Politiek spel verziekt verhoudingen R’dam

Een omstreden kunstadvies heeft de verhoudingen in Rotterdam op scherp gezet. „Een sterke wethouder had het nooit tot zo’n bezopen advies laten komen.”

Zet een advies op papier dat zo desastreus uitpakt voor de culturele basisinfrastructuur van de stad dat de politiek wel moet interveniëren. Zie hier de strategie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC), die in het vrijdag geopenbaarde Cultuurplanadvies 2009-2012 vooral de gevestigde instellingen laat bloeden voor het gesignaleerde tekort van 5 miljoen euro.

Op het eerste gezicht heeft de vlucht naar voren gewerkt. RRKC-voorzitter Micky Teenstra had haar „pijnlijke” advies vrijdag nog niet gepresenteerd of burgemeester Ivo Opstelten, gealarmeerd door de ‘bedreigde’ directeuren, sprak een veto uit. Rotterdam zou belangrijke publiekstrekkers als de Kunsthal en het Gergjevfestival nimmer laten vallen, luidde de boodschap die wethouder Orhan Kaya (Cultuur, GroenLinks) later publiekelijk mocht maken.

Maar daarmee was de onvrede niet geluwd. Integendeel: de verhoudingen in de Rotterdamse kunstwereld lijken onherstelbaar beschadigd. Wim Pijbes, de afzwaaiend directeur van de Kunsthal, meent dat de RRKC zich „met dit ondoordachte advies voorgoed buiten de realiteit heeft geplaatst”. Hij accepteert de leden van het belangrijkste cultuuradviesorgaan van de stad niet langer als gesprekpartners. „De Kunsthal is geen rouletteballetje om politieke spelletjes mee te spelen.”

Pijbes weet zich gesteund door een ruime meerderheid van zijn collega’s. De Kunsthal is al jaren de best bezochte culturele instelling van Rotterdam. Vorig jaar trok het ‘instapmuseum’ ruim 200.000 bezoekers, onder wie 60.000 kinderen. De combinatie kunst en jeugd is heilig in ‘jongerenstad Rotterdam’. „Behalve voor de RRKC”, schampert Pijbes. Intrekking van de subsidie (1,4 miljoen euro), zoals de raad bepleit, betekent „simpelweg einde Kunsthal”.

Pijbes weigert op 1 juli een failliete boedel over te dragen aan zijn opvolger, wanneer hij overstapt naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Zijn bestuur heeft vanmorgen een brandbrief op het stadhuis laten bezorgen. In de collegevergadering van morgen moet het RRKC-advies nietig worden verklaard, luidt de onwrikbare eis.

In een eveneens vanmorgen verstuurd persbericht nemen ook de 35 grootste kunstinstellingen van de stad, verenigd in het Directeurenoverleg Rotterdam, afstand van het „volstrekt onacceptabele” advies. Volgens hen is „minimaal 8 miljoen nodig om op het huidige niveau te kunnen blijven doorwerken”. Rotterdam trekt jaarlijks 75 miljoen euro uit voor kunst, maar door afspraken is slechts (34,1 miljoen) echt beschikbaar.

Het advies heeft ook een dieper ongenoegen blootgelegd. Rotterdam heeft zichzelf volgend jaar uitgeroepen tot Europese Jongerenhoofdstad, en heeft daarvoor maar liefst 53 miljoen gereserveerd. Een deel daarvan (15 miljoen) is bestemd voor een Urban Dance Podium, terwijl de bestaande poppodia vrijwel alle in zwaar weer verkeren. „Niets is zo tijdelijk en zo vluchtig als de jongerencultuur”, zegt Pijbes. De vrees is dan ook dat de tweede stad van Nederland het eigen kapitaal laat verdampen in „allerlei leuke projectjes die op langere termijn waardeloos zullen blijken te zijn”.

Het grootste slachtoffer van alle ophef lijkt wethouder Kaya. „Onder een sterke wethouder was zo’n bezopen advies nooit tot stand gekomen”, sneerde de oppositie vrijdag bij monde van SP-fractievoorzitter Theo Cornelissen. Die mening vond weerklank bij de vier coalitiepartijen (PvdA, CDA, VVD en GroenLinks), al durft niemand dat vooralsnog hardop te zeggen.

Kaya was op de hoogte van de smalle financiële marges waarbinnen de RRKC moest opereren en had het advies voor moeten zijn, stelde een van zijn partijgenoten zaterdag. „De coalitie doet het werk waarvoor hij is aangesteld, namelijk zich sterk maken voor de kunst.” Donderdag, een dag voor het omstreden advies, drongen de coalitiepartijen al aan op „een forse verhoging van de budgetten voor kunst en cultuur”.