Selinger verbitterd door politieke spelletjes rond volleybalteam

Avital Selinger, bondscoach van de volleybalsters, voelt zich verraden door clubs uit de A-League. Hij wil aanblijven als hij fulltime met internationals kan werken. „Waarom kotsen mensen ons uit?”

Terwijl de volleybalsters van Martinus het landskampioenschap vieren, is de verbittering niet ver weg. Coach Avital Selinger is gepikeerd dat de volleybalbond (NeVoBo), op voorspraak van vrijwel alle clubs uit de A-League, recentelijk een veto over de dubbelfunctie van club- en bondscoach heeft uitgesproken. Hij ervaart dat als een miskenning van zijn werk in de afgelopen vier jaar, waarin het Nederlands vrouwenteam heeft aangehaakt bij de wereldtop. De succestrainer voelt zich veroordeeld door andersdenkenden „die in zestig jaar het gelijk van hun visie nooit hebben aangetoond”.

Hoe moet dat nu verder tussen de NeVoBo en Selinger? De bond wil met hem door als bondscoach tot en met de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Selinger is daartoe bereid, vooral omdat de internationals daarop hebben aangedrongen. Maar hij heeft ook gerede twijfels, omdat het bondsbestuur zich naar zijn mening te veel laat ringeloren door de clubs in de A-League. Selinger wil als bondscoach fulltime met internationals kunnen werken en niet alleen gedurende de competitieloze zomerperiode. Zijn opvatting: van negen maanden „niks doen” worden speelsters niet beter.

Wil de NeVoBo het contract met Selinger verlengen dan zal het de clubs tot garanties moeten dwingen het gehele jaar speelsters af te staan voor centrale trainingen van de nationale ploeg. Hij wil niet, zoals vier jaar geleden, geconfronteerd worden met clubspeelsters die het reizen te vermoeiend vonden en afhaakten. „De speelsters moeten ook een keus voor de nationale ploeg maken”, vindt Selinger, die ter illustratie een stuk kauwgum uit zijn mond haalt en zich de retorische vraag stelt: „Moet ik daar nog vier jaar op kauwen? Ik dacht het niet. Er moet gewerkt worden, in welke vorm dan ook. En beter dan in 2004 toen de clubs hun belofte voor de levering van speelsters niet konden waarmaken. Gebeurt dat opnieuw, dan heeft Nederland mij niet nodig als bondscoach.”

De geschiedenis herhaalt zich, moet Selinger vaststellen. Het verbaast hem dat na het ten grave dragen van het zogeheten Brankrasmodel (internationals die uit de competitie waren gehaald, red.) bij de mannen, een vijftiental jaar later bij de vrouwen de combinatie van club- en nationaal team bij Martinus niet langer wordt gepruimd. Hij had op meer begrip gerekend. Selinger: „Ik dacht dat na eliminatie van het Bankrasmodel de moeilijke periode achter de rug was. Het tegendeel blijk waar. Waarom krijgen we zo veel weerstand? Waarom kotsen mensen ons uit? Wij zijn schijnbaar een bedreiging voor clubs die het niet zo goed doen, voor mensen die andere belangen hebben. Er speelt zich rond de nationale ploeg een politiek spel af. En de gevolgen zijn bekend. Iedereen weet hoe de mannen er nu voorstaan. Dan kan iedereen nagaan wat er eventueel met de vrouwen dreigt te gebeuren.”

Het is duidelijk dat de NeVoBo nog stevige gesprekken wacht met Selinger. Een beeld dat niet wordt geschetst door bondsvertegenwoordigers. Voorzitter Hans Nieukerke zei zaterdag „de onderhandelingen een grote kans van slagen te geven”. En directeur Matthijs Huizing meldde in de pers dat de zaak vrijwel was beklonken. Die laatste opmerking verbaasde Selinger en kwalificeert hij als onjuist. „Als ik bondscoach word, moet mij honderd procent vertrouwen worden gegeven. En zoals ik de situatie nu taxeer is dat niet het geval. Ja, ik heb het gevoel dat het mislopen van de Olympische Spelen daarbij een rol speelt.”

Complicerende factor is dat Selinger geen blind vertrouwen heeft in technisch directeur Joop Alberda, die de onderhandelingen voert. De coach neemt Alberda nog steeds kwalijk dat hij in diens rol als bondscoach hem als spelverdeler passeerde voor de Olympische Spelen in Atlanta (1996). Bovendien vindt hij dat in al het eerbetoon rond de gouden medaille de rol van zijn vader Arie Selinger, als initiatiefnemer van het Bankrasmodel, zwaar is onderbelicht. Selinger heeft nu een werkbare relatie met Alberda, maar dat krasje op zijn ziel verdwijnt nooit.

De positie van Selinger ten opzichte van de NeVoBo wordt versterkt door de onvoorwaardelijke steun van hoofdsponsor Dela, waarmee de onderhandelingen over contractverlenging tot en met de Spelen van 2012 gaande zijn. De uitvaartverzekeraar gelooft in de aanpak van Selinger en is er veel aan gelegen dat hij bondscoach blijft. Directievoorzitter Edzo Doeve, zaterdag in Amstelveen: „Ik vind het flauw om te stellen dat wij alleen doorgaan als Selinger aanblijft, maar we hebben wel een uitgesproken voorkeur voor hem. Wij hebben de indruk dat de olympische ambitie een beetje is weggezakt. En die willen we terugzien. Als die ambitie terugkeert, gaan wij graag door tot en met ‘Londen’, het liefst met Selinger.”