geldt daar ook voor Michael Schumacher of Marco van Basten. Ik vind Amerika echt een fantastisch land. Elke dag zon. Er is respect voor een topsporter. Denk je nu echt dat Amerikanen zich zouden opwinden als het wat minder zou gaan met een tennisser als Mardy Fish. Daar is dat land veel te groot voor. In Nederland is het halleluja bij succes, maar word je afgemaakt als het minder gaat.”

Verkerk vindt dat zijn grillige loopbaan ook wel een beetje charme heeft. „Een topsporter die ups en downs heeft meegemaakt, dat is toch juist mooi? Ik vind dat je als sporter namelijk ook een beetje een entertainer bent. Mensen willen toch bepaalde dingen horen of zien. En in interviews geef ik gewoon mijn eigen mening over bepaalde zaken. dat sommige mensen me dat niet in dank afnemen kan me weinig schelen. Je houdt van Martin Verkerk of je haat hem. Dat zal altijd wel zo blijven.”