Angsthazenvoetbal

Het leek op een mars. Vanaf de overkant van de Maas kwam een lange stoet over de Erasmusbrug aangelopen. Het was tegen vieren, de zondagmiddag was tot dan toe loom en leeg geweest. Rood-witte vlaggen staken in de lucht. Vastberaden liepen duizenden supporters van Feyenoord richting de Kuip.

Ultra’s, stond er op een spandoek dat de hele breedte van de asfaltweg naar het stadion in bezit nam. Er kon geen auto meer door. Vanaf mijn dakterras zag ik de stoet aan. Eigenlijk verwachtte ik Wim Kok op de eerste rij, of Balkenende met een sjaaltje. Maar ik zag alleen onbekende koppen.

Supporter zijn is een pose. Je hult je met z’n allen in hetzelfde shirtje, neemt vooraf een paar slokken alcohol en zingt: ‘Niets is sterker dan dat ene woord: Feyenoord.’ Overzichtelijk. Je leven versimpelen tot één woord.

Maar mijn god, als Feyenoord dan je leven bepaalt, wat was je dit seizoen dan afhankelijk van een slap zootje. Feyenoord speelde angsthazenvoetbal. En dat toonden ze ook nog eens met verve in de bekerfinale. Ik zag een keeper met cornervrees, verdedigers zonder pass in de voeten, een spits die geen hele wedstrijd kon spelen en een oude masseur op krukken.

Dit jaar bestaat Feyenoord honderd jaar. De successen liggen voornamelijk in het verleden. Ze zijn te zien op vergeelde plaatjes in plakboeken van mensen die in een aanleunwoning zitten.

Clubicoon Coen Moulijn mocht bij een zege van Feyenoord de KNVB-beker uitreiken aan aanvoerder Giovanni van Bronckhorst. Moulijn – de raslinksbuiten van weleer – is een hondstrouwe clubman. Hij heeft al een hoop waardeloze potjes gezien maar blijft naar het stadion komen.

Moulijn weet hoe angst in de Kuip aanvoelt. Hij stierf vroeger van de zenuwen als hij het veld op moest. Coen Moulijn zat tijdens de bekerfinale op het ereterras in de Kuip. Hij bekeek de bekerfinale door een bril. Die bril hing aan een touwtje. Daar is het weer, die angst, deze keer om je bril kwijt te raken.

Op de tribune zat ook Wouter Bos. De PvdA-voorman is van oudsher supporter van de Rotterdamse club. En, of de duvel ermee speelt, wordt Bos drie seconden live in beeld gebracht, peutert hij net opzichtig in zijn neus. Typisch Feyenoord; volks, levensecht en een tikje sneu.

Beneden op het veld voedde coach Bert van Marwijk de angst en onzekerheid in zijn team door voortdurend langs de kant te tieren. Als een schoolmeester die het in het eerste semester alleen met donderspeeches er ingestampt krijgt dat 2 plus 2 gewoon 4 is.

In Rotterdam zeggen ze: Feyenoordsupporter ben je niet voor je lol. Inderdaad. Hoon is je deel. Je hebt geen verweer. Nou goed, even dan, de beker is gewonnen. En noem het binnen de stadsgrenzen vooral geen troostprijs.

Nieuwkomer Denny Landzaat kwam na de wedstrijd nog tot een ontnuchterende opmerking. Reagerend op een vraag of het leuk was om naar de huldiging op de Coolsingel te gaan, antwoordde hij, in sappig Amsterdams: ‘Ik weet niet waar dat is.’

Vandaag lopen er tienduizenden supporters naar de Coolsingel om omhoog te kijken naar het bordes. Ze nemen desnoods een halve dag vrij van de baas. Dit succes wil een Feyenoorder niet missen.

Uit angst dat het weer jaren kan duren voor het zover is.