‘Stop de pornoficatie!’ is een hopeloos naïeve leus

Progressief links is een beschavingsoffensief gestart tegen de ‘pornoficatie’ van de samenleving.

Zij willen ‘beschaafde’ en ‘eerlijke’ seks. Bestaat dat dan?

Illustratie Merlijn Draisma
Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

„Seks moet weer leuk worden!”, riep historicus Dylan van Rijsbergen tijdens de presentatie van het manifest Slow sex: een erotisch beschavingsoffensief, begin deze maand in het Amsterdamse Paradiso. Samen met psychologe Brechtje Paardekoper pleit hij voor het tonen van alternatieve beelden van seks tegenover de sterk gepornoficeerde voorstelling van seksualiteit, zoals die vandaag de dag gemeengoed is. Alternatieve beelden waarin weer „origineel, spannend, individueel, eerlijk en creatief wordt gesekst”, aldus het manifest, dat onder anderen door GroenLinks-leider Halsema, PvdA-Kamerlid Dijsselbloem en publicist Dick Pels werd ondertekend.

De huidige pornoficering van seks, stellen zij, is de uitkomst van de verwarring die is opgetreden na de seksuele revolutie in de jaren 60, toen de traditionele seksuele rolpatronen werden doorbroken. Hedendaagse porno appelleert juist weer aan die rolpatronen; ze is het resultaat van het verlangen om terug te keren naar de vertrouwde seksuele stereotypen waarin de man de baas is en de vrouw onderdanig. „De seksuele revolutie is niet doorgeschoten, zoals sommigen beweren. Ze is nog niet voltooid”, aldus Van Rijsbergen en Paardekoper.

De commercie is op dat verlangen ingesprongen: het heeft de erotiek „rücksichtslos vermarkt”, waardoor de publieke ruimte nu met een overdaad aan pornografische stijlfiguren is bevolkt. Dat baart Van Rijsbergen, Paardekoper en de ‘progressieven’ van GroenLinks en de PvdA zorgen. Want jongeren kunnen er verkeerde voorstellingen van seksualiteit aan overhouden. Om die zorg met harde cijfers te schragen, verwijst men graag naar het onderzoek van de Rutger Nisso Stichting, waaruit blijkt dat 18 procent van de tienermeisjes ervaring heeft met ongewenste seks.

Toch hebben de pleitbezorgers van ‘Slow Sex’ het bij het verkeerde eind. Hun conclusies zijn voorbarig en hun suggesties onrealistisch. Radicale feministen als Andrea Dworkin (1946-2005) en Robin Morgan (1941) riepen in de jaren zeventig al: ‘Pornography is the theory and rape is the practice’. Maar een relatie tussen porno en seksuele excessen is nooit aangetoond. Sterker nog, er valt meer voor het tegendeel te zeggen. In de VS is het aantal verkrachtingen sinds 1979 met 85 procent gedaald, terwijl er meer porno dan ooit wordt geconsumeerd. In Nederland daalde het aantal strafzaken voor verkrachting van 1015 in 1994 tot 865 in 2003 – een periode waarin porno alom beschikbaar werd via internet.

Wellicht heeft het hoge percentage meisjes dat ongewenste seksuele ervaringen heeft gehad, te maken met een algeheel toegenomen gevoeligheid. Talloze sociologen hebben er op gewezen dat we ons tegenwoordig beduidend sneller gekwetst en in de persoonlijke integriteit aangetast voelen. Het leed van ‘slachtoffers’ hoeft daarmee nog niet als aanstellerij af te worden gedaan, maar deze cultuuromslag is wel een betere verklaring dan de aanwezigheid van meer porno in de publieke ruimte.

Een echte morele noodzaak om alternatieve beelden van gelijkwaardige seks in de publieke ruimte te brengen, is dan ook niet aanwezig. Er is natuurlijk niks op tegen. Maar het is wél een illusie om te denken dat zulke ‘vriendelijke’ beelden de ‘gewone’ porno zouden kunnen verdringen. Het kijken naar gelijkwaardige seks is namelijk niet opwindend. En dat heeft niets met verwarring over seksuele rolpatronen te maken.

In Who’s Been Sleeping in Your Head (2008) heeft de Britse psychotherapeut Brett Kahr het grootste onderzoek naar seksuele fantasieën tot nu toe beschreven. Wat blijkt? De meeste fantasieën waarop mensen masturberen of zichzelf op andere wijze seksueel prikkelen zijn variaties op de thema’s ‘macht en machteloosheid’, ‘overspel en promiscuïteit’.

De leuze ‘seks moet weer leuk worden’ is dan ook hopeloos onrealistisch. Beschaafde seks bestaat niet. Seks is waar de randjes van de beschaving rafelig en onze lustgevoelens het sterkst worden. Porno appelleert aan die randjes en zal daarom altijd sterker aanspreken dan beelden waarin seks als ‘eerlijk, origineel en creatief’ wordt voorgesteld. Het voorstel van Paardekoper en van Rijsbergen om „keurmerken” aan porno toe te kennen is dan ook naïef. Het zal alleen averechts werken. Want iedereen weet: hoe fouter het keurmerk, des te geiler en dus interessanter de seks.

Dat de commercialisering van seks door porno „de beschaving ondermijnt” is dus onzin. Integendeel, de aanwezigheid en beschikbaarheid van porno weerhoudt mensen er juist van hun ‘onbeschaafde’ fantasieën in werkelijkheid uit te leven. Door daar tegen te ageren, zullen de excessen eerder groeien dan afnemen. Zo bezien is een erotisch beschavingsoffensief dat de pornoficatie van de samenleving wil ondermijnen zélf onbeschaafd.

Marcel Zuijderland heeft filosofie en culturele antropologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.