Iraniërs zuchten onder beleid Ahmadinejad

Binnen de regering van Iran heerst verdeeldheid over het economische beleid van president Ahmadinejad. De inflatie en werkloosheid lopen op. „Het leven wordt alleen maar slechter.”

Iedere dag weer staat Babak, een Iraanse ondernemer, voor het hoofdkantoor van de centrale bank in Teheran. Babak, die niet met zijn achternaam in de krant wil, heeft geld tegoed van een staatsbank. Maar niemand wil hem betalen.

Maandenlang werd hij van het kastje naar de muur gestuurd. De Iraanse bureaucratie kan genadeloos zijn, zeker als er geld uitbetaald moet worden. Ten einde raad bezocht hij een bijeenkomst van president Ahmadinejad. Na veel duwen en trekken met bodyguards kreeg hij de president te spreken. Later ontving hij een persoonlijke brief, een order van de president: de centrale bank moest uitbetalen. En wel direct.

„Maar de directeur schoof de brief lachend opzij. Ik wacht nog steeds op mijn geld”, zegt Babak, zonnebril op zijn neus, een map met papieren onder zijn arm. „Bij de bank luisteren ze niet meer naar Ahmadinejad.”

Net als alle Iraniërs is Babak slachtoffer van een economische strijd binnen de overheid. Inzet is het economisch beleid van Ahmadinejads regering, dat in theorie geeft aan ‘de armen’, maar in de praktijk leidt tot enorme inflatie en stijgende werkloosheid. De gevolgen: zijn politieke factie is verdeeld, managers en politici worden ontslagen en het volk zucht onder de stijgende prijzen.

Twee weken geleden ontsloeg de president de minister van Economische Zaken, Davoud Danesh-Jafari. Vorige week gaf Danesh-Jafari een donderende afscheidsrede, die de oplopende economische conflicten blootlegde.

„We werden constant aangevallen door figuren die geen dag van hun leven in een bank hadden gewerkt”, vertelde hij over zijn tijd als minister. Hij legde uit dat speciale ‘pressiegroepen’ zelf economische rapporten samenstelden en die aan de president gaven.

Terwijl de inflatie officieel net iets meer dan twintig procent is, en onofficieel wellicht het dubbele, kostte het de centrale bank grote moeite om Ahmadinejad te bewegen een eerdere renteverlaging terug te draaien. In 2005 besloot zijn regering dat alle rentes van 24 procent naar maximaal 16 procent moesten worden verlaagd. Niet alleen om het makkelijker te maken om te lenen, maar ook omdat veel gelovige moslims het heffen van rente als onrein zien.

„Maar als de inflatie hoger is dan de rente is het zinloos om geld op de bank te zetten”, legt Kasra Javanpour, een vastgoedondernemer in Teheran, uit.

Ex-minister Danesh-Jafari gaf in zijn rede aan hoe het economische beleid voor een groot deel wordt gefinancierd door de stijgende olie inkomsten. „Door verkoop van olie en gas verdienden we 82 miljard dollar. Daardoor blijft onze economie draaien.”

Maar ook hier nam de regering van Ahmadinejad een onorthodox besluit. In 2005 werd het ‘buitenlandse valuta fonds’, waar overtollige olie-inkomsten als appeltje voor de dorst worden bewaard, grotendeels opgemaakt. Tijdens reizen in het land beloofde de president ziekenhuizen, zwembaden en nieuwe wegen. De ‘baseej’, een vrijwilligersleger dat Iran verdedigt en toeziet op de ‘islamitische moraal’ kreeg meer geld, net als de Revolutionaire garde, het parallelle leger dat de het Iraanse politieke systeem moet bewaken. Miljarden werden in omloop gebracht, wat de inflatie deed toenemen.

Twee weken geleden gaf Ahmadinejad ‘maffiagroepen’ de schuld. „Bovendien zijn alle prijzen overal ter wereld gestegen. We gaan de inflatie terugbrengen naar een enkel cijfer. ” Wat zijn plannen daarvoor waren legde hij niet uit.

De ‘vijand’, een abstract begrip dat in Iran de schuld krijgt van alles wat misgaat, wordt door de aanhangers van de president als boosdoener aangewezen. „De critici van de overheid zouden zich moeten afvragen waarom Amerika hen steunt”, zei parlementariër Elias Naderan tijdens een discussie op de media-universiteit in Teheran. „De critici moeten oppassen geen vijanden van de revolutie te worden. Wij streven in Iran niet naar een liberale economie, maar naar een systeem waar rechtvaardigheid het belangrijkste is.”

Ondernemer Babak moet daarom lachen. In de jaren negentig hield de staatsbank honderdduizenden dollars van hem en andere zakenlieden jarenlang vast. „We hebben het teruggekregen, maar ik wil er ook rente over”, zegt hij. „Dat is toch rechtvaardigheid?”

Babak, moet straks weer boodschappen doen voor zijn familie. „Dat kost nu twee keer zoveel voor de zelfde producten als vorige jaar. Niemand neemt verantwoordelijkheid hiervoor. We zijn rijk van olie, maar het leven wordt alleen maar slechter.”