Op zoek naar de ware ‘De Kat’

Otto B. de Kat: ‘Polderlandschap februari 1986’ (Olieverf op doek, 55 x 80 cm.)
Otto B. de Kat: ‘Polderlandschap februari 1986’ (Olieverf op doek, 55 x 80 cm.)

Tentoonstelling Otto B. de Kat – Het late werk, in Kasteel Het Nijenhuis, ’t Nijenhuis 10, Heino/Wijhe. T/m 24 mei, open di t/m zo 11-17u. Inl: 0572-38 8188, www.museumdefundatie.nl

Midden in het Overijsselse land, omgeven door een slotgracht en een tuin met kaarsrechte hagen en paden, ligt kasteel Het Nijenhuis. Van 1958 tot zijn dood in 1984 woonde hier de roemruchte kunsthistoricus en verzamelaar Dirk Hannema. Tegenwoordig is het kasteel een museum. Bezoekers kunnen door Hannema’s kamers, gangen en bibliotheek wandelen en ze kunnen er tijdelijke exposities bekijken. Het tentoongestelde werk hangt gewoon tussen en boven de meubels. Dat kan aardig uitpakken, want niet alle kunst heeft lege museumzalen met witte wanden nodig. Het is alleen jammer dat Hannema’s eigen topstukken ten behoeve van die tijdelijke exposities permanent in Museum De Fundatie in Zwolle zijn ondergebracht. Eerst stel je het gereconstrueerde interieur van een kunstverzamelaar open voor publiek, daarna verhuis je het grootste deel van zijn verzameling naar elders. Dat is een beetje vreemd.

Evengoed hangen de schilderijen van Otto B. de Kat (1907-1995) momenteel in Hannema’s kamers alsof ze nooit ergens anders gehangen hebben. De tentoonstelling is het tweede overzicht van De Kats werk in betrekkelijk korte tijd. In 2002 was er al een retrospectief in het Frans Halsmuseum in Haarlem, waarbij een kloeke monografie verscheen. Zijn levensloop en oeuvre zijn daarin beschreven met een grondigheid en een helderheid die je in Nederlandse kunstboeken maar zelden tegenkomt. En passant wordt een beeld geschetst van de kringen waarin De Kat zich bewoog: de door hem en Kees Verwey opgerichte Hollandse Aquarellistenkring, de Amsterdamse Rijksakademie, waar hij werd opgeleid en later zelf doceerde, en de kunstenaarsverenigingen Teisterbant en Arti et Amicitiae. De Kat was bevriend met onder anderen Maurits Escher, Mari Andriessen en Godfried Bomans. Hij correspondeerde veel, schreef stapels notitieboekjes vol en besprak tentoonstellingen voor de Volkskrant, Het Vrije Volk en het Haarlems Dagblad. Een interessante figuur kortom, waar je met belangstelling over leest. Maar hoe zit het met zijn werk?

Op een zelfportret uit 1955 staat hij te schilderen met een sigaartje in de mondhoek, een alpinopet op, een strikje om en een blauwe jas aan over een roze hemd met rode streepjes. In de rest van de tentoonstelling blijkt dat hij precies maakte wat je je bij zo’n artiest voorstelt: twintigste-eeuwse schilderkunst. Iets tussen figuratief en abstract in, een beetje naïef en een beetje gedeformeerd (meestal in de richting van iets vierkants). Aangenaam van toon en kleur maar ook weer niet té aangenaam, want er werd tijdens het schilderen natuurlijk wel geworsteld. De Kats vroegste werk heeft met Vuillard en Bonnard te maken. De Theems in Londen schilderde hij in 1963 à la Marquet, al doen de bomen op de oever meer aan Mondriaan denken. In de interieurs uit de jaren zestig en zeventig zit veel Matisse en een beetje Vallotton, en het lijkt wel of De Kat begin jaren tachtig welbewust een Altersstil voor zichzelf bedacht. Voor zijn late stillevens ging hij bij Cézanne te rade, voor de landschappen bij De Staël.

Zijn werk lijkt op dat van al zijn voorbeelden, maar je zoekt tevergeefs naar hemzelf. Naar een eigen draai, naar iets dat je bijblijft als typisch De Kat. Misschien is dát wel typisch De Kat: dat hij zijn moderne klassieken kende en zijn eigen werk op dezelfde leest schoeide. Dat hij zich als schilder de stijlen eigen maakte die hij ook als criticus probeerde te ontleden, maar daar weinig nieuws aan toevoegde. Wat ook kan, is dat zijn schilderijen in Hannema’s kasteel niet helemaal tot hun recht komen. Zoekend naar het eigene in het werk van een weinig uitgesproken schilder moet je niet te veel door je omgeving worden afgeleid. Misschien was het dus toch niet zo’n goed idee, die tentoonstellingen in dat volle interieur.